IEF 17455

Ecatel moet Premier League-stream voor de duur van de wedstrijd staken

Rechtbank Den Haag 24 januari 2018, IEF 17455; ECLI:NL:RBDHA:2018:615 (Football Association Premier League tegen Ecatel) Auteursrecht. Merkenrecht. Streaming. Ecatel is een internet service provider en verhuurt onder meer dedicated servers. FAPL vordert dat Ecatel iedere dienst die door derden wordt gebruikt om inbreuk te maken op de aan FAPL toekomende auteurs- en merkrechten te staken. Het gaat met name over het hosten van illegale streams. Ecatel is als tussenpersoon in de zin van artikel 26d Aw aan te merken. Voor FAPL bestaat er geen andere, voor Ecatel minder bezwaarlijke, mogelijkheid om het door haar gewenste doel te bereiken dan Ecatel als tussenpersoon een bevel tot het tijdelijk staken van een stream voor de duur van de wedstrijd op te leggen. In reconventie wordt de zaak aangehouden tot onherroepelijke uitspraak in hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter [zie IEF 14891] is gewezen.

4.7. Om de beëindiging van een dergelijke inbreuk te bevorderen, biedt artikel 26d Aw de mogelijkheid te verzoeken om een verbod ten aanzien van tussenpersonen wier diensten door een derde worden gebruikt om auteursrechtinbreuk te maken. In veel gevallen zijn deze tussenpersonen immers het beste in staat om een eind te maken aan de inbreuk. Ecatel c.s. betwist echter om de onder r.o. 3.4.2 respectievelijk r.o. 3.4.3 vermelde redenen dat Ecatel kan worden aangemerkt als een zodanige tussenpersoon en dat het gevraagde bevel jegens haar gerechtvaardigd is. Daarover wordt als volgt overwogen.

4.10. Maar Ecatel is eveneens als tussenpersoon te kwalificeren indien haar dedicated servers (enkel) als edge node, volgens Ecatel c.s. als ‘doorgeefluik’ fungeren, waartoe Ecatel alleen hardware en internettoegang ter beschikking stelt. Daarbij is van belang dat uit punt 59 van de considerans van de Arl10 volgt dat de in artikel 8 lid 3 van de Arl gebruikte term “tussenpersoon”, waarop artikel 26d Aw is gebaseerd, ziet op eenieder die een door een derde, in dit geval de uploader, gemaakte inbreuk met betrekking tot een beschermd werk of ander materiaal via een netwerk steunt. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) heeft in het arrest Telekabel/Wien (ECLI:EU:C:2014:192) bepaald dat artikel 8 lid 3 van de Arl niet vereist dat tussen degene die inbreuk maakt op een auteursrecht en de tussenpersoon een contractuele verhouding bestaat. Dat de uploader geen contractant is van Ecatel staat derhalve niet aan toepasselijkheid van genoemd artikel en aldus de oplegging van een verbod in de weg.

4.11. Bovendien mag ten aanzien van de (beheerders van de) streaming website en de streaming servers (origin node en edge nodes), anders dan door Ecatel c.s. in nr. 55 conclusie van antwoord nog betoogd, na het HvJ EU arrest van 14 juni 201711 worden aangenomen dat ook zij een mededeling aan het publiek doen en aldus auteursrechtinbreuk plegen. Het is onvoldoende bestreden dat zo die (beheerders van de) streaming website of de streaming servers al niet rechtsreeks contractant zijn van Ecatel, dan minst genomen als ‘onderhuurder’ van de serverruimte van Ecatel zijn te beschouwen. Daarbij wordt met betrekking tot de streaming websites in aanmerking genomen dat Ecatel c.s. de onderbouwde stelling van FAPL dat Ecatel in een aantal gevallen ook als hostprovider voor de streaming website optreedt (zie verklaring NetResult, r.o. 2.15), onvoldoende gemotiveerd heeft bestreden. Ecatel is derhalve ook vanuit dit oogpunt als tussenpersoon in de zin van artikel 26d Aw aan te merken.

4.20. Uit het voorgaande volgt dat het in rechtsoverweging 3.1 onder I gevorderde toewijsbaar is, met dien verstande dat vanuit het oogpunt van proportionaliteit en gelet op de betrokken belangen van Ecatel en de afnemers van legale content, alleen een bevel tot het tijdelijk staken van een stream voor de duur van de wedstrijd zal worden toegewezen. Dit bevel is evenredig, noodzakelijk en beantwoordt aan de doelstelling van een hoge graad van bescherming te verlenen aan auteursrechthebbenden als FAPL. De dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

4.23. FAPL heeft verzocht het in rechtsoverweging 3.1 onder III, IV, V en VI gevorderde aan te houden in afwachting van de beslissing in het onder 2.14 bedoelde hoger beroep. De zaak zal, ook wat de proceskosten betreft, daarom worden aangehouden tot onherroepelijke uitspraak in dat hoger beroep is gewezen.

in reconventie

4.24. Het oordeel in reconventie hangt eveneens samen met hetgeen in het hoger beroep ter zake de vernietiging van de ex parte-bevelen zal worden beslist. Ook de zaak in reconventie zal daarom worden aangehouden.