IEF 18606

Rechtmatigheid vergoedingen aan BUMA voor achtergrondmuziek tandartsenpraktijken vereist individuele beoordeling

Rechtbank Amsterdam 24 juli 2019, IEF 18606 (KNMT tegen Buma) Auteursrecht. Naburige rechten. Openbaarmaking. KNMT is een Nederlandse beroepsorganisatie van onder andere tandartsen. Buma is een collectieve beheersorganisatie en houdt zich krachtens de auteurswet bezig met de inning en verdeling van auteursrechtelijke vergoedingen voor de uitvoering en het gebruik van muziek in het openbaar. Buma is van mening dat tandheelkundige praktijken in NL aan Buma vergoedingen verschuldigd zijn voor het afspelen van achtergrondmuziek in hun praktijken. KNMT betwist op grond van recente Europese jurisprudentie dat het spelen van achtergrondmuziek in tandheelkundige praktijken als een mededeling aan het publiek kan worden aangemerkt en vordert Buma zich te onthouden van alle handelingen die gericht zijn op het incasseren van auteursrechtelijke vergoedingen van in NL gevestigde tandheelkundige praktijken. De rechtbank wijst de vordering af omdat de vraag of een tandheelkundige praktijk een mededeling aan het publiek doet niet in algemene zin kan worden beantwoord, maar een individuele beoordeling vereist.

4.10. Het geschil gaat in de kern over de vraag of tandheelkundige praktijken door het afspelen van muziek in hun praktijk een “mededeling aan het publiek” doen in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn.

4.18. Het begrip “mededeling aan het publiek” is onderwerp geweest van talrijke uitspraken van het Hof. Uit deze rechtspraak blijkt dat rekening moet worden gehouden met meerdere niet-autonome en onderling afhankelijke, elkaar aanvullende criteria. Aangezien deze criteria in verschillende concrete situaties met een zeer wisselende intensiteit een rol kunnen spelen, moeten zij volgens het Hof zowel individueel als in hun onderling verband worden toegepast. Kort gezegd is van een mededeling aan het publiek sprake als de mededeling bestaat uit een tussenkomst door de gebruiker waardoor het beschermde werk toegankelijk wordt gemaakt voor een nieuw publiek, zonder dat beslissend is of zij daarvan gebruik maken. Het publiek moet bestaan uit een onbepaald aantal potentiële ontvangers dat niet is beperkt tot specifieke individuen die tot een bepaalde private groep behoren. Het publiek omvat voorts een vrij groot aantal personen. Er dient rekening te worden gehouden met de cumulatieve gevolgen van het beschikbaar stellen van een werk, waarbij niet alleen van belang is hoeveel personen tegelijkertijd maar ook achtereenvolgens toegang hebben tot het werk. Daarbij geldt een zekere de-minimisdrempel waardoor een te klein of onbeduidend aantal personen niet kwalificeert als een “publiek”. Of de gebruiker met het toegankelijk maken van het werk een winstoogmerk heeft, is voor de vraag of sprake is van een mededeling aan het publiek niet doorslaggevend, maar ook “niet irrelevant”. Ook de “ontvankelijkheid” van het publiek kan relevant zijn.

4.29. Het voorgaande brengt mee dat niet kan worden vastgesteld dat een tandheelkundige praktijk geen mededeling aan het publiek doet, zonder dat hieraan een individuele beoordeling vooraf gaat. Dat betekent dat een vordering tot een verklaring voor recht ten aanzien van alle Nederlandse tandheelkundige praktijken dan wel de leden van KNMI niet kan worden toegewezen zonder dat is gebleken dat in (al) die praktijken niet wordt voldaan aan de vereisten voor een mededeling aan het publiek. KNMI heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die een (meer) individuele beoordeling met betrekking tot de individuele praktijken, mogelijk maken. Naar de rechtbank begrijpt, heeft KNMT dit nagelaten omdat zij meent dat dit gelet op het arrest Marco del Corso niet nodig is. Hiermee heeft KNMT niet aan haar stelplicht ter zake voldaan.