IEF 19199

Inbreuk door publiceren van sexy foto's uit fotoshoot

Ktr. Rechtbank Rotterdam 1 mei 2020, IEF 19199, IT 3132; ECLI:NL:RBROT:2020:4296 (Boudoir fotoshoot) Gedaagde is bruidsfotograaf en beheert, onder andere, de website. Op 4 september 2017 heeft eiseres deelgenomen aan een in opdracht van eiseres door gedaagde uitgevoerde boudoir fotoshoot, op de website van gedaagde omschreven als ‘een romantische fotoshoot met een sexy randje’. Eiseres stelt dat gedaagde meervoudig inbreuk heeft gemaakt op het portretrecht van eiseres door het verveelvoudigen c.q. publiceren en/of openbaar maken. Gedaagde publiceerde namelijk in totaal 9 in opdracht van eiseres vervaardigde foto’s, zonder nadrukkelijke toestemming van eiseres. Daarnaast maakte gedaagde de foto’s openbaar door middel van plaatsing op de website en/of op social media platforms. Ook stelt ze dat gedaagde aansprakelijk is voor de door eiseres gelden en nog te leiden (immateriële) schade als gevolg van de meervoudige inbreuk op het portretrecht.

Er wordt geoordeeld dat gedaagde met het zonder toestemming van eiseres publiceren van een negental foto’s op website, Facebook, Instagram en Pinterest, meervoudig inbreuk op het portretrecht van eiseres heeft gemaakt en daarmee, ex artikel 6:162 BW, toerekenbaar onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en gehouden is de hierdoor door eiseres geleden (immateriële) schade te vergoeden. Er wordt overwogen dat de stelling van gedaagde dat de foto’s op website niet geplaatst zijn op de homepage van de website, doch slechts op een subpagina, eveneens niet af doet aan de onrechtmatige gedraging van gedaagde. Dat de kring van personen, die eiseres op de foto’s zouden kunnen herkennen klein is, nu zij geen publiek figuur is, doet daar niets aan af en maakt het handelen van gedaagde niet minder laakbaar. Of de op social media geplaatste foto’s verschillen van de op de website geplaatste foto’s is tevens niet van belang. Zowel met het zonder toestemming publiceren van de foto’s op de website als met het zonder toestemming publiceren van de foto’s op sociale media handelt gedaagde - afzonderlijk van elkaar - onrechtmatig. Of er sprake is van overlap tussen de foto’s verandert niets aan de onrechtmatigheid van de gedragingen van gedaagde.

Bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding weegt naar het oordeel van de kantonrechter zwaar dat de foto’s gepubliceerd zijn op websites en social media, welke voor iedereen toegankelijk zijn. Dit impliceert ook dat de mogelijkheid bestaat dat derden de foto’s hebben gedownload, gekopieerd c.q. op enige andere wijze hebben opgeslagen in eigen bestanden en/of op eigen apparaten. Voorts kan ook niet worden uitgesloten dat derden de foto’s met anderen hebben gedeeld en daarmee verder hebben verspreid. Daarnaast wordt meegewogen dat het in onderhavige kwestie niet om de publicatie van één enkele foto gaat, maar om de publicatie van maar liefst negen foto’s, welke ook nog eens via diverse kanalen openbaar zijn gemaakt. Bovendien is de door gedaagde aangeboden boudoir fotoshoot van geheel andere aard dan een standaard-fotoshoot, onder meer en vooral door de wijze waarop men gefotografeerd wordt; in niet–alledaagse poses en slechts gekleed in lingerie. Doordat niet afgeleiden kan worden hoe hoog de schade exact is de door gedaagde aan eiseres te betalen schadevergoeding ex aequo et bono schatten op een bedrag van € 1.500,00.

4.3. Partijen verschillen wel van mening over het aantal foto’s dat door [gedaagde] gepubliceerd is. [eiseres] heeft gesteld dat er een zestal foto’s zijn geplaatst op de website [website] en op zowel Facebook, Instagram als Pinterest elk één foto. [eiseres] heeft haar stellingen dienaangaande onderbouwd door screenshots van de betreffende webpagina’s in het geding te brengen. [gedaagde] heeft hiertegen aangevoerd dat het slechts om een zestal verschillende foto’s gaat, nu de drie op social media geplaatste foto’s dezelfde foto’s betreffen als de foto’s, welke op de website zijn geplaatst. De kantonrechter overweegt te dien aanzien dat niet door [gedaagde] is betwist dat de bewuste foto’s alle zonder toestemming van [eiseres] zijn geplaatst. In beginsel staat daarmee vast dat [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld. Of de op social media geplaatste foto’s verschillen van de op de website geplaatste foto’s is voor deze beoordeling niet van belang. Zowel met het zonder toestemming publiceren van de foto’s op de website als met het zonder toestemming publiceren van de foto’s op sociale media handelt [gedaagde] - afzonderlijk van elkaar - onrechtmatig. Of er sprake is van overlap tussen de foto’s verandert niets aan de onrechtmatigheid van de gedragingen van [gedaagde] .

4.4.De stelling van [gedaagde] dat de foto’s op [website] niet geplaatst zijn op de homepage van de website, doch slechts op een subpagina, doet naar het oordeel van de kantonrechter  eveneens niet af aan de onrechtmatige gedraging van [gedaagde] . Dat de foto’s niet op de homepage zijn geplaatst, maar op een subpagina, kan hoogstens betekenen dat een bezoeker van de website niet direct de foto’s te zien krijgt, maar dat deze eerst via bijvoorbeeld het klikken op een link de foto’s kan bekijken. Dat neemt niet weg dat de foto’s desondanks voor iedereen te benaderen waren.

4.5. [gedaagde] heeft voorts gesteld dat [eiseres] niet op alle foto’s herkenbaar is. Volgens [gedaagde] zien bekenden van [eiseres] wellicht niet eens direct dat de geportretteerde [eiseres] betreft. Bovendien is [eiseres] geen publiek figuur, zodat de kring van personen, die haar eventueel zouden kunnen herkennen, klein is. De kantonrechter overweegt daaromtrent als volgt. Een portret betreft een afbeelding (van het gelaat) van een persoon, met of zonder verdere lichaamsdelen. De Hoge Raad heeft hieromtrent bepaald dat een kenmerkende lichaamshouding eveneens kan bijdragen aan de herkenbaarheid van de geportretteerde (HR 30 oktober 1987, ECLI:NL:HR:1987:AD0034, NJ 1988/277). Voorts is bepaald dat het geheel of gedeeltelijk onherkenbaar zijn van het gelaat van de geportretteerde er niet aan in de weg hoeft te staan dat er sprake is van een portret, nu ook uit hetgeen die afbeelding overigens toont, de identiteit van die persoon kan blijken (HR 2 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3416, NJ 2004/80). In het licht van voornoemde jurisprudentie behoeft het feit dat het gelaat van [eiseres] niet op elke foto zichtbaar is - op enkele foto’s is slechts de buik, benen en/of de achterzijde van het lichaam zichtbaar - er geenszins aan in de weg te staan dat [eiseres] , voor wie dan ook, herkenbaar is op de foto. Dat de kring van personen, die [eiseres] op de foto’s zouden kunnen herkennen klein is, nu zij geen publiek figuur is, doet daar niets aan af en maakt het handelen van [gedaagde] niet minder laakbaar. Het verweer van [gedaagde] op dit punt wordt dan ook verworpen.

Afbeelding: dzako83 van Pixabay