IEF 19616

Belang van AVROTROS weegt zwaarder

Vzr. Rechtbank Amsterdam 27 november 2020, IEF 19616; C/13/691063 / KG ZA 20-904 (HEMA tegen AVROTROS) Vervolg op [IEF 19614]. In aanloop naar de tv-uitzending heeft AVROTROS een publicatie op haar website geplaatst. Daarop is HEMA opnieuw een kort geding met als inzet een preventief uitzendverbod gestart. HEMA heeft aangevoerd dat ten onrechte als feit zou worden gepresenteerd dat haar make-up product asbest bevat. Er was geen grond voor een voorafgaand verbod maar de is zaak aangehouden en voortgezet na uitzending. Na wijziging van eis vordert HEMA AVROTROS o.a. te gebieden de uitzending en publicaties te verwijderen en een rectificatie te plaatsen en uit te zenden. Geoordeeld wordt dat de publicaties en uitzending voldoende steun vinden in de feiten.

EenVandaag beschikt over een aantal rapporten van gerenommeerde laboratoria en verklaringen van deskundigen waaruit zij mocht concluderen dat er asbestvezels zijn aangetroffen in het product van HEMA, ook al waren er ook rapporten van andere gerenommeerde laboratoria waarin stond dat dat niet het geval was. De verschillende uitkomsten zijn door EenVandaag ook genoegzaam benoemd. Geconcludeerd wordt dat AVROTROS de journalistieke vrijheid heeft om de complexe wetenschappelijke discussie uit te leggen in duidelijke taal en dat niet op onoorbare wijze heeft gedaan. Daarbij wordt overwogen dat HEMA niet nodeloos in een kwaad daglicht is gesteld. Bij een deel van het publiek bestaat zorg over de risico's en EenVandaag mag die zorg uitdragen. HEMA kan haar eigen mening en rapportages bovendien ook zelf uitdragen. Alles overziend weegt het belang van AVROTROS om zich kritisch en waarschuwend uit te laten zwaarder dan het belang van HEMA bij bescherming van haar goede naam en reputatie, aldus is er geen sprake van onrechtmatigheid.

4.2. 

Ten tijde van de aankondiging en de uitzending bood het beschikbare feitenmateriaal voldoende steun aan de door EenVandaag ingenomen stellingen hierover. EenVandaag beschikte over een aantal rapporten van gerenommeerde laboratoria en verklaringen van deskundigen waaruit zij mocht concluderen dat er asbestvezels waren aangetroffen in het bewuste gezichtspoeder van Hema, ook al waren er rapporten van andere gerenommeerde laboratoria waarin stond dat geen er geen asbest in datzelfde gezichtspoeder was aangetroffen. EenVandaag heeft de verschillende uitkomsten en de mogelijke verklaring daarvoor genoegzaam benoemd. Lastis is dat de deskundigen het erover eens lijken te zijn dat er vezels zijn aangetroffen die als tremoliet kunnen worden aangeduid maar dat men het er niet over eens is of dat dus ook asbestvezels kunnen worden genoemd. EenVandaag heeft de journalistieke vrijheid om deze complexe discussie uit te leggen in duidelijke taal. Zij heeft dat niet op onoorbare wijze gedaan.

4.4.

In de aankondiging en de reportage zijn de standpunten van zowel Stichting ECAV als HEMA genoemd en zoals is overwogen is ook genoemd dat de door HEMA en haar toeleverancier ingeschakelde deskundigen geen asbest hebben aangetroffen. Daarbij is niet ook expliciet een onderzoek genoemd dat door BTE Duitsland is verricht naar de grondstoffenmix, maar dat is naast de overige rapportages niet van zodanig belang dat dit onderzoek niet onvermeld mocht blijven. Verder heeft EenVandaag er wel duidelijk voor gekozen het standpunt van Stichting ECAV en de door die stichting ingeschakelde deskundigen het meest prominent te dragen. Zij voert terecht aan dat zij die vrijheid heeft omdat zij zelf kan bepalen hoe zij het verslag van haar journalistieke onderzoek inkleedt. Dat verslag is in dit geval in de aankondiging en de reportage niet volledig neutraal te noemen, maar uit de reactie van TNO (zie hiervoor onder 2.6), die ten tijde van de uitingen beschikbaar was, volgt niet dat het standpunt van Stichting ECAV en haar drie deskundigen onhoudbaar is. Van lichtvaardige verdachtmakingen is dus geen sprake. Evenals Hema, baseert EenVandaag zich op conclusies van gerenommeerde, geaccrediteerde onderzoekers. Mocht EenVandaag nog vervolg uitingen overwegen, dan zal daarbij wel de notitie van TNO van 28 oktober 2020, die ten tijde van de uitingen nog niet beschikbaar was, moeten betrekken. Uit deze notitie lijkt te volgen dat het naar de huidige in Nederland geldende wetenschappelijke inzichten de vraag is of de aangetroffen vezels zonder nader onderzoek reeds als asbestiform kunnen worden aangeduid.