IEF 18221

Inbreuk op merk- en handelsnaamrechten LOTUS

Rechtbank Midden-Nederland 6 februari 2019, IEF 18221; ECLI:NL:RBMNE:2019:488 (LOTUS tegen Improvement Training en Adviesbureau/Lotuskring ABCD). Merkenrecht. Handelsnaamrecht. Kern van het geschil betreft de vraag of er sprake is van inbreuk door gedaagden op aan eiser toekomende merk- en handelsnaamrechten. De rechtbank oordeelt dat de naam LOTUS over voldoende onderscheidend vermogen beschikt. Daarnaast oordeelt de rechtbank ook dat er zowel visueel als auditief grote overeenstemming is met de door Improvement Training en Adviesbureau en Lotuskring ABCD gebruikte tekens. Zodoende concludeert de rechtbank dat Improvement Training en Adviesbureau en Lotuskring ABCD inbreuk maken op de merken- en handelsnaamrechten van LOTUS.

4.9. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben gedaagden onvoldoende gesteld en onderbouwd om aan te kunnen nemen dat de aanduiding LOTUS in 2014 de algemene benaming was voor de aangeboden diensten in klasse 41 en daardoor ieder onderscheidend vermogen mist. Het betoog van gedaagden komt er feitelijk op neer dat de aanduiding LOTUS in 2014 op het moment van deponering al gebruikelijk was voor de opleiding tot gediplomeerd slachtoffer (en voor het uitbeelden van een slachtoffer), bij de Lotus-kringen die een dergelijke opleiding aanboden en in de medische wereld, ongeacht wie die dienst aanbood. Vast staat dat er sinds de jaren zestig Lotus-kringen actief zijn en dat zij allen de opleiding tot gediplomeerd ‘lotus-slachtoffer’ verzorgen. Niet voldoende gesteld en gebleken is dat reeds voor 1975 het gebruik van de aanduiding LOTUS door de bedoelde Lotus-kringen tot gevolg had die aanduiding de algemene aanduiding voor de desbetreffende dienst is geworden. Vanaf 1975 vinden de activiteiten van die kringen plaats onder de paraplu van eiseres als koepelorganisatie en sinds 2006 tevens onder de paraplu van zustervereniging VLN als koepelorganisatie, die daarbij sedert t2007 opereert onder de gelding van de onder 2.7 genoemde overeenkomst. Daarnaast biedt: eiseres ook zelfde opleiding aan. Niet gesteld of gebleken is dat v66r 2014 de opleiding ook door andere opleidingsinstituten werd aangeboden, die niet tot dit samenwerkingsverband behoorden. Omdat in dit kort geding niet bekend is of, en zo ja, hoeveel andere aanbieders van soortgelijke diensten er waren, gaat de vergelijking met het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 29 maart 2005 niet op. Nu er geen andere aanbieders bekend zijn, moet ervan worden uitgegaan dat het gebruik van de aanduiding LOTUS voor 2014 was beperkt tot het gebruik door eiseres en de bij haar aangesloten kringen en (met eiseres’ toestemming) door VLN en de bij haar aangesloten kringen. Bij gebreke van tegenaanwijzingen moet er tevens van worden uitgegaan dat een en ander bekend was in de kring van het relevante publiek. Bij die stand van zaken kan niet worden gezegd dat de aanduiding LOTUS in het normale taalgebruik of het handelsverkeer de gebruikelijke benaming was voor de opleiding, ongeacht de herkomst van de dienst. Eiseres heeft daarom, naar in dit geding heeft te gelden, door het depot in 2014 de merkenrechtelijke bescherming van haar woordmerk verkregen. Bij de verdere beoordeling zal aldus worden uitgegaan van de geldigheid van het door eiseres ingeschreven woordmerk LOTUS.

4.13. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het teken LOTS zowel visueel als auditief in grote mate overeenstemt met het gedeponeerde woordmerk LOTUS. Dit omdat de eerste drie letters en de laatste letter van het teken hetzelfde zijn als van het merk, alleen de vierde letter van het merk in het teken ontbreekt en zowel het teken als het merk in hoofdletters zijn geschreven. Ook de tekens TraumaLOlUS en Trauma opgeleide LOTUS, al dan niet met haakjes en/of ®-teken, stemmen globaal beoordeeld, naar de totaalindruk die zij maken, in aanmerkelijke mate overeen met het woordmerk. Dit omdat de aanduiding LOTUS gelijk is aan het merk en dit het meest kenmerkende en dominerende bestanddeel vormt van de tekens. Aan het merk LOTUS komt groot onderscheidend vermogen toe, temeer nu dit merk al tientallen jaren bekend is bij het relevante publiek. De overige bestanddelen van de tekens zijn slechts beschrijvend van aard.

4.14. De tekens LOTS, TraumaLOTUS en Trauma opgeleide LOTUS, al dan niet met haakjes en/of ®-teken, zijn door gedaagden gebruikt als aanduiding van de door gedaagden sub 1 tot en met 3 aangeboden opleiding tot ‘traumalotus’ ten behoeve van de inzet bij derden, een vervolgopleiding op de door eiseres onder het merk aangeboden opleiding tot gediplomeerd ‘lotus-slachtoffer’. Het aanbieden van die specifieke vorm van opleiding kan op zijn minst worden aangemerkt als soortgelijk aan de diensten waarop de merkinschrijving van eiseres betrekking heeft. Het gaat bij beiden immers in de kern om het aanbieden van een opleiding tot een gediplomeerd slachtoffer, dat in staat is letsels en ziektebeelden uit te beelden en dat valt onder klasse 41. 4.15. Tot slot kan het gebruik van de tekens LOTS, TraumaLOTUS en Trauma opgeleide LOTUS, al dan niet met haakjes en/of ®-teken, door gedaagden gevaar voor verwarring meebrengen in de onder 4.11. genoemde zin. Gezien de soortgelijkheid van de diensten van partijen en de mate van overeenstemming tussen het merk en de tekens en de onderscheidingskracht en bekendheid van het merk LOTUS acht de voorzieningenrechter ten minste indirect verwarringsgevaar aanwezig. De mogelijkheid bestaat namelijk dat het publiek dat gewoonlijk gebruik maakt van de aangeboden diensten, (ten onrechte) zal denken dat de vervolgopleiding van gedaagden door eiseres wordt aangeboden, dan wel dat gedaagden op enige wijze aan eiseres verbonden zijn.

4.15. Tot slot kan het gebruik van de tekens LOTS, TraumaLOTUS en Trauma opgeleide LOTUS, al dan niet met haakjes en/of ®-teken, door gedaagden gevaar voor verwarring meebrengen in de onder 4.11. genoemde zin. Gezien de soortgelijkheid van de diensten van partijen en de mate van overeenstemming tussen het merk en de tekens en de onderscheidingskracht en bekendheid van het merk LOTUS acht de voorzieningenrechter ten minste indirect verwarringsgevaar aanwezig. De mogelijkheid bestaat namelijk dat het publiek dat gewoonlijk gebruik maakt van de aangeboden diensten, (ten onrechte) zal denken dat de vervolgopleiding van gedaagden door eiseres wordt aangeboden, dan wel dat gedaagden op enige wijze aan eiseres verbonden zijn.