IEF 16516

Gemeenschapsmodelinbreukverbod voor klitteband speelballetjes

Bunchems

Vzr. Rechtbank Amsterdam 12 januari 2017, IEF 16496; ECLI:NL:RBAMS:2017:298 (Spin Master tegen High5 Products) Gemeenschapsmodelrecht. Spinmaster verhandelt plastic (klittenband) speelballetjes onder de naam "Bunchems". Door de balletjes aan elkaar te "klitten" kunnen vormen en figuren worden gemaakt. Zij is houdster van een gemeenschapsmodel. High5 verhandelt soortgelijke balletjes onder de naam "Linkeez". Spin Master beroept zich op het auteursrecht, terwijl in het land van oorsprong, de VS, een design patent niet samen met een auteursrecht kan vallen en dus geen bescherming via 2 lid 7 Berner Conventie geniet. Of dit Amerikaanse design patent nieuwheidsschadelijk is, is niet eenvoudig te beantwoorden en gaat dit kort geding te buiten. Het modelrecht beschermt meer dan enkel de technisch verworvenheid van 'het haakje', maar ook het pluizige karakter, de keuze van lengte en dikte van de tentakels, de rangschikking en de vorm. Er is modelrechtinbreuk. De standpunten over het auteursrecht en de slaafse nabootsing behoeft dan ook geen verdere bespreking. Het opbergkoffertje en de grote dozen maken geen inbreuk. De verzameling van accessoires (snorren, hoeden en brillen) is één op één gekopieerd en maken auteursrechtinbreuk. Verbod en recall worden bevolen.

de speelballetjes

4.3. Als productie 14 heeft Spin Master het Gemeenschapsmodel waarop zij zich thans beroept (registratienummer 002614669-0002) in het geding gebracht. Dit model is op 16 januari 2015 geregistreerd. Op grond van artikel 85 lid 1 van de Gemeenschapsmodellenverordening zal de bodemrechter ervan uitgaan dat het modelrecht van Spin Master rechtsgeldig is. In dit kort geding dient allereerst de vraag te worden beantwoord of voldoende aannemelijk is, zoals High5 heeft betoogd, dat de bodemrechter het modelrecht van Spin Master desalniettemin nietig zal verklaren. High5 voert daartoe aan dat Spin Master vergeefs prioriteit inroept van het Amerikaanse design patent, aangevraagd op 29 augustus 2014. Spin Master bestrijdt dit met een beroep op artikel 4C lid 1 van het Unieverdrag van Parijs, stellende dat het Gemeenschapsmodel is aangevraagd op 16 januari 2015, dus binnen zes maanden na de aanvraag van het Amerikaanse design patent. Volgens High5 wijkt echter het Amerikaanse design patent af van het Gemeenschapsmodel terwijl dat model wel in het design patent is geopenbaard, met als gevolg dat het design patent niet als prioriteitsdocument kan dienen en nieuwheidsschadelijk is voor het model. De vraag of het Amerikaanse design patent nieuwheidsschadelijk is, is niet eenvoudig te beantwoorden, vergt nader onderzoek en gaat het bestek van dit kort geding dan ook te buiten. Voorshands zal dit beroep op nietigheid dan ook worden verworpen.

4.4. Ook heeft High5 een beroep gedaan op de zogenoemde techniekrestrictie van artikel 8 lid 1 van de Gemeenschapsmodellenverordening op grond waarvan het modelrecht van Spin Master niet geldig zou zijn. De bedoeling van de techniek-restrictie is dat technologie door middel van het octrooirecht moet worden beschermd en dat bescherming op andere IE-gronden niet mag dienen om anderen de toegang tot technische verworvenheden te beletten. De technische verworvenheid in dit geval is dat “zachte” bouwstenen aan elkaar “klitten”, zodat een creatie kan worden gemaakt. Het modelrecht van Spin Master beschermt echter veel meer dan dit. Uit productie 14 van Spin Master blijkt immers dat het model niet beperkt is tot enkel het haakje. Het modelrecht beschermt bijvoorbeeld ook het pluizige uiterlijk van de speelballetjes, de keuze voor de lengte en de dikte van de tentakels, de wijze waarop ze netjes zijn gerangschikt en de vorm van het speelballetje. Het speelballetje is immers niet alleen ontworpen om aan bepaalde functionele eisen te voldoen, maar ook om een bepaald uiterlijk effect te krijgen. Het gaat nu eenmaal om kinderspeelgoed dat er aantrekkelijk uit moet zien voor kinderen en dat ook aantrekkelijk moet voelen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een derde partij meer dan voldoende alternatieve mogelijkheden om ook “zachte” bouwstenen te maken die aan elkaar “klitten” en waarvan het uiterlijk en de vormgeving toch anders zijn dan die van de speelballetjes van Spin Master. Het modelrecht van Spin Master laat dus ruimte voor alternatieve vormgevingen die hetzelfde technische effect kunnen bereiken. Om die reden zal het beroep op de techniekrestrictie voorshands eveneens worden verworpen.

de accessoires

4.12. Voorshands heeft Spin Master terecht gesteld dat de verzameling van accessoires (en dus niet elke accessoire op zich) als een auteursrechtelijk beschermd werk kan worden aangemerkt. De verzameling getuigt immers van creatieve keuzes en daarmee van een eigen intellectuele schepping. De verzameling accessoires is één op één gekopieerd door High5 (dus qua aantal, grootte, vorm, materiaal, kleurgebruik etc.). De verzamelingen zijn simpelweg niet van elkaar te onderscheiden. Er is dan ook sprake van auteursrechtinbreuk, waardoor de vorderingen van Spin Master op dit punt kunnen worden toegewezen. Dat High5 reeds heeft toegezegd de verzameling accessoires niet langer te voeren, staat niet aan een veroordeling in de weg. Spin Master heeft immers terecht aangevoerd dat zij recht en (spoedeisend) belang houdt bij een door de rechter uitgesproken verbod, voorzien van een dwangsom. 4.13. Aangezien de verzameling accessoires wordt verboden, heeft Spin Master geen belang meer bij bespreking van haar standpunt dat de individuele accessoires van High5 als een slaafse nabootsing hebben te gelden van haar individuele accessoires.