Gepubliceerd op donderdag 5 februari 2026
IEF 23263
Rechtbank Oost-Brabant ||
27 nov 2025
Rechtbank Oost-Brabant 27 nov 2025, IEF 23263; ECLI:NL:RBOBR:2025:8151 (ANP tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/anp-niet-ontvankelijk-wegens-gebrekkige-dagvaarding-bij-gestelde-auteursrechtinbreuk

ANP niet-ontvankelijk wegens gebrekkige dagvaarding bij gestelde auteursrechtinbreuk

Rb. Oost-Brabant 27 november 2025, IEF 23263; ECLI:NL:RBOBR:2025:8151 (ANP tegen [gedaagde]). De kantonrechter verklaart het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) niet-ontvankelijk in zijn vordering tot betaling van € 500 wegens vermeende auteursrechtinbreuk. ANP stelde dat een door een aan haar gelicentieerde fotograaf gemaakte nieuwsfoto zonder toestemming was overgenomen op een niet-commerciële website die door een collectief van vrijwilligers werd bijgehouden, waaronder gedaagde. De kantonrechter oordeelt dat ANP op grond van de licentieovereenkomst met de fotograaf in beginsel bevoegd is om zelfstandig op te treden en dat gedaagde als aangesproken partij kan gelden, mede omdat hij één van de vrijwilligers was en geen duidelijkheid gaf over een andere verantwoordelijke beheerder. Daarmee komt de rechter toe aan de inhoudelijke beoordeling van de processtukken.

De vordering strandt echter op procesrechtelijke gronden. De kantonrechter stelt vast dat de dagvaarding niet voldoet aan de eisen van de artikelen 21 en 111 Rv: het petitum ontbreekt, de feitelijke grondslag is onvoldoende uitgewerkt en ANP heeft haar stellingen over auteursrecht, inbreuk, bewerking van de foto, naamsvermelding en haar eigen procesbevoegdheid onvoldoende concreet en samenhangend onderbouwd. Ook is niet voldaan aan de substantiëringsplicht, omdat bekende verweren van gedaagde niet in de dagvaarding zijn betrokken. Deze tekortkomingen acht de kantonrechter zodanig ernstig dat zij ANP niet-ontvankelijk verklaart. Ten overvloede merkt de rechter op dat de vordering inhoudelijk waarschijnlijk grotendeels zou zijn afgewezen, omdat het ging om een kleine niet-commerciële website en een foto van beperkte resolutie, waarvoor een reële licentievergoeding zeer gering zou zijn. ANP wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, begroot op € 141, en de reconventionele vordering behoeft geen afzonderlijke behandeling.

4.14.

Hiervoor is geoordeeld dat ANP op basis van het bepaalde in de tussen ANP en [A] gesloten licentieovereenkomst tegenover [gedaagde] mag optreden. Hoewel de kantonrechter heeft geoordeeld daarmee aan deze meer inhoudelijke beoordeling toe te komen, heeft ANP geheel verzuimd om dit in de dagvaarding te vermelden. Ook dat had zij wel moeten doen. In plaats daarvan stelde VRG zich – als gemachtigde van ANP ten tijde van de handhaving, zoals door ANP benadrukt – op een ander standpunt, namelijk dat ANP bevoegd was om op te treden op grond van artikel 4.1 van de Auteurswet. Tijdens de mondelinge behandeling is dit standpunt door ANP verlaten en verwees ANP naar de licentieovereenkomst. Zij heeft dat enkel kunnen onderbouwen met de overeenkomst die pas bij de conclusie van antwoord in reconventie – zonder nadere toelichting – als productie in het geding is gebracht. Dit is gelet op het voorgaande veel te laat, mede nu het indienen van een reconventionele vordering geen gegeven is en daarmee ook het nemen van een conclusie van antwoord in reconventie niet. Bovendien is dit in strijd met de substantiëringsplicht, omdat het bezwaar tegen het door VRG ingenomen standpunt ten aanzien van deze grondslag al in de correspondentie door [gedaagde] was aangevoerd zodat ANP dit verweer dan ook in haar dagvaarding had dienen te vermelden en bovendien bij het uitbrengen van de dagvaarding een (zo nodig andere) grondslag had dienen aan te voeren voor haar optreden in rechte, zodat ook [gedaagde] zich tegen dit (andere) standpunt correct kon verdedigen.

4.15.

Tot slot is er namens ANP op gewezen dat weliswaar het petitum in de dagvaarding ontbreekt, maar dat duidelijk is dat de kantonrechter hoe dan ook een beslissing zal moeten nemen over de proceskosten, zodat een daarop gerichte vordering niet direct bezwaarlijk zou zijn. Dit mag in zijn algemeenheid zo zijn, maar voor zover er door ANP aanspraak wordt gemaakt op het gemachtigdensalaris ontbreekt enige toelichting bij deze vordering ook totaal. De hoogte van deze vordering blijkt namelijk niet uit het lichaam van de dagvaarding en de vordering is daarin ook niet door ANP onderbouwd. Dat klemt in deze zaak, nu het gelet op het auteursrecht waarop ANP een beroep heeft gedaan niet alleen voor de kantonrechter, maar met name voor [gedaagde] , die procedeert zonder gemachtigde, onder deze omstandigheden tijdens de procedure onduidelijk is gebleven of ANP een beroep doet op het liquidatietarief of op een volledige proceskostenveroordeling. Voor zover een beroep wordt gedaan op een volledige proceskostenveroordeling, ontbreekt voor de kantonrechter iedere onderbouwing daarvoor.