Gepubliceerd op maandag 9 februari 2026
IEF 23268
Rechtbank Den Haag ||
29 jan 2026
Rechtbank Den Haag 29 jan 2026, IEF 23268; ECLI:NL:RBDHA:2026:1562 ([eiseressen] tegen Millboard), https://www.ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-octrooibeslag-en-wapperverbod

Kort geding over octrooibeslag en wapperverbod

Rb. Den Haag 29 januari 2026, IEF 23268; ECLI:NL:RBDHA:2026:1562 ([eiseressen] tegen Millboard). In dit kort geding vorderen de distributeurs van de TimberTouch-vlonderplanken opheffing van een door Millboard gelegd conservatoir beslag, alsmede een verbod voor Millboard om derden aan te schrijven over vermeende octrooi-inbreuk (wapperverbod), een bevel tot opgave van aangeschreven afnemers en rectificatie. Millboard is exclusief licentienemer van Europees octrooi EP 1 951 971 B1 voor een specifieke opbouw van een vlonderplank en stelt dat de TimberTouch-planken inbreuk maken op conclusie 1 van dat octrooi. De eiseressen voeren aan dat het octrooi nietig is wegens toegevoegde materie en gebrek aan nieuwheid en inventiviteit, en dat hun product bovendien buiten de beschermingsomvang valt. Volgens hen is het beslag daarom ondeugdelijk en heeft Millboard onrechtmatig gehandeld door retailers te sommeren.

De voorzieningenrechter wijst alle vorderingen af. Voor opheffing van het beslag is vereist dat summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van de onderliggende vordering (art. 705 lid 2 Rv), maar daarvan is geen sprake: hoewel er serieuze vragen bestaan over de geldigheid en reikwijdte van het octrooi, is niet “vrij evident” dat het octrooi nietig is of dat geen sprake is van inbreuk. Dat vergt een diepgaand feitelijk en juridisch debat dat thuishoort in de lopende bodemprocedure. Ook de belangenafweging valt uit in het voordeel van Millboard. Het gevorderde wapperverbod, de opgave en de rectificatie worden eveneens afgewezen, omdat Millboard zich niet onrechtmatig op haar octrooirecht heeft beroepen: zij hoefde niet te beseffen dat er een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestond dat het octrooi ongeldig was of dat geen inbreuk werd gemaakt, mede gezien een eerdere opinie van het UK IPO die juist wél inbreuk aannam. De eiseressen worden veroordeeld in de proceskosten op grond van art. 1019h Rv.

4.6.

Hoewel uit hetgeen [eiseressen] heeft aangevoerd blijkt dat er serieuze vragen zijn over de geldigheid van het octrooi in het kader van toegevoegde materie, nieuwheid en inventiviteit, is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet vrij evident dat het octrooi nietig is. Uit hetgeen beide partijen hebben aangevoerd blijkt dat over ieder van die onderwerpen (toegevoegde materie, nieuwheid en inventiviteit) een uitgebreid feitelijk en juridisch debat is te voeren. De behandeling van dit uitgebreide debat dient plaats te vinden in de aanhangige bodemprocedure. Gezien dit debat tussen partijen is het de voorzieningenrechter in dit kort geding niet summierlijk gebleken dat het ingeroepen octrooirecht ondeugdelijk is en (dus) dat Millboard dat niet ten grondslag mocht leggen aan het beslag. Daarbij acht de voorzieningenrechter eveneens van belang dat het octrooi een Europees octrooi is, dat is vooronderzocht op de gebieden van nieuwheid, inventiviteit en (afwezigheid van) toegevoegde materie, en dat geen oppositie is ingesteld tegen het octrooi.

4.7.

Ook ten aanzien van de stelling van [eiseressen] dat de TimberTouch-vlonderplank niet onder de beschermingsomvang van het octrooi valt en daarom geen inbreuk maakt, geldt dat dit niet summierlijk is gebleken. [eiseressen] heeft – kort gezegd – aangevoerd dat de TimberTouch-vlonderplank wezenlijk anders is dan de uitvinding uit het octrooi, omdat de TimberTouch-vlonderplank een zachte kern van schuim heeft en een harde vezellaag en een rubberen toplaag aan de buitenkant, terwijl het octrooi een vlonderplank claimt met een harde kern, waarin de vezels zijn opgenomen, met een zachte toplaag aan de buitenkant. Gelet op hetgeen Millboard hiertegenover heeft gesteld is duidelijk dat ook op dit punt veel discussie tussen partijen bestaat en dat het niet vrij evident is dat de TimberTouch-vlonderplank buiten de beschermingsomvang valt. Daarbij acht de voorzieningenrechter tevens van belang dat het UK IPO eerder (wel) tot de conclusie is gekomen dat de TimberTouch-vlonderplank binnen de beschermingsomvang van het octrooi valt en dat het verhandelen van dit product dus inbreuk op het octrooi oplevert.

4.8.

Ook indien de belangen van beide partijen tegen elkaar worden afgewogen ziet de voorzieningenrechter geen reden om het beslag op te heffen. Millboard heeft er belang bij dat het beslag op de voorraad TimberTouch-vlonderplanken blijft rusten. Zoals [eiseressen] op de zitting ook heeft aangegeven, zal zij het verhandelen van de TimberTouch-vlonderplanken en daarmee de vermeende octrooi-inbreuk direct hervatten indien het beslag wordt opgeheven. Dit zal tot (verdere) schade aan de zijde van Millboard (kunnen) lijden, die beperkt kan worden door het beslag in stand te houden. Het belang van [eiseressen] bij opheffing van het beslag om het verhandelen van vermeend inbreukmakende producten te kunnen hervatten weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter minder zwaar. Dit geldt te meer nu in ieder geval voor [eiseressen sub 2] B.V. geldt dat haar bedrijfsvoering niet afhankelijk is van de omzet uit de verkoop van TimberTouch-vlonderplanken. De vordering tot opheffing van het beslag zal dan ook worden afgewezen.