IEF 20228

Belangenafweging bodemvonnis alsnog gemotiveerd

Vzr. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 oktober 2021, IEF 20228; C/021389842 / KG ZA 2 1-444 (Multimox tegen Sanyang) Kort geding. Zie ook [IEF 20220] en [IEF 18161]. Er wordt vanuit gegaan dat de geboden om scootermodellen over te dragen aan Sanyang en om mee te werken aan de  tenaamstelling van die modellen op naam van Sanyang gegrond en gerechtvaardigd zijn. Multimox beroept zich in dit executiegeschil ook niet op een kennelijke feitelijke of juridische misslag ten aanzien van die geboden, maar stelt dat nog een belangenafweging moet plaatsvinden die specifiek ziet op de uitvoerbaarheid bij voorraad van het toegewezene. De door Multimox gestelde belangen bij behoud van de bestaande toestand wegen niet zwaar genoeg om af te wijken van de hoofdregel dat Sanyang een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis direct ten uitvoer mag leggen. De vorderingen van Multimox worden afgewezen.

4.9. Dat Sanyang niet in de verkoop van scooters beperkt wordt, zoals Multimox onder sub I aanvoert, betreft op zichzelf geen omstandigheid die meebrengt dat Multimox belang heeft bij behoud van de bestaande situatie. Voorts heeft Sanyang, onbetwist door Multimox, gesteld dat Multimox in het verleden handelaren in scooters heeft gewezen op de modelrechten van Multimox, hetgeen zij bij behoud van de bestaande situatie nog steeds zou kunnen. Deze door Multimox aangevoerde reden brengt dan ook niet mee dat haar belang bij schorsing van de executie van het vonnis zwaarder dient te wegen dan het belang van Sanyang bij de onmiddellijke tenuitvoerlegging. Dat geldt evenzo voor het onder sub 2 aangevoerde. Voor zoveel het al juist is dat Sanyang (aanvankelijk) geen interesse zou hebben gehad om de modellen in Europa te beschermen, vormt dit thans geen reden om de executie te schorsen.

4.10. Multimox voert onder sub 3 aan dat zij en de met haar verbonden personen en ondernemingen geen scooters meer van Model-02 en Model-04 verhandelen, maar dit is evenmin een omstandigheid die meebrengt dat het belang van Multimox bij behoud van de bestaande toestand zwaarder dient te wegen dan het belang dat Sanyang bij de executie heeft. Integendeel, het ligt naar het oordeel van de voorzieningenrechter juist meer voor de hand dat degene die de Modellen verhandelt en produceert ook de modelrechthebbende is en de daaruit voortvloeiende rechten kan uitoefenen.

4.11. Het voornaamste belang van Multimox is, zo begrijpt de rechtbank gelegen in het onder sub 4 en 5 aangevoerde, dat zij er voor vreest dat Sanyang de Modellen na wijziging van de tenaamstelling zal verduisteren met alle mogelijke nadelige en onomkeerbare gevolgen van dien. Een feitelijke onderbomving dat die vrees zich zal verwezenlijken ontbreekt. Daarnaast bestaan er andere mogelijkheden om dit gevaar tegen te gaan dan opschorting van de uitvoerbaarheid bij voorraad. Voorts heeft Sanyang (bij monde van haar advocaat) ter zitting toegezegd een verklaring te zullen afleggen waarin zij zich jegens Multimox verbindt om de Modellen hangende hoger beroep procedures in Nederland en/of bij het Hof van Justitie van de EU niet aan derden(n) over te dragen, de Modellen in stand te houden en uitvoering te geven aan nog te wijzen arresten. Onder die omstandigheden dient geconcludeerd te worden dat de vrees voor verduistering niet zwaarder weegt dan het belang van Sanyang om over te gaan tot tenuitvoerlegging van het vonnis.

4.12. Ook het laatste onder sub 6 aangevoerde belang kan niet in een belangenafweging ten gunste van Multimox resulteren. Nog los van de vraag welk belang ermee gediend is dat Multimox gedurende de bij het Gerecht van EU aanhangige nietigheidsprocedures als modelrechthebbende geregistreerd blijft, is ter zitting vast komen te staan dat het Gerecht van de EU in die procedures inmiddels uitspraak heeft gedaan zodat enig belang inmiddels is komen te vervallen.