IEF 17515

Verschillen tussen tafelgashaarden springen meer in het oog dan overeenkomsten

Hof Den Haag 20 februari 2018, IEF 17515; ECLI:NL:GDHA:2018:272 (Arpe tegen HCC) Modellenrecht. In principaal beroep concludeert Arpe tot vernietiging van het bestreden vonnis [IEF 15897] en afwijzing van de vorderingen van HCC. Omdat de overeenkomsten tussen de tafelgashaarden meer 'gewone' elementen betreffen en de verschillen juist in het oog springen, is het hof van oordeel dat Arpe met de Thyone geen inbreuk maakt. Daar de totaalindrukken van de tafelgashaarden niet zodanig overeenstemmen, is van auteursrechtinbreuk geen sprake. Een beroep op slaafse nabootsing slaagt ook niet, omdat HCC onvoldoende heeft onderbouwd dat haar tafelgashaard een 'eigen gezicht' heeft op de relevante markt. 

31. De overeenkomsten betreffen, zo volgt uit het voorgaande, de minder opvallende, meer ‘gewone’ dan wel gebruikelijke elementen (een vierkanten bak, een uitsparing aan de bovenzijde en uitsparingen aan de onderzijde), terwijl de verschillen juist in het oog springen (één geheel of niet, rommelige versus strakke vormgeving, houten versus steenachtige look, verkleuringen versus monochrome kleurstelling, bedieningspaneel verzonken of niet, en daarnaast nog donkere versus lichtere kleurstelling). Daarom is het hof, anders dan de voorzieningenrechter, voorshands van oordeel – ook al geldt in dit geding dat Model 2 een redelijk grote beschermingsomvang heeft – dat Arpe met de Thyone geen inbreuk maakt. In zoverre slagen grieven VII, VIII-2 en IX.

40. Beoordeeld dient dan te worden of de Thyone de auteursrechtelijk beschermde trekken van de twee tafelgashaarden van HCC vertoont, zodanig dat de totaalindrukken overeenstemmen. Dat is naar het oordeel van het hof niet het geval. De niet belangrijke kenmerken b en d zijn weliswaar overgenomen in de Thyone, maar het in het oog springende kenmerk c niet (zie hiervoor in 27-29). De totaalindrukken stemmen daardoor niet overeen; Arpe heeft in haar Thyone aldus voldoende afstand genomen van de twee tafelgashaarden van HCC. De vorderingen van HCC kunnen dus niet worden toegewezen.

46. Voor een geslaagd beroep op slaafse nabootsing is onder meer vereist dat het nagebootste product een ‘eigen gezicht’ heeft op de relevante markt. HCC stelt dat haar gashaarden onderscheidend vermogen hebben en een eigen plaats in de markt van loungetafels innemen. Deze stelling, die door Arpe wordt betwist, heeft HCC in de context van de slaafse nabootsing niet dan wel onvoldoende onderbouwd, zodat de vorderingen van HCC niet op deze grondslag kunnen worden toegewezen.