Case tracker: AI en auteursrecht 2026 (Europa & Amerika)
Anno 2026 is de verzoening tussen AI en auteursrecht nog ver te zoeken. In Europa en de Verenigde Staten lopen tientallen procedures die direct raken aan de vraag hoe auteursrechtelijk beschermd materiaal zich verhoudt tot de ontwikkeling en het gebruik van (generatieve) AI.
In dit overzichtsartikel brengen we de belangrijkste zaken van dit moment samen. Het doel is geen uitputtend register, maar een praktisch overzicht van de procedures die op dit moment richtinggevend zijn voor het debat over AI en auteursrecht. Voor zover beschikbaar verwijzen we per uitspraak naar uitgebreidere analyses, zodat u zich verder kunt verdiepen.
De zaken zijn gegroepeerd per jurisdictie (Europa versus Amerika) en vervolgens geordend naar de centrale rechtsvragen die in de rechtspraak terugkeren.
We zullen dit overzicht in de loop van het jaar zo veel mogelijk blijven updaten, zodat u altijd op de hoogte blijft van de laatste stand van zaken.
DEEL I – EUROPA
In Europa, althans de Europese Unie, wordt het debat over AI en auteursrecht in belangrijke mate bepaald door het wettelijk kader voor tekst- en datamining (TDM) in de DSM-richtlijn (art. 3 en 4). Deze regeling staat data-analyse van beschermde werken toe, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, waaronder het recht van rechthebbenden om een uitdrukkelijk voorbehoud te maken (opt-out). Met de komst van de AI-verordening is dit kader verder aangescherpt, onder meer door transparantieverplichtingen en een expliciete plicht voor aanbieders om opt-outs te respecteren.
De centrale juridische vraag in de Europese zaken is daardoor niet zozeer óf AI-training auteursrechtelijk relevant is, maar onder welke omstandigheden die training binnen de TDM-excepties kan vallen en wanneer zij daarbuiten treedt.
AI-training en tekst- en datamining (input)
Kneschke v. LAION (Duitsland)
De rechtbank Hamburg oordeelt dat het opnemen van de openbaar toegankelijke foto’s van Kneschke in de LAION-dataset onder tekst- en datamining valt. Omdat LAION opereert als onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk, kan zij zich beroepen op de onvoorwaardelijke TDM-exceptie van art. 3 DSM-richtlijn.
Belangrijk is dat de rechtbank expliciet oordeelt dat het commerciële hergebruik van de dataset door derden (voor de training van AI) niet aan het oordeel afdoet. Daarmee wordt bevestigd dat de juridische kwalificatie van de dataverzameling losstaat van de latere exploitatie door AI-bedrijven.
Opvallend is ook de overweging over de opt-out. De rechtbank acht het verdedigbaar dat een in gewone taal geformuleerd voorbehoud op een website als “machineleesbaar” kan gelden, afhankelijk van de stand van de techniek. Die ruime uitleg biedt makers aanknopingspunten. Maar let op: de laatste versie van de Gedragscode van de AI-verordening laat zich niet uit over eventuele opt-outs in natuurlijke taal.
Lees hier een uitgebreide analyse.
DPG / Mediahuis v. HowardsHome (Nederland)
In deze zaak staat de vraag centraal wanneer een opt-out tegen tekst- en datamining rechtsgeldig is. De rechtbank Amsterdam oordeelt dat alleen een specifiek en technisch herkenbaar voorbehoud in het robots.txt-bestand van een website voldoende is om commerciële TDM af te weren. Algemene disclaimers of vage teksten volstaan niet.
De uitspraak illustreert dat het Europese systeem sterk leunt op vormvereisten. Wie zijn rechten niet technisch correct reserveert, loopt het risico dat grootschalige data-extractie rechtmatig wordt geacht.
Lees hier een uitgebreide analyse door advocaat Matthijs Schonewille (Bingh Advocaten).
SNE / SNAC / SGDL v. Meta (Frankrijk)
Drie grote Franse uitgevers- en auteursorganisaties hebben Meta collectief aangeklaagd wegens het zonder toestemming gebruiken van beschermde werken voor AI-training. De zaak is juridisch relevant omdat zij het Europese kader rechtstreeks tegenover de Amerikaanse praktijk plaatst.
Meta erkent dat auteursrechtelijk materiaal is gebruikt, maar beroept zich op fair use-achtige redeneringen die in de EU geen zelfstandige rol spelen. De kernvraag is hier of Meta kan aantonen dat haar training binnen de TDM-excepties valt en of zij opt-outs daadwerkelijk heeft gerespecteerd.
Deze procedure markeert het begin van grootschalige handhaving van de DSM-richtlijn tegenover Big Tech, en zal richtinggevend zijn voor de effectiviteit van het Europese opt-outmodel.
Lees hier een uitgebreide analyse.
Memorisatie en reproductie (output)
GEMA v. OpenAI (Duitsland)
In deze zaak stelt GEMA dat ChatGPT zonder licentie is getraind op songteksten en dat het systeem in staat is om beschermde teksten te reproduceren. De rechtbank in München oordeelt dat de interne verwerking van trainingsdata inderdaad als reproductie moet worden aangemerkt wanneer sprake is van memorisatie en herleidbare output.
Met andere woorden, AI-training wordt gedekt door de TDM-excepties, tenzij de output van het uiteindelijke model blijk geeft van memorisatie, zoals hier het geval was. Of de drempel voor memorisatie net zo hoog is als die van reproductie in auteursrechtelijke zin, is onzeker.
De zaak is baanbrekend omdat zij expliciet afstand neemt van het idee dat AI-training slechts “analyse” is. Zodra modellen in staat zijn om beschermde expressie te reproduceren, wordt het reproductierecht rechtstreeks geraakt.
Lees hier een uitgebreide analyse door jurist Kees Bulder (BumaStemra).
De uitspraak oogt in lijn met de opvatting van het Europees Parlement. Lees hier een uitgebreide bespreking van het Parlementaire rapport van afgelopen zomer.
Het volledige overzicht is beschikbaar op AI-Forum, waar u kosteloos een proefabonnement kunt afsluiten.