IEF 17980

Geen portretrechtinbreuk: Nederlands jurist door strafrechtelijk verleden min of meer publiek persoon geworden

Parbode

Rechtbank Amsterdam 19 september 2018, IEF ; ECLI:NL:RBAMS:2018:6698 (Parbode) Mediarecht. Portretrecht. De uitgeefster van het Surinaamse blad Parbode moet een bericht uit 2014 waarin ze een Nederlandse jurist en bedrijvendokter beticht van oplichting rectificeren door een bericht op haar website en Facebookpagina te plaatsen. Ook moet de uitgeefster een bericht uit 2015 – waarin stond dat de jurist een plantage in bezit kreeg door mee te werken aan het verkrijgen van een valse akte van doodverklaring van de plantage eigenaresse – rectificeren. Geen inbreuk portretrecht. Uit de houding van de geportretteerde blijkt geen verzet tegen het nemen van die foto. Het gelaat is niet zichtbaar en als gevolg van zijn verleden en strafrechtelijke veroordeling is hij min of meer een publiek persoon geworden.

Gepubliceerde foto

4.13.    [Eiser] heeft verder gesteld dat de door [gedaagde sub 1] gebruikte foto van hem een inbreuk maakt op zijn portretrecht (artikel 21 Auteurswet) en dat daarom de publicaties van [gedaagde sub 1] onrechtmatig jegens hem zijn.

4.14. De gepubliceerde foto van [eiser] is gemaakt in het openbaar. Uit de houding van de geportretteerde blijkt geen verzet tegen het nemen van die foto. Op de foto is een man van de zijkant afgebeeld, met een zonnebril. Het gelaat van [eiser] is niet zichtbaar op de foto. Verder is van belang dat [eiser] een dergelijke inbreuk op zijn portretrecht heeft te dulden. Als gevolg van zijn verleden, en ook door zijn strafrechtelijke veroordeling, is hij min of meer een publiek persoon geworden. De foto die [gedaagde sub 1] heeft geplaatst bij de publicaties dienen dan ook een aanvullende rol op haar berichtgeving over de plantage die [eiser] wenst te verkopen en vormen in die zin geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiser].

4.15. Het bovenstaande vastgestelde gebruik van de foto van [eiser] rechtvaardigt dan ook niet toewijzing van zijn vorderingen op [gedaagde sub 1] .