IEF 17312

Procedure geschorst tot nietigheid octrooi voor vloeistofkoelsysteem voor PC's onherroepelijk is geworden

Rechtbank Den Haag 29 november 2017, IEF 17312; ECLI:NL:RBDHA:2017:13715 (Asetek tegen Coolergiant). Octrooirecht. Asetek is houdster van octrooi EP 1 923 771 B1 wat ziet op een vloeistofkoelsysteem voor computers. Het Nederlands deel van het octrooi is eerder vernietigd [IEF 17115] vanwege niet-nieuwheid. In deze zaak stelt Asetek dezelfde vordering als eerder. De Hoge Raad heeft de regel geformuleerd dat een rechterlijke uitspraak waarbij een octrooi nietig wordt verklaard aan dat octrooi onmiddellijk de werking ontneemt, op voorwaarde dat die uitspraak te zijner tijd in kracht van gewijsde gaat. Het eerdere vonnis is nog niet onherroepelijk, dus wordt de zaak geschorst tot er een definitief oordeel is over de geldigheid van het octrooi. Of de rechtbank in deze procedure in deze zaak tot hetzelfde oordeel zal komen als in de eerdere zaak is namelijk, gezien het procesdebat, niet op voorhand te zeggen.

4.4. In zijn arrest van 13 mei 1988 (Enka / Dupont) heeft de Hoge Raad de regel geformuleerd dat een rechterlijke uitspraak waarbij een octrooi nietig wordt verklaard aan dat octrooi onmiddellijk de werking ontneemt, op voorwaarde dat die uitspraak te zijner tijd in kracht van gewijsde gaat. Die regel geldt naar het oordeel van de rechtbank ook voor het huidige octrooirecht. Dit betekent dat, gegeven de beslissing van de rechtbank van 20 september 2017 tot vernietiging van het Nederlandse deel van EP 771, thans geen grond bestaat voor toewijzing van Asetek’s vorderingen gestoeld op inbreuk op de conclusies van dat octrooi. Omdat het oordeel van de rechtbank niet onherroepelijk is, zal de rechtbank de hoofdzaak schorsen tot een definitief oordeel over de geldigheid van het Nederlandse deel van EP 771 (in de Cooler Master-zaak) is verkregen (dan wel totdat partijen de rechtbank voordien gezamenlijk berichten dat de hoofdzaak kan worden afgedaan om reden dat voormelde Cooler Master-zaak op andere wijze is geëindigd). Iedere verdere beslissing in de hoofdzaak zal worden aangehouden.

4.5. Partijen worden niet gevolgd in hun standpunt dat, althans zo begrijpt de rechtbank hun stellingen ter zake, in de onderhavige zaak ook de vernietiging van EP 771 kan worden uitgesproken omdat ook Coolergiant zich beroept op niet-nieuwheid ten opzichte van Lin. In dat verband is relevant dat Asetek de juistheid van de aanvankelijk door Coolergiant overgelegde vertaling van Lin heeft bestreden, waarna Coolergiant als productie GP20 en GP21 als nadere productie een door een Chinese octrooigemachtigde gereviseerde vertaling heeft overgelegd. Die vertaling wijkt substantieel af van de vertaling die in de Cooler Master-zaak aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag heeft gelegen en waartoe de rechtbank heeft geoordeeld dat die door Asetek niet althans onvoldoende gemotiveerd was bestreden. Of de rechtbank in de onderhavige zaak tot een zelfde oordeel zal komen als in de Cooler Master-zaak, is derhalve op voorhand niet te zeggen. De rechtbank laat dan nog daar of het procesdebat in deze zaak ten aanzien van Lin langs dezelfde lijnen loopt als dat in de Cooler Master zaak en tot een zelfde uitkomst zou leiden.