Gepubliceerd op woensdag 7 oktober 2026
IEF 23903
Rechtbank Amsterdam ||
1 okt 2026,
Rechtbank Amsterdam 1 okt 2026,, IEF 23903; ECLI:NL:RBAMS:2026:9818 (W&P tegen Colliers), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-reworc-en-colliers-reworks

Geen verwarringsgevaar tussen REWORC en Colliers Reworks

Rb. Amsterdam 1 oktober 2026, IEF 23903; ECLI:NL:RBAMS:2026:9818 (W&P tegen Colliers). Work & People Analytics B.V. (W&P) exploiteert onder de naam Reworc een softwareplatform voor de optimalisatie van kantoorvastgoed en is houdster van het Benelux-woordmerk REWORC. Colliers lanceerde voor de optimalisatie van kantoorruimte een platform onder het teken Reworks. W&P vorderde in kort geding onder meer staking van merkinbreuk, staking van onrechtmatig gebruik van een met haar handelsnaam overeenstemmend onderscheidingsteken, rectificatie en verstrekking van gegevens. De voorzieningenrechter oordeelt dat Reworks niet identiek is aan REWORC, zodat van inbreuk op grond van artikel 2.20 lid 2 sub a BVIE geen sprake is. Voor artikel 2.20 lid 2 sub b BVIE stemmen merk en teken wel in hoge mate visueel en auditief overeen en bestaat begripsmatig geen verschil van betekenis, omdat het relevante publiek beide zal opvatten als een afgeleide van “reworking”. De vraag of W&P gelet op de omschrijving van haar merkregistratie over een rechtsgeldig merk beschikt waarmee zij tegen het gebruik kan optreden, laat de voorzieningenrechter echter in het midden. Ook uitgaande van een geldig merk is onvoldoende aannemelijk dat sprake is van verwarringsgevaar.

Het onderscheidend vermogen van REWORC is volgens de voorzieningenrechter zeer gering, omdat het merk in grote mate beschrijvend is voor de door W&P aangeboden diensten; de afwijkende spelling ten opzichte van “rework” neemt dat beschrijvende karakter niet weg. Hoewel partijen gelijke of overeenstemmende diensten aanbieden, heeft het merk daardoor slechts een geringe beschermingsomvang. Daarbij komt dat Colliers vóór de mondelinge behandeling het gebruik had aangepast en Reworks alleen nog in combinatie met haar eigen naam gebruikte als “Colliers Reworks”. Volgens de voorzieningenrechter is daarmee het verwarringsgevaar weggenomen: vanwege het beschrijvende karakter van Reworks geldt Colliers als het dominante bestanddeel en liggen de totaalindrukken voldoende ver uiteen. Ook het beroep op artikel 6:162 BW in verband met de oudere handelsnaam Reworc slaagt niet. Colliers gebruikt Reworks niet als handelsnaam en er bestaat geen verwarringsgevaar met “Colliers Reworks”. Bovendien zijn, ook indien verwarring zou worden aangenomen, geen bijkomende omstandigheden voldoende aannemelijk gemaakt die het gebruik van de beschrijvende naam onrechtmatig maken, zoals oneerlijke mededinging of een bewuste keuze om bij W&P aan te haken. Alle gevraagde voorzieningen worden afgewezen en W&P wordt veroordeeld in de proceskosten van € 18.924.

Verwarringsgevaar

4.8.

De kern van het geschil bestaat eruit dat moet worden beoordeeld of, gelet op alle omstandigheden van het geval, sprake is van verwarringsgevaar. Daarbij wordt meegewogen dat het onderscheidend vermogen van het merk ‘reworc’ zeer gering is. Het is in grote mate beschrijvend voor de diensten die door W&P worden aangeboden. Het anders spellen van een merk (reworc in plaats van rework), terwijl het merk fonetisch gelijk blijft, neemt het beschrijvende karakter niet weg. Dat betekent dat de beschermingsomvang van het merk gering is. Partijen bieden weliswaar gelijke en/of overeenstemmende diensten aan, maar, zoals ook bleek uit de stukken die door Colliers zijn ingediend, zijn er veel ondernemingen die het woord ‘rework’ (of een afgeleide daarvan) gebruiken in het kader van (platforms voor) kantoren, werkplekken en/of onroerend goed. Met de geringe beschermingsomvang kan W&P vooral optreden tegen (vrijwel) identieke tekens en daarvan is geen sprake. Daar komt bij dat Colliers tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij het teken ‘Reworks’ enkel nog zal gebruiken in combinatie met ‘Colliers’: ‘Colliers Reworks’. Zij heeft die wijziging voorafgaand aan de mondelinge behandeling ook al doorgevoerd op haar website. Het gevaar voor verwarring is daarmee weggenomen. Gelet op het beschrijvende karakter van ‘Reworks’ wordt ‘Colliers’ als het dominante bestanddeel van het teken gezien, waarmee de totaalindrukken voldoende ver uit elkaar liggen.

4.8.

De conclusie op grond van het voorgaande is dat het verwarringsgevaar tussen het merk en het teken onvoldoende is en daarmee niet aannemelijk is geworden dat een merkinbreuk door Colliers op de merkrechten van W&P in een bodemprocedure zal worden toegewezen.

Handelsnaamrecht

4.9.

W&P heeft verder gesteld dat de door haar gebruikte handelsnaam 'Reworc' bescherming geniet van de Handelsnaamwet. Colliers gebruikt ‘Reworks’ weliswaar niet als handelsnaam, maar het gebruik van ‘Reworks’ zorgt volgens W&P wel voor verwarringsgevaar met haar oudere handelsnaam en is daarmee onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW).

4.10.

Gelet op het feit dat er geen verwarringsgevaar bestaat tussen ‘Reworc’ en ‘Colliers Reworks’ kan een beroep op artikel 6:162 BW niet slagen. Zelfs in het geval dat verwarringsgevaar wel zou worden aangenomen, leidt dat niet tot een andere uitkomst. Beschrijvende handelsnamen zijn via artikel 6:162 BW beschermd voor zover sprake is van verwarringsgevaar, maar dan zullen andere, bijkomende omstandigheden nodig zijn om het latere gebruik van dezelfde of een slechts in geringe mate afwijkende naam onrechtmatig te kunnen achten.1 Dat daarvan in dit geval sprake zou zijn is door W&P onvoldoende onderbouwd. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van oneerlijke mededinging of dat Colliers er bewust voor heeft gekozen om deze naam te gebruiken. Dat partijen elkaar eerder hebben ontmoet en Colliers via een klant gebruik zou hebben gemaakt van de Reworc-software is daarvoor niet voldoende.

4.11.

Concluderend is het onvoldoende aannemelijk dat Colliers inbreuk maakt op de handelsnaam Reworc.