IEF 20566

Directe octrooi-inbreuk

Hof Den Haag 1 maart 2022, IEF 20566; 200.301 .081/01 (LONGi tegen Hanwha) Deze zaak gaat over de vraag of LONGi met door haar verhandelde zonnepanelen inbreuk maakt op een Europees octrooi van Hanwha. Net als de voorzieningenrechter Rotterdam [IEF 20219] oordeelt het hof dat LONGi onrechtmatig handelt, nu ook op grond van directe octrooi-inbreuk. Het in eerste aanleg gegeven grensoverschrijdende verbod wordt verder uitgebreid met extra landen waar Hanwha’s octrooi inmiddels is geregistreerd. De nevenvorderingen en volledige proceskostenvorderingen worden eveneens toegewezen.

6.76
De primaire vordering van Hanwha is gericht op een aan LONGi op te leggen verbod om inbreuk te maken op het octrooi in alle landen waar dat van kracht is. Naar voorlopig oordeel staat als niet weersproken vast dat LONGi haar Producten heeft aangeboden en  verkocht aan een distributeur in Frankrijk en haar Producten aldaar heeft laten afleveren (zie par.24 MvA Inc). Zowel verkoop als het bedrijfsmatige gebruik en verdere verkoop van die Producten leveren in Frankrijk inbreuk op het Franse deel van het octrooi op. Gelet op artikel 28 lid1 (a) Tripsverdrag zullen dat eveneens verboden handelingen zijn
in de ander landen waar het octrooi van kracht is. LONGi heeft niet bestreden dat zij de positie van LONGi GmbH als distributeur voor de Europese markt heeft overgenomen. In het marketingmateriaal van LONGi wordt vermeld dat het Europese distributiecentrum  in Rotterdam is gevestigd. Over de positie van LONGi wordt daarin gezegd dat de vestiging
in Nederland zal uitgroeien tot een logistiekcentrum en daarmee een belangrijke pijler zal worden van LONGi’s activiteiten in Europa. Dit levert voldoende dreiging op van inbreuk om een grensoverschrijdend verbod op te leggen voor die landen waar het octrooi van kracht is en Hanwha als octrooihouder is geregistreerd, te weten België, Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Liechtenstein, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland.