IEF 19097

Conclusie P-G in Spin Master tegen High5

HR Conclusie P-G 18 februari 2020, IEF 19097; ECLI:NL:PHR:2020:168 (Spin Master tegen High5) Zie eerder  [IEF 16516], [IEF 17968], [IEF 18077] en [IEF 18694]. Deze cassatie in het belang der wet komt na een prejudiciële verwijzing en gaat over art. 90 GModVo en meer in het bijzonder over de vraag of ook andere dan Haagse voorzieningenrechters bevoegd zijn om kennis te nemen van Gemeenschapsmodelinbreuken. Het HvJ EU heeft inmiddels geoordeeld dat art. 90 lid 1 GModVo als volgt moet worden uitgelegd: rechtbanken van lidstaten die bevoegd zijn voorlopige of beschermende maatregelen te bevelen voor een nationaal model, zijn tevens bevoegd dergelijke maatregelen te bevelen voor een Gemeenschapsmodel. Conclusie: niet enkel Haagse voorzieningenrechters zijn bevoegd om kennis te nemen van Gemeenschapsmodelinbreuken.

1.4  Op 21 november 2019 heeft het Luxemburgse hof geoordeeld dat art. 90 lid 1 GModVo zo moet worden uitgelegd dat de rechtbanken van de lidstaten die bevoegd zijn voorlopige of beschermende maatregelen te bevelen voor een nationaal model, ook bevoegd zijn dergelijke maatregelen te bevelen voor een Gemeenschapsmodel. Er is dus in kort geding geen exclusiviteit voor de rechtbanken voor het Gemeenschapsmodel. Dergelijke zaken kunnen in kort geding ook worden beslist door voorzieningenrechters van andere rechtbanken, zoals die van de rechtbank Amsterdam deed in de voor cassatie in belang der wet voorgedragen uitspraak in onze zaak.