IEF 19805

Geen verwarringsgevaar tussen Juuni en June

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 3 maart 2021, IEF 19805, C/16/515365 / KG ZA 21-6 (Upsource tegen June en Siam) Upsource is - kort gezegd - een uitzendbureau, handelend onder de naam Juuni, dat zich specifiek richt op klantcontact/klantenservice. June is eveneens een uitzendbureau. Upsource is van mening dat June inbreuk maakt op haar handelsnaam- en merkrecht met betrekking tot Juuni wegens het voeren van een - volgens haar - soortgelijke naam en vergelijkbaar logo. De voorzieningenrechter oordeelt dat hier geen sprake van is aangezien Juuni en June, ondanks enige overeenstemming, geen verwarringsgevaar veroorzaken wegens het relatief hoge aandachtsniveau van het relevante publiek.

3.13 De volgende vraag die ter beantwoording voorligt, is of er sprake is van direct en indirect verwarringsgevaar. De voorzieningenrechter is voorhands van oordeel dat hiervan op grond van het voorgaande onvoldoende is gebleken om hier bij wijze van voorlopige voorziening vooruit te kunnen lopen op de uitkomst van de bodemprocedure. Daarbij heeft de voorzieningenrechter alle relevante factoren en omstandigheden tegen elkaar afgewogen. Er is sprake van enige visuele en begripsmatige overeenstemming tussen het woordmerk 'Juuni' en het teken 'June'. Er is echter geen auditieve overeenstemming, terwijl juist de mate van auditieve overeenstemming relevant is nu het om een woordmerk gaat. De overeenstemming is daarom gering. Daarnaast heeft het woordmerk weliswaar onderscheidende kracht omdat de betekenis niet beschrijvend is voor uitzenddiensten, maar de onderscheidende kracht is beperkt omdat het woordmerk is afgeleid van de kalendermaand juni. Daar komt bij dat het relevante publiek gemiddeld genomen een relatief hoog aandachtsniveau heeft. Bij hen zullen de verschillen tussen de totaalindrukken van het merk 'Juuni' en het teken 'June' snel opvallen. Er is naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook onvoldoende gebleken van een reëel gevaar voor directe of indirecte verwarring bij dat publiek.

3.16 De voorzieningenrechter heeft in dat kader reeds geoordeeld dat geen sprake is van verwarringsgevaar, omdat sprake is van een publiek met een hoog aandachtsniveau die geacht moet worden de verschillen in de totaalindrukken van de beide namen te herkennen, nu er slechts beperkt sprake is van visuele overeenstemming en - voor zover wordt uitgegaan van een Nederlandstalige uitspraak van 'Juuni' - geen auditieve overeenstemming. En in het geval bij een Engelstalige uitspraak van de naam 'Juuni', sprake is van enige auditieve overeenstemming dan ontbreekt een begripsmatige overeenstemming. Nu er door Upsource in het kader van de handelsnaaminbreuk geen nieuwe argumenten zijn aangedragen, geldt deze beoordeling eveneens voor de gestelde handelsnaaminbreuk. Daarbij komt nog dat partijen hun handelsnamen op het internet en in hun digitale handtekening (veelal) gebruiken in de vorm van een logo (zie 2.1 en 2.3). Deze logo's zijn verschillend in vormgeving en dragen niet bij aan mogelijk verwarringsgevaar.