IEF 17232

Aantasting zuidgevel brengt geen nadeel aan de eer of naam van architect als maker van kantoorpand

Hof Amsterdam 31 oktober 2017, IEF 17232; ECLI:NL:GHAMS:2017:4431 (Architect D tegen De Vier Jaargetijden). Persoonlijkheidsrechten architect. Zie eerder: [IEF 16422]. D is als architect rechthebbende op de auteursrechtelijke persoonlijkheidsrechten in de zin van art. 25 Aw met betrekking tot het kantoorpand. D gaat in hoger beroep en vordert een staking van de sloopwerkzaamheden en de gevels terug te brengen in de oorspronkelijke toestand. Het hof is van oordeel dat de wijzigingen in de noordgevel dermate beperkt zijn dat daarmee het basisidee van het ontwerp ten aanzien van de gevelindeling gehandhaafd blijft. Het hof verwerpt het standpunt van D dat in geval van aantasting de mogelijkheid van reputatieschade reeds gegeven is, er is geen sprake van reputatieschade en de aantasting zal geen nadeel kunnen toebrengen aan de eer of goede naam. Een maker van een gebouw moet er rekening mee houden dat er in de loop van de tijd in verband met functionele wijzigingen van de bestemming veranderingen nodig zijn die zelfs tot aantasting van het werk kunnen leiden. De Vier Jaargetijden heeft aannemelijk gemaakt dat de aanpassingen aan de zuidgevel/achtergevel uitsluitend zijn gemaakt in het kader van de nieuwe woonfunctie. D heeft niet weersproken dat zijn werk goed is gedocumenteerd. De voorzieningenrechter is op basis van een objectieve toets op goede gronden tot het oordeel gekomen dat gevaar voor reputatieschade zich niet voordoet. Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep. 

3.4.2 Het hof is met de voorzieningenrechter van oordeel dat de wijzigingen in de noordgevel dermate beperkt zijn dat daarmee het basisidee van het ontwerp van [appellant] te aanzien van de gevelindeling blijft gehandhaafd. Ook heeft de voorzieningenrechter terecht geconstateerd dat deze wijzigingen zijn ingegeven door de gewijzigde functie van het gebouw, van kantoorpand naar woonbestemming c.q. appartementen voor starters. Het op de begane grond aanbrengen van openslaande deuren leidt tot meer contact met de straat, terwijl het vergroten van de hoogte van het raam in de nok zowel ervoor zorgt dat de bewoners op ooghoogte naar buiten kunnen kijken als ook van belang is voor de lichtinval op die verdieping. Aangezien [appellant] onvoldoende onderbouwd heeft toegelicht waarom hij in de bestuursrechtelijke procedures geen bezwaar heeft gemaakt tegen de voorgenomen wijzigingen in de noordgevel en zelfs heeft bevestigd dat voor de noordgevel is voldaan aan zijn eis om de bestaande architectuur te respecteren maar zich daartegen in de voorliggende civielrechtelijke kort gedingprocedure wel verzet, deelt het hof het oordeel van de voorzieningenrechter dat het verzet van [appellant] tegen de wijzigingen in de noordgevel in strijd is met de redelijkheid. De grief faalt.

3.5.1.1 Ook indien het hof er veronderstellenderwijs vanuit gaat dat met betrekking tot de zuidgevel sprake is van een aantasting en niet, zoals De Vier Jaargetijden als primair verweer voert, van een ‘gewone’ wijziging als bedoeld in artikel 25 lid 1 sub c, kan [appellant] niet in zijn betoog worden gevolgd. Uit de rechtsoverwegingen die volgen na rov 5.13 valt op te maken dat de voorzieningenrechter het beroep op artikel 25 lid 1 sub d Aw niet heeft afgewezen op grond van een belangenafweging maar omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat de aantasting nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van [appellant] of aan zijn waarde in zijn hoedanigheid van architect van het kantoorpand. De grief heeft dan ook geen succes.

3.5.2.1 Het hof verwerpt het primaire standpunt van [appellant] dat in geval van aantasting de mogelijkheid van reputatieschade reeds gegeven is. Ook indien sprake is van aantasting dient de rechter op objectieve wijze na te gaan of aannemelijk is dat de maker van het aangetaste werk daardoor reputatieschade zal lijden. Evenals de voorzieningenrechter komt het hof tot het voorlopig oordeel dat dit niet het geval is en de aantasting geen nadeel zal kunnen toebrengen aan de eer of naam van [appellant] als maker van het kantoorpand of aan zijn waarde in die hoedanigheid. Zoals de voorzieningenrechter op goede gronden heeft overwogen, die het hof overneemt en tot de zijne maakt, moet een maker van een gebouw zoals [appellant] er rekening mee houden dat er in de loop van de tijd in verband met functionele wijzigingen van de bestemming veranderingen nodig zijn die zelfs tot (gedeeltelijke) aantasting van het werk kunnen leiden. Het gebouw is een kantoorpand dat bijna veertig jaar ongewijzigd is gebleven, ruim zeven jaar leeg heeft gestaan en thans op verzoek van de gemeente gaat voorzien in de behoefte aan woonruimte c.q. starterswoningen. De aantasting is niet lichtvaardig tot stand gekomen en De Vier Jaargetijden heeft aannemelijk gemaakt dat de aanpassingen aan de niet vanaf de openbare weg zichtbare zuidgevel/achtergevel, bestaande uit grote(re) ramen, nieuwe entrees en balkons op de eerste etage, uitsluitend zijn gemaakt in het kader van de nieuwe woonfunctie. In dat licht was De Vier Jaargetijden dan ook niet gehouden de door [appellant] voorgestelde alternatieven voor de zuidgevel te volgen. Evenmin heeft [appellant] weersproken dat zijn werk goed is gedocumenteerd. De grief faalt.