Octrooirecht

IEF 15178

Gezocht: originele afschriften IE-Klassiekers

IE-Klassiekers op IE-Forum.nl worden veel geraadpleegd. Het zijn (meestal oudere)  uitspraken die een keerpunt hebben betekend in ons niche-rechtsgebied. Helaas zijn veel van deze uitspraken nog steeds niet altijd digitaal toegankelijk. Daarom doen we een beroep op uw hulp en uw digitale archief. Want van de volgende klassiekers hebben wij helaas nog geen afschrift  beschikbaar. Kunt u ons helpen aan de originele uitspraken? We horen het graag via: redactie@ie-forum.nl. Let op: (bewerkte) versies in (digitale) bladen of de NJ zijn geen originele afschriften:
Auteursrechten
HR 22 november 1985, NJ 1986, 158 (Columbia c.s./KTA II; Kabelpiraat II)

Handelsnaamrecht
HR 24 januari 1936, NJ 1936, 427 (Blitz)
HR 29 juni 1990 (Matrix/Sebastopol)
HR 19 september 1997, NJ 1998, 255/256; RvdW 1997, 174C (Gaswacht)

Reclamerecht
Hof Amsterdam 30 oktober 1981, NJ 1981, 422 (Boycot Outspan)
HR 15 januari 1999, NJ 1999, 665 (Proctor & Gamble/Kimberley Clark)
HR 13 maart 1951, NJ 1941, nr. 660 (Felix/Dogcakes, ook wel bekend als het Kattenbrood-arrest)

IEF 10736

Overzicht octrooirechtpraktijk HvJ EU

Dit overzicht zal het komende jaar dienst doen als living document met voor de praktijk relevante rechtspraak van het HvJ EU vanaf voorjaar 2010, inclusief conclusies en aanhangige prejudiciële vragen. Steeds als er arresten zijn gewezen, conclusies zijn genomen of verzoeken zijn neergelegd wordt dit overzicht bijgewerkt (in deze serie: auteursrecht, modellenrecht, merkenrecht, octrooirecht en reclamerecht).

A. HvJ EU
B. Conclusies HvJ EU
C. Aanhangige prejudiciële vragen

A. HvJ EU
1. HvJ EU 12 mei 2011, zaak C-144/10; IEF 9749 (Berliner Verkehrsbetriebe (BVG) tegen JPMorgan Chase Bank NA, Frankfurt Branch)
IPR. Octrooirecht. Art. 22(2) Vo. 44/2001 is niet van toepassing op een geschil in het kader waarvan een vennootschap aanvoert dat een overeenkomst haar niet kan worden tegengeworpen omdat een besluit van haar organen dat tot het sluiten van die overeenkomst heeft geleid, ongeldig is wegens schending van haar statuten.
2. HvJ EU 6 juli 2010, zaak C-428/08; IEF 8957 (Monsanto tegen Cefetra)
Geen verzet  tegen product waarin een geoctrooieerde DNA-sequentie als residu aanwezig is.
3. HvJ EU 28 juli 2011, zaak C-427/09; IEF 10020 (Generics (UK) Ltd tegen Synaptech Inc.)
Voorwaarden voor verkrijging en begrip eerste vergunning voor in handel brengen.
4. HvJ EU  28 juli 2011, zaak C-195/09; IEF 10019 (Synthon BV tegen Merz Pharma GmbH & Co. KGaA).
Voor een geneesmiddel in de EG-markt gebracht voordat een vergunning overeenkomstig 65/65/EEG was afgegeven, en zonder dat de onschadelijkheid en de doeltreffendheid ervan waren onderzocht, kan geen aanvullend beschermingscertificaat worden afgegeven
5. HvJ EU 2 september 2010, zaak C-66/09; IEF 9060  (Kirin Amgen tegen Lietuvos Respublikos valstybinis patentų biuras)
Geen mogelijkheid om binnen zes maanden na toetreding van Litouwen tot Europese Unie een ABC te verlangen wanneer vóór de toetreding een EEG vergunning is gekregen, maar geen vergunning voor het in de handel brengen in Litouwen is verkregen.
6. HvJ EG 11 november 2010, C-229/09; IEF 9212 (Hogan Lovells International LLP tegen Bayer CropScience)
ABC kan worden afgegeven voor een gewasbeschermingsmiddel waarvoor handelsvergunning is.
7. HvJ EU 18 oktober 2011, zaak C-34/10; IEF 10351 (Olivier Brüstle tegen Greenpeace)
Geen octrooieerbaarheid van menselijke embroy's
8. HvJ EU 24 november 2011, zaakC-422/10 en C-322/10; IEF 10555 (Georgetown University e.a. en Medeva tegen Comptroller)
Een ABC kan niet worden afgegeven als de werkzame stoffen niet in de conclusies van het basisoctrooi staan.
9. HvJ EU 8 december 2011, zaak C-125/10; IEF 10643 (Merck Sharp & Dohme corporation tegen DPMA)
De termijn van pediatrische verlenging is het verschil tussen vijf jaar en de duur van de periode tussen de indiening van de octrooiaanvraag en de verkrijging van de eerste handelsvergunning.
10. HvJ EU 9 februari 2012, zaak C-442/11, IEF 11007 (Novartis/Actavis)
Inbreuk op ABC voor werkzame stoffen ook voor de combinatie met andere werkzame stoffen?
11. HvJ EU 19 juli 2012, zaak C-130/11; IEF 11598 (Neurim Pharmaceuticals (1991) Ltd tegen Comptroller-General of Patents)
Slechts een ABC op basis van de eerste vergunning.
12. HvJ EU 6 december 2012, zaak C-457/10 P; IEF 12098 (AstraZeneca tegen Europese Commissie)
Misbruik van het octrooisysteem door procedures om concurrente generieke producenten te remmen.
13. HvJ EU 16 april 2013, zaak C-274/11; C-295/11; IEF 12567 (Italië en Spanje tegen Raad EU)
Nietigverklaren van Raadsbesluit 2011-167-EU houdende samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming (partijen zijn bij beschikking al gevoegd). Eenheidsoctrooibescherming geen schending gerechtelijk systeem van de unie, geen misbruik instrument nauwere samenwerking.
14. HvJ EU 18 juli 2013, zaak C-414/11 (Daiichi Sankyo, Sanofi-Aventis tegen DEMO) - dossier
Onderscheid tussen materies die tot het gemeenschaprecht behoren en materies waarvoor de lidstaten bevoegd zijn.
15. HvJ EU 12 december 2013, zaaknr. C-484/12, IEF 13338 (Georgetown University tegen Octrooicentrum Nederland)
 - dossier
Mogelijkheid om meerdere ABC's te verkrijgen op basis van eenzelfde octrooi.
16. HvJ EU 14 november 2013, IEF 14404 (AstraZeneca tegen Comptroller General IPO)
Automatische erkenning van Zwitserse vergunning door Liechtenstein is eerste autorisatie
17. HvJ EU 14 november 2013, IEF 14406, zaak C-210/13 (Glaxosmithkline tegen Comptroller General)IEF 12776,(Glaxosmithline Biologicals tegen Comptroller-General) - dossier
Een adjuvans dat op zichzelf geen therapeutische werking heeft, maar dat de therapeutische werking van een antigen versterkt wanneer het met dat antigen in een vaccin wordt gecombineerd, is geen „werkzame stof” in de zin van artikel 1, sub b, van verordening nr. 469/2009/EG?
18. HvJ EU 12 december 2013, zaak C-443/12, IEF 13336 (Actavis tegen Sanofi) - dossier
Geen tweede ABC bij samenstelling met andere werkzame stof.
19. HvJ EU 17 oktober 2013, zaak C-210/12, IEF 13149 (Sumitomo Chemical) - dossier
Geen ABC op basis van een noodhandelsvergunning, uitlegging van de artikelen 3, lid 1, sub b, en 7, lid 1, ABC-Verordening voor gewasbeschermingsmiddelen
20. HvJ EU 12 december 2013, IEF 13336, zaak C-443/12 (Actavis tegen Sanofi)
Geen tweede ABC bij samenstelling met andere werkzame stof
21. HvJ EU 12 december 2013, IEF 13338, zaaknr. C-484/12 (Georgetown University tegen Octrooicentrum Nederland)
Mogelijkheid om meerdere ABC's te verkrijgen op basis van eenzelfde octrooi
22. HvJ EU 12 december 2013, zaak C-493/12; IEF 14405 (Eli Lilly and Company tegen Human Genome Sciences Inc)
Criteria ABC-bescherming bij samengesteld product; functionele en structurele formule in conclusies.
23. Beschikking HvJ EU 13 februari 2014, IEF 13575, zaak C-555/13(Merck Canada tegen Accord Healthcare c.s.)
Geldigheidsduur van ABC ten hoogste 15 jaar na handelsvergunning
24. HvJ EU 3 april 2014, IEF 13723 (Hi Hotel HCF tegen Uwe Spoering)
Het resultaat van een handeling in België kan als een inbreuk op een octrooi/onrechtmatige daad in Duitsland gelden; de rechter is bevoegd als schade kan intreden in het rechtsgebied.
25. HvJ EU 19 juni 2014, IEF 13957, zaak C-11/13 (Bayer CropScience)
Beschermstof kan product zijn in de zin van de ABC-Verordening

B. Conclusies AG HvJ EU
1. Conclusie A-G HvJ EU 17 juli 2014, IEF 14048, zaak C-364/13 (International Stem Cell tegen Comptroller General of Patents)
Parthenogenetisch onbevruchte menselijke eicellen vallen niet onder begrip 'menselijke embryo'.
2. Conclusie AG HvJ EU 23 oktober 2014, IEF 14312, zaak C-539/13 (Sigma Pharmaceuticals PLC. tegen Merck Canada Inc en Merck Sharp & Dohme Ltd)
Octrooihouder moet verzet tegen parallelinvoer vooraf kenbaar maken
3. Conclusie AG HvJ EU 13 november 2014, IEF 14363 zaak C-546/12P (Schräder tegen CPVO) - dossier
Afwijzing bij nietigverklaringsprocedure communautair ras
4. Conclusie AG 18 november 2014, IEF 14383 zaak C-146/13 (Spain tegen Parlement en Raad)
Aaak Spanje tegen unitair octrooi moet worden afgewezen
5. Conclusie AG 20 november 2014, IEF 14392, C-170/13 (Huawei tegen ZTE)
Standaard essentieel octrooi en te gelde maken van octrooi bij bereidheid tot FRAND-licentie

C. Aanhangige prejudiciële vragen
1. Prejudiciële vragen aan HvJ EU 31 oktober 2013, zaak C-577/13, IEF 13421 (Actavis Group et Actavis) - dossier
Twee ABCs voor Telmisartan, waarvan een ABC productomschrijving luidt: ‘Telmisartan, eventueel in de vorm van farmaceutisch aanvaardbare zouten, en hydrochlorothiazide’, is het ABC ook voor de laatstgenoemde samenstelling geldig?
2. Prejudiciële vragen HvJ EU 2 december 2013, IEF 13458, zaak C-631/13 (Forsgren tegen Österreichische Patentamt)
Kan een ABC worden afgegeven bij een covalente (moleculaire) binding?
3. Prejudiciële vragen aan HvJ EU 6 mei 2014, IEF 13872, zaak C-106/14 (FCD et FMB)
Over samengesteld voorwerp en bestanddelen
4. Prejudiciële vragen aan HvJ EU 9 mei 2014, IEF 14079, zaak C-242/14 (Saatgut-Treuhandverwaltung tegen Gerhard und Jürgen Vogel)
Over betaling van schade en voor aanplantingsvergoedingrecht

D. Verder in de pijplijn (vragen nog niet definitief gesteld)
Er zijn bij ons geen verdere verzoeken bekend.
Tipt u de redactie via redactie@ie-forum.nl

IEF 12127

IE-Klassiekers octrooirecht

HR 20 juni 1930 (Philips/Tasseron)
In het verkeer brengen van lampen maken inbreuk op het octrooi; inbreuk begint niet eerst bij het in gebruik stellen van de lampen overeenkomstig haar bestemming.
HR 20 juni 1947, Bijblad IE 1947,nr. 10  (Koese)
Voorgebruik; bescherming zou waardeloos zijn indien voorgebruiker een uitvoeringsvorm, welke slechts nog op primitieve wijze was uitgewerkt, niet zou mogen vervolmaken of door een betere vervangen.
HR 30 juni 1950, BIