Gepubliceerd op maandag 8 juni 2026
IEF 23607
Rechtbank Den Haag ||
20 mei 2026
Rechtbank Den Haag 20 mei 2026, IEF 23607; ECLI:NL:RBDHA:2026:12751 ((Betonblock tegen 3A steel)), https://www.ie-forum.nl/artikelen/rb-den-haag-bevoegd-in-geschil-over-gestelde-auteursrechtinbreuk-op-betonblokmallen

Rb. Den Haag bevoegd in geschil over gestelde auteursrechtinbreuk op betonblokmallen

Rb. Den Haag 3 juni 2026, IEF 23607; ECLI:NL:RBDHA:2026:12751 (Betonblock tegen 3A steel). In deze zaak tussen Betonblock en de Bulgaarse producent 3A Steel heeft de Rechtbank Den Haag zich bevoegd verklaard om kennis te nemen van de vorderingen van Betonblock over gestelde auteursrechtinbreuk op betonblokmallen en subsidiair slaafse nabootsing. Volgens de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de gestelde schade mede in Nederland is ingetreden, nu de vermeend inbreukmakende producten via de website van 3A Steel in Nederland toegankelijk zijn en ook daadwerkelijk aan Nederlandse afnemers zijn verkocht. De rechtbank oordeelt daarmee dat zij internationaal en relatief bevoegd is; de vraag welke territoriale reikwijdte een eventueel later op te leggen verbod of rectificatie heeft (EU-breed of slechts nationaal), is volgens de rechtbank een inhoudelijke vraag die in de hoofdzaak moet worden beantwoord. De rechtbank wijst het bevoegdheidsincident van 3A Steel daarom af. Over de gestelde auteursrechtinbreuk, slaafse nabootsing en de wederzijdse contractuele vorderingen heeft de rechtbank zich nog niet inhoudelijk uitgelaten. Betonblock ontwikkelt, produceert en verkoopt stalen mallen voor betonblokken. 3A Steel produceerde sinds 2009 dergelijke mallen voor Betonblock. De afspraken tussen partijen waren niet schriftelijk vastgelegd. Tussen 2022 en 2024 ontstonden geschillen over onder meer prijsverhogingen, een gestelde minimumafnameverplichting en mogelijke betalingen aan een voormalig medewerker van Betonblock. In juli 2024 schortte 3A Steel de levering van mallen op wegens volgens haar niet nagekomen minimumafnames en openstaande facturen. Op 29 augustus 2024 verklaarde zij de volgens haar bestaande exclusieve afspraken met Betonblock primair ontbonden en subsidiair opgezegd. Vervolgens opende zij op 14 september 2024 de webshop www.3ablock.com, waarop zij gelijkende mallen aanbood. Volgens Betonblock maken deze producten inbreuk op haar auteursrechten op de betonblokmallen dan wel vormen zij een ontoelaatbare slaafse nabootsing. In de hoofdzaak vordert zij onder meer een verklaring voor recht dat sprake is van auteursrechtinbreuk, subsidiair onrechtmatig handelen, een verbod op het vervaardigen, aanbieden en verkopen van gelijkende producten, opgave van in- en verkopen, rectificatie, schadevergoeding en een proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv. 

