IEF 19367

Geen sprake van inbreuk door Jan de Belastingman op de rechten van JAN

Vzr. Rechtbank Amsterdam 29 juli 2020, IEF 19367; ECLI:NL:RBAMS:2020:3719 (JAN tegen Jan de Belastingman) Kort geding. Merkenrecht. Handelsnaamrecht. Accountantskantoor JAN stelt dat Jan de Belastingman - een chatbot waarmee een student gratis mensen helpt met hun belastingaangifte - inbreuk maakt op haar merkenrecht en handelsnaamrecht. De voorzieningenrechter oordeelt dat woordmerk JAN en het teken Jan de Belastingman slechts beperkt overeenstemmen. Het beeldmerk JAN en het logo Jan de Belastingman stemmen nauwelijks overeen. JAN heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van verwarringsgevaar. Daarnaast is de mate waarin de partijen dezelfde diensten aanbieden zeer beperkt. Waar JAN meerdere betaalde diensten aanbiedt, biedt Jan de Belastingman slechts één gratis dienst aan. De partijen hanteren verschillende werkwijzen en hebben verschillende doelgroepen. Jan de Belastingman trekt met zijn handelsnaam geen voordeel uit de reputatie van het merk JAN en doet ook geen afbreuk aan de reputatie van het merk JAN. Derhalve is er geen sprake van inbreuk.

Op andere blogs:
LawFox 

4.3. In dit kort geding kunnen de vorderingen van JAN , voor zover gebaseerd op artikel 2.20 lid 2 onder b en d BVIE, alleen worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat [gedaagde] op die gronden merkinbreuk pleegt. Dit is niet zodanig aannemelijk dat hiervoor het treffen van een voorlopige voorziening gerechtvaardigd wordt geacht. Redengevend hiervoor is het volgende.

(1) Het woordmerk JAN en het teken Jan de Belastingman stemmen slechts in beperkte mate overeen. Weliswaar stemt het meer onderscheidende element ‘ Jan ’ in het teken overeen met het woordmerk JAN , maar het (beschrijvende) element ‘de Belastingman’ beperkt de visuele en auditieve overeenstemming tussen merk en teken aanmerkelijk. 

(2) De beeldmerken van JAN en het logo van [gedaagde] stemmen nauwelijks overeen. JAN heeft zich in dit verband beroepen op de kenmerkende kleur oranje van haar beeldmerken, maar die kleur is in het logo van [gedaagde] ondergeschikt. 

(3) Ook de mate waarin partijen dezelfde diensten aanbieden is slechts zeer beperkt. JAN biedt ondernemers tal van betaalde diensten aan, waaronder fiscale diensten; [gedaagde] biedt particulieren slechts één gratis dienst aan, welke dienst is beperkt tot het geven van informatie over bepaalde aftrekposten in het kader van de inkomstenbelasting. 

(4) Gevaar voor verwarring is niet door JAN (aan de hand van concrete voorbeelden) aannemelijk gemaakt. Dit gevaar zal hoe dan ook zeer beperkt zijn, gezien de verschillende werkwijze van partijen en gezien de verschillende doelgroepen. JAN is een onderneming die haar cliënten (ondernemers) op traditionele wijze bedient, waarbij de nadruk ligt op persoonlijk advies en contact in de ‘fysieke wereld’. Jan de Belastingman is een chatbot (dus niet persoonlijk en alleen actief op het internet) die zich richt op mindervermogende particulieren. 

(5) Niet aannemelijk is geworden dat [gedaagde] met zijn handelsnaam of domeinnaam voordeel trekt uit of afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk JAN . Niet aannemelijk is dat het in aanmerking komende publiek veronderstelt dat sprake is van een commerciële band of andere relatie tussen JAN en [gedaagde] . Evenmin is in dit kort geding aangetoond of aannemelijk geworden dat [gedaagde] zou profiteren van de inspanningen van JAN en/of dat het merk JAN zou verwateren door gebruik van het teken Jan de Belastingman.