IEF 18318

Merkdepot op sjaals had oneigenlijk doel

Vzr. Rechtbank Amsterdam 20 maart 2019, IEF 18318 (Bylima tegen Sedef) Auteursrecht. Merkrecht. Eiser is Bylima, een eenmansbedrijf dat Arabische modeproducten ontwerpt, vervaardigt en verhandelt, zoals effen sjaals met een sierrandje en het etiket BYLIMA erop bevestigd.  Verweerder is Sedef, een markthandel in onder andere textiel en schoenen. Sedef verhandelt sjaals die sterk lijken op die van eiseres en ook zijn voorzien van het etiket BYLIMA. Sedef voert als verweer dat het ontwerp van de sjaals te banaal is om de drempel voor auteursrechtelijke bescherming te halen. De rechtbank stelt dat dergelijke sierranden inderdaad zeer gangbaar zijn en het enkele toevoegen van deze sierranden aan een lap stof in onvoldoende mate getuigt van vrije en creatieve keuzes van de maker. Eiseres kan geen auteursrechten op de sjaals doen gelden. Op video-opnamen is te zien dat Sedef klanten op de markt meedeelt dat de sjaals van Bylima afkomstig zijn en dat hij met haar samenwerkt, terwijl dit niet het geval is. In februari 2018 heeft een relatie van Sedef, een sjaal gekocht bij Bylima. Op 17 december 2018 heeft Sedef het woordmerk Bylima gedeponeerd voor onder andere sjaals en hoofddoeken. Op 29 december 2018 heeft Bylima met spoed een Benelux merkrecht gedeponeerd voor onder andere sjaals en hoofddoeken. Ook heeft ze een Europees woordmerk Bylima aangevraagd, dit merk is nog niet geregisteerd. Bylima stelt dat Sedef met de verkoop van de sjaals inbreuk maakt op haar merkrechten. De rechtbank stelt dat eiseres wel een woordmerk BYLIMA heeft en Sedef niet.
 

4.7 Op 30 december 2018 werden bij de stal van verweerder op de markt in Geuzenveld sjaals verkocht als die hiervoor onder 2.9 afgebeeld. Tegen bekende van verweerder, die naar de herkomst van de sjaals vroeg, heeft verweerder gezegd, onder het tonen van een foto van eiseres op Instagram, dat hij de sjaals verkocht op grond van een samenwerking met eiseres. Hij was toen dus bekend met haar bestaan en met de sterk gelijkende sjaals die door haar worden vervaardigd. Het Benelux woordmerk BYLIMA is slechts dertien dagen daarvóór gedeponeerd door een aan de verweerder gelieerde vennootschap. Voorshands is aannemlijk dat verweerder ten tijde van het depot ook al bekend was met het gebruik door eiseres van het teken BYLIMA voor de door haar verkochte sjaals. Verweerder heeft dat niet betwist. Bovendien zijn er aanwijzingen dat de vennoten in juli 2018 al via hun dochter/zuster de beschikking hadden over voorbeelden van de door eiseres vervaardigde sjaals, zodat zij deze eenvoudig hebben kunnen (laten) namaken. Daar komt nog bij dat verweerder zijn klanten ten onrechte voorspiegelt dat hij originele sjaals van eiseres verkoopt. Het lijkt er al met al sterk op dat het door verweerder verrichte merkdepot een oneigenlijk doel had, namelijk het verhinderen van een eigen merkinschrijving door eiseres voor de goed verkopende sjaals. Het merkdepot wordt voorhands als te kwader trouw aangemerkt.