IEF 20036

Publicatie adresgegevens dient geen ander doel dan het schaden van geïntimeerde

Hof Den Haag 9 maart 2021, IEF 20036; KG ZA 19-270 (X tegen Y) Y heeft als programmamaker in 2011 een uitzending van 'Undercover in Nederland' over spermadonoren op internet gemaakt. X zou één van die spermadoneren zijn. X heeft vervolgens gedreigd om de adresgegevens van Y openbaar te maken en heeft dat ook op Twitter gedaan. Het gaat in deze zaak over de balans tussen de vrijheid van meningsuiting van X en het recht op privéleven van Y. De vrijheid van meningsuiting is niet onbegrensd en het hof stelt dan ook, dat X geen ander belang bij publicatie van adresgegevens heeft dan het sanctioneren van Y. Y wil namelijk niet met X in gesprek over de inhoud van de betreffende uitzending. Nu X geen belang heeft bij het publiceren van de adresgegevens van Y, prevaleert het recht van Y op eerbiediging van privéleven boven het recht van X. [IEF 20037]

17. Deze grieven kunnen niet slagen om de volgende redenen. In de eerste plaats ziet X eraan voorbij dat het recht op vrijheid van meningsuiting, neergelegd in artikel To lid I EVRM, niet ongelimiteerd is. Zoals in het tweede lid van artikel 10 EVRM is voorzien, kan het recht op vrijheid van meningsuiting aan (bij wet voorziene) voorwaarden en beperkingen worden onderworpen, onder meer, wanneer het gaat om bescherming van de rechten van anderen. Dat is hier het geval, zoals hierna onder 18 wordt uiteengezet. Hetzelfde geldt voor de vrijheid van meningsuiting volgens artikel 7 Grondwet, waarin is vermeld: behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Verder merkt het hof op dat X niet heeft willen toelichten, ook niet nadat hem dat uitdrukkelijk ter zitting van het hof is gevraagd, waarom hij persoonlijke adresgegevens van Y zou willen publiceren. Van een recht kan misbruik worden gemaakt, bijvoorbeeld wanneer de uitoefening daarvan geen ander doel heeft dan een ander te schaden, X heeft in ieder geval niet duidelijk gemaakt welk rechtens te respecteren belang hij heeft bij de openbaarmaking van de persoonlijke adresgegevens gemotiveerd stel dat en waarom hij daarvan nadeel ondervindt.  X heeft in dit verband slechts verklaard dat hij afgifte van de (ruwe) opnamebeelden die van hem zijn gemaakt en een gesprek met Y wil, maar dat hiertoe niet bereid is. Voor zover hieruit moet worden begrepen dat de openbaarmaking van Y adresgegevens dient als 'sanctie' om de weigering van om de (ruwe) opnamebeelden af te geven en om met X in gesprek te gaan, is het hof van oordeel dat dit niet als een rechtens te respecteren belang bij openbaarmaking van de adresgegevens van Y kan worden aangemerkt.