IEF 18972

HR: klachten leiden niet tot vernietiging wodka-arrest

HR 24 januari 2020, IEF 18972; ECLI:NL:HR:2020:112 (Spirits tegen FKP) Cassatie. Vervolg op [IEF 13355]. Geschil tussen Russische staatsonderneming en private partij over wie rechthebbende is op Benelux-merken voor wodka. De klachten over het arrest van het hof zijn beoordeeld. Deze klachten kunnen niet leiden tot vernietiging van het arrest, zie ook de conclusie van de A-G [IEF 18727]. Spirits wordt zowel in het principale als in het incidentele beroep in het ongelijk gesteld. De zaak wordt afgedaan door de veroordeling in de proceskosten in de bestreden uitspraak te vernietigen en een bedrag toe te wijzen, het dubbele van het standaardtarief voor complexe zaken, € 80.000,--.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).

3.3.4

Bij de beoordeling van middel 3 wordt vooropgesteld dat het HvJEU met betrekking tot hetgeen moet worden verstaan onder ‘redelijke en evenredige gerechtskosten’ in art. 14 Handhavingsrichtlijn, heeft beslist dat deze bepaling zich niet verzet tegen een nationale regeling die een systeem van forfaitaire tarieven behelst voor vergoeding van de kosten voor de bijstand door een advocaat, mits die tarieven waarborgen dat minstens een significant en passend deel van de redelijke kosten van de in het gelijk gestelde partij door de verliezende partij wordt gedragen.

In hoger beroep heeft FKP het hiervoor in 3.1 vermelde bedrag van € 178.707,91 gevorderd, dat zij naar behoren heeft gespecificeerd en onderbouwd. Spirits vorderde in appel een nog aanzienlijk hoger bedrag. Wanneer de complexiteit die deze zaak heeft aangenomen, de omvang van de processtukken in hoger beroep en de door Spirits niet bestreden kostenspecificaties in ogenschouw worden genomen, moet worden geoordeeld dat het toepasselijke bedrag van de Indicatietarieven 2017 – maximaal € 40.000,-- – in dit geval niet kan worden beschouwd als ‘een significant en passend deel van de redelijke kosten’ die FKP in hoger beroep heeft gemaakt.

In zoverre is sprake van een bijzonder geval als bedoeld in punt 7 onder (b) van de Indicatietarieven gerechtshoven 2017 en slaagt het middel. Er is evenwel geen grond het uitgangspunt te verlaten van die in 2017 aangepaste tarieven dat de enkele omstandigheid dat een kostenopgave is onderbouwd en niet is bestreden, niet zonder meer leidt tot toewijzing van het gevorderde bedrag.