Gepubliceerd op maandag 26 oktober 2026
IEF 23961
Rechtbank Amsterdam ||
16 sep 2026,
Rechtbank Amsterdam 16 sep 2026,, IEF 23961; ECLI:NL:RBAMS:2026:10286 ([eisers] tegen Rightsify c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/rb-amsterdam-misgelopen-streaminginkomsten-onvoldoende-voor-voorlopige-voorziening

Rb. Amsterdam: misgelopen streaminginkomsten onvoldoende voor voorlopige voorziening

Rb. Amsterdam 16 september 2026, IEF 23961; ECLI:NL:RBAMS:2026:10286 ([eisers] tegen Rightsify c.s.). In deze zaak staat een geschil centraal over de rechten op met muzieksoftware geproduceerde nummers. De zaak betreft een muzikant die sinds 2016 meer dan 14.500 nummers heeft gemaakt met het programma Band-in-a-Box en deze onder meer via Spotify heeft verspreid. Rightsify heeft zich bij de Amerikaanse collectieve beheersorganisatie Mechanical Licensing Collective (MLC) als rechthebbende op een aantal van deze nummers laten registreren, waardoor dubbele registraties ontstonden en de uitbetaling van vergoedingen werd opgeschort. Ook heeft Spotify op verzoek van Rightsify nummers offline gehaald. De muzikant en zijn vennootschap stellen dat Rightsify ten onrechte aanspraak maakt op hun muziek en daarmee inbreuk maakt op hun naburige rechten en persoonlijkheidsrechten. In afwachting van de bodemprocedure vorderen zij op grond van artikel 223 Rv onder meer dat Rightsify de notice-and-takedownclaims herroept, verdere claims staakt en rectificaties verstuurt.

De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is onderbouwd waarom de uitkomst van de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. De enkele stelling dat inkomsten worden misgelopen is daarvoor onvoldoende, nu niet is aangetoond dat de eisers van deze inkomsten afhankelijk zijn. Bovendien benadrukt de rechtbank dat terughoudendheid geboden is bij voorlopige voorzieningen die strekken tot herroeping van notice-and-takedownclaims en het versturen van rectificaties. Toewijzing daarvan zou te zeer vooruitlopen op de beoordeling in de hoofdzaak. De rechtbank wijst de incidentele vorderingen daarom af. De vraag of Rightsify daadwerkelijk inbreuk maakt op naburige rechten en persoonlijkheidsrechten, en welke gevolgen daaraan moeten worden verbonden, wordt in de bodemprocedure beoordeeld.

5.4. Bij een provisionele voorziening (artikel 223 Rv) gaat het om een voorlopige maatregel voor de duur van het geding. De rechtbank kan een dergelijke voorziening treffen indien de eiser daarbij een zodanig belang heeft dat van hem niet kan worden gevergd dat hij de afloop van de bodemzaak afwacht. Het is aan de eiser om zijn belang bij de maatregel te stellen en te onderbouwen.

5.5. De enige omstandigheid die [eisers] naar voren brengt ter onderbouwing van zijn belang, is dat hij inkomsten misloopt. Naar het oordeel van de rechtbank is dat onvoldoende. [eisers] heeft zijn stelling dat hij afhankelijk is van de inkomsten die hij als gevolg van het handelen van Rightsify c.s. gedurende het geding zou mislopen niet onderbouwd. Evenmin heeft [eisers] gesteld dat dit zijn enige inkomstbron is.

5.6. De rechtbank benadrukt verder dat terughoudendheid op zijn plaats is bij de gevorderde voorlopige voorzieningen bestaande uit veroordelingen tot herroeping van notice & take down claims en het versturen van een rectificatie. Toewijzing van deze vorderingen zou te zeer vooruitlopen op de beoordeling in de hoofdzaak. Deze vorderingen lenen zich daarom niet voor een voorlopige voorziening. De vraag of er sprake is van inbreuk op naburige rechten en persoonlijkheidsrechten en, zo ja, welke veroordelingen daaraan moeten worden verbonden, zal in de hoofdzaak moeten worden beantwoord.

5.7. Dit betekent dat de vorderingen in incident worden afgewezen.

5.8. De rechtbank zal de beslissing over de proceskosten in incident aanhouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.