IEF 16926

Schorsing ex artikel 83 lid 3 ROW tot uitspraak hoger beroep over geldigheid octrooi

Rechtbank Den Haag 28 juni 2017, IEF 16926; ECLI:NL:RBDHA:2017:7109 (VWS tegen Ventraco) Octrooirecht. Incident. Zie eerder IEF 16155. In dat arrest is het Ventraco verboden indirect inbreuk te maken op het octrooi EP2389415B1 van VWS. Hier is hoger beroep tegen ingesteld. VWS stelt dat Ventraco in de procedure ten onrechte heeft aangevoerd dat RheoFalt HP-AM een vernieuwde samenstelling had. Gebleken is dat RheoFalt HP-AM wel degelijk gebaseerd is op CNSL en waarschijnlijk gelijk is aan RheoFalt HP-EM. Ventraco heeft daarmee de verboden indirecte inbreuk voortgezet. De door het hof te nemen beslissingen in hoger beroep over het octrooigeschil, zijn van belang voor de uitkomst van deze procedure. De beslissing over proceskosten in het incident wordt aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak o.g.v. artikel 83 lid 3 ROW.

Zie ook ECLI:NL:RBDHA:2017:7113.

4.1. De rechtbank is - met partijen - van oordeel dat de door het gerechtshof te nemen beslissingen (met betrekking tot de geldigheid van NL 442 en/of EP 415 en indien geldig, met betrekking tot de vraag of RheoFalt HP-EM onder de beschermingsomvang van de octrooien valt) in het in hoger beroep aanhangige octrooigeschil tussen VWS en Ventraco Chemie, van belang zijn voor de uitkomst van de onderhavige procedure. Daarmee voldoet het schorsingsverzoek aan de vereisten van artikel 83 lid 3 ROW en zal het worden toegewezen.

4.2. De rechtbank zal de beslissing over de proceskosten in het incident aanhouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.