IEF 18645

Interieur schoenenwinkels komen te zeer overeen: sprake van inbreuk op auteursrecht

Rechtbank Den Haag 7 augustus 2019, IEF 18645, IEFbe 2930; ECLI:NL:RBDHA:2019:8166 (Shoebaloo en MVSA tegen Invert GCV) Auteursrecht. Slaafse Nabootsing. Eerder is in deze zaak al de bevoegdheid van de Nederlandse rechter vastgesteld (zie IEF 16401 en IEFbe 2005). Shoebaloo exploiteert schoenenwinkels. Het interieur van deze winkels is gebaseerd op de Amerikaanse Antelope Canyons. Dit interieur is in opdracht van Shoebaloo door MVSA uitgewerkt. Invert heeft in haar schoenenwinkel in Antwerpen een interieur dat naar mening van Shoebaloo en MVSA te zeer overeenkomt met het interieur van de winkels van Shoebaloo. Het recht van het land waarvoor de bescherming wordt gevorderd, beheerst de rechtsverhouding. Dat is in dit geval België, daar waar de inbreuk gemaakt wordt. Nu werk- en inbreukbegrip geharmoniseerd zijn, heeft dit geen gevolgen. Van belang is dat de wand los gezien kan worden als werk op zich. Er zijn voldoende creatieve keuzes gemaakt bij het ontwerp van het interieur, en de vormgeving was niet gangbaar in het vormgevingserfgoed. Op grond van een vergelijking van beide interieurs wordt een zodanige overeenstemming geconstateerd dat sprake is van een inbreuk. De vordering op grond van slaafse nabootsing faalt echter nu deze onvoldoende is onderbouwd. De vorderingen worden voor zover redelijk toegewezen op grond van de auteursrechtinbreuk.

5.3. De vraag naar het op de rechtsverhouding tussen partijen toepasselijke recht dient te worden beantwoord aan de hand van Rome II3. Ingevolge de in artikel 4 lid 1 Rome II neergelegde hoofdregel is, tenzij in die verordening anders is bepaald, van toepassing het recht van het land waar de schade zich voordoet (lex loci damni), ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. Voor inbreuken op intellectuele eigendomsrechten, waaronder auteursrechten (zie de considerans van Rome II onder 26), geldt een bijzondere, dwingendrechtelijke regeling: artikel 8 lid 1 Rome II bepaalt dat de niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit een inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht, wordt beheerst door het recht van het land waarvoor de bescherming wordt gevorderd (lex loci protectionis).

5.8. Om als auteursrechtelijk beschermd werk te kunnen worden aangemerkt, dient allereerst sprake te zijn van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, dat voldoende nauwkeurig en objectief kan worden geïdentificeerd.5 MVSA c.s. heeft ter zitting aangegeven wat zij als zelfstandig werk beschouwt en in deze procedure tegen Invert c.s. inroept, namelijk de inrichting van de wanden met displays van het interieur van Shoebaloo, die volgens de door haar overgelegde verklaringen (zie onder 3.2 en 3.3) zijn geïnspireerd op “de geërodeerde lagen in de slot-canyons van Arizona” en waarvan (de afbeeldingen op) het plafond en de (marmeren) vloer geen onderdeel uitmaken. Nu die inrichting in het interieur van Shoebaloo een op zichzelf staand ontwerp betreft, dat als inkleding op de vloer, tegen de wanden en tot aan het plafond is aangebracht, kan die wandinrichting objectief worden geïdentificeerd en worden afgebakend van (het ontwerp van) de vloer en het plafond. De rechtbank gaat daarom voorbij aan het betoog van Invert c.s. dat voor de vraag wat in auteursrechtelijke zin als werk moet worden aangemerkt, het gehele interieur, dus ook de sterrenhemel en de marmeren vloer, in ogenschouw moet worden genomen.

5.12. Uit die voorbeelden uit het vormgevingserfgoed kan echter niet worden afgeleid dat MVSA uitsluitend bestaande stijlen en gangbare vormen heeft verwerkt in het interieur van Shoebaloo. De voorbeelden tonen weliswaar allemaal (deels) uit lagen opgebouwde (wand)inrichtingen, waarbij de meeste ook ruimte bieden voor het uitstallen of plaatsen van producten, maar voor zover daarmee al kan worden gesproken van een bepaalde stijl heeft MVSA daaraan met de combinatie van de (specifieke vormgeving van de) kenmerkende elementen van haar ontwerp op voldoende eigen wijze uiting gegeven. Zo is in geen enkel voorbeeld sprake van wandpanelen die in het verticale vlak bestaan uit gelijkmatige lagen van dezelfde dikte, die op elkaar aansluiten maar zichtbaar zijn door naden, welke lagen ongelijkmatig in diepte, hoogte (variërend van één tot meer lagen gegroepeerd) en plaats van de golven, in en uit golven, laat staan dat daarin displays worden gevormd op de wijze als in het ontwerp van MVSA.

5.20. Gegeven de afstand van het ontwerp van het interieur van Shoebaloo tot het vormgevingserfgoed en op grond van een vergelijking van beide interieurs, komt de rechtbank tot het oordeel dat van zodanige overeenstemming sprake is dat van een ongeoorloofde reproductie in auteursrechtelijke zin sprake lijkt te zijn. Zoals blijkt uit de onder 3.5 weergegeven afbeeldingen, vertoont het interieur van Invert immers onmiskenbaar de meest kenmerkende elementen van de onder 5.10 genoemde auteursrechtelijk beschermde trekken van het interieurontwerp van Shoebaloo, en in dezelfde combinatie. De wandpanelen van Invert zijn immers op exact dezelfde wijze als het interieur van Shoebaloo opgebouwd en gevormd, met lagen van eenzelfde dikte, eenzelfde groepering en eenzelfde manier van golven, en de displays worden op gelijke wijze gevormd en belicht. Ook in het interieur van Invert is in de etalage van de winkel, zichtbaar vanaf de straat, een (rondvormige) uitsparing aangebracht in de doorlopende wandpanelen. Die overeenkomsten kunnen niet – zoals Invert c.s. betoogt – worden verklaard door de keuze van Invert c.s. voor een al bestaande stijl, nu de interieurs uit het vormgevingserfgoed – voor zover daarin al van een stijl kan worden gesproken, verwezen wordt naar overweging 5.12 – hooguit met elkaar gemeen hebben dat de (wand)inrichtingen uit lagen zijn opgebouwd en, in de meeste gevallen, ook ruimte bieden voor het uitstallen of plaatsen van producten. De uitvoering daarvan is steeds duidelijk anders en in elk geval ook duidelijk anders dan in het interieur van Shoebaloo.

5.27. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat Shoebaloo een beroep op slaafse nabootsing toekomt, al omdat Shoebaloo schoenen op de markt brengt, en niet het product waarvoor zij bescherming beoogt te krijgen, haar interieur. Daarbij komt dat MVSA c.s., zeker in het licht van de betwisting van Invert c.s. dat voldaan is aan de voorwaarden van slaafse nabootsing, onvoldoende heeft toegelicht dat met het interieur sprake is van een eigen gezicht op de relevante markt. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat MVSA c.s. voor het eerst op zitting iets heeft gezegd over de voorwaarden waaraan voor slaafse nabootsing voldaan moet zijn, en daaruit wordt niet duidelijk welk object dat eigen gezicht volgens MVSA c.s. zou hebben: alleen het interieur van Shoebaloo met de onder de beoordeling van het auteursrecht vastgestelde beschermde elementen, of de hele winkel? Verder heeft zij niet de relevante markt geduid en het hebben van een eigen gezicht ook niet met stukken onderbouwd.