3A Steel heeft in reconventie onder meer een verklaring voor recht gevorderd dat Betonblock tekortschiet in een gestelde minimumafnameverplichting voor 2024 en betaling gevorderd van € 579.128,13 aan openstaande facturen en overige bedragen, vermeerderd met wettelijke rente naar Bulgaars recht. Daarnaast vorderde Betonblock in een incident ex artikel 223 Rv een voorlopig inbreukverbod voor de duur van het geding. De rechtbank houdt de beslissing hierover aan, omdat zij eerst een mondelinge behandeling wil houden waarin zowel deze provisionele vorderingen als de hoofdzaak worden behandeld. In het bevoegdheidsincident stelde 3A Steel dat de rechtbank Den Haag slechts bevoegd zou zijn voor eventuele onrechtmatige-daadvorderingen voor zover deze betrekking hebben op Nederland en daarom geen EU-breed verbod of de gevorderde rectificatie zou kunnen opleggen. De rechtbank volgt dat standpunt niet. Onder verwijzing naar artikel 6, aanhef en onder e, Rv en de rechtspraak van het Hof van Justitie over artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Verordening oordeelt zij dat voldoende aannemelijk is dat schade in Nederland kan zijn ingetreden. Vaststaat immers dat de producten via de website van 3A Steel in Nederland toegankelijk zijn en dat daadwerkelijk leveringen aan Nederlandse afnemers hebben plaatsgevonden. De rechtbank verwerpt ook het betoog dat Betonblock een forum zou hebben gecreëerd door de zaak in Nederland aanhangig te maken. Wanneer meerdere rechters bevoegd zijn, staat het een eiser vrij om te kiezen bij welke rechter hij de procedure start. Verder oordeelt de rechtbank dat de vraag of een eventueel verbod of een rectificatie een EU-brede of nationale reikwijdte heeft, geen bevoegdheidskwestie is maar een inhoudelijke vraag die in de hoofdzaak moet worden beoordeeld. De rechtbank wijst het bevoegdheidsincident af, houdt de beslissing over de kosten van het incident aan en verwijst de zaak in de hoofdzaak naar de rol van 17 juni 2026 voor conclusie van antwoord in reconventie door Betonblock.

4.5. Betonblock heeft onbetwist aangevoerd dat de Producten, waarvan zij stelt dat 3A Steel hiermee inbreuk maakt op haar auteursrechten, via www.3ablock.com worden aangeboden. Nu deze website in Nederland vrij toegankelijk is en 3A Steel ook daadwerkelijk in de periode tussen eind 2024 en begin 2025 Producten aan Nederlandse klanten heeft verkocht en geleverd, is mogelijk (ook) schade ingetreden in Nederland (“Erfolgsort”). Het betoog van 3A Steel dat zij zich niet richt op de Nederlandse markt en dat Betonblock een forum heeft gecreëerd doordat zij deze verkopen met behulp van bij haar bekende partijen heeft uitgelokt, treft geen doel nu vast is komen te staan dat eventuele schade mede is ingetreden in Nederland. Indien uit de bevoegdheidsregels volgt dat meer dan één rechtbank bevoegd is, staat het bovendien ter vrije beoordeling van de eisende partij om de zaak bij één van die rechtbanken aan te brengen.

4.6. Gelet op bovenstaande is deze rechtbank (internationaal en relatief) bevoegd om van de vorderingen van Betonblock kennis te nemen. Uit het bevoegdheidsincident blijkt niet dat 3A Steel de (internationale en relatieve) bevoegdheid van deze rechtbank om kennis te nemen van de vorderingen van Betonblock op enige manier heeft betwist, te weten in de zin van artikel 11 of artikel 110 Rv. Zij betwist daarin slechts dat deze rechtbank de bevoegdheid toekomt om de vorderingen I, II, III, V en VI van Betonblock toe te wijzen met een territoriale reikwijdte buiten het grondgebied van Nederland. De vraag of een verbod (en de daarmee samenhangende nevenvorderingen) zal worden opgelegd zoals door Betonblock gevorderd en zo ja, wat de (territoriale) reikwijdte daarvan is, zal aan de orde komen in de hoofdzaak. Het bevoegdheidsincident van 3A Steel betreft dus in essentie een principaal verweer, waarvoor in dit incident geen plaats is. De incidentele vordering van 3A Steel zal gezien het voorgaande worden afgewezen.

4.7. Nu de bevoegdheid van de rechtbank in de hoofdzaak vaststaat, geldt voor wat betreft de nevenvordering strekkende tot een rectificatiebevel (vordering IV van Betonblock) hetzelfde. Voor de vraag of de rechtbank bevoegd is van die specifieke nevenvordering kennis te nemen en zo ja, wat de (territoriale) rekwijdte van dat bevel zou zijn, is in dit incident geen plaats. Die vraag zal in de hoofdzaak aan de orde komen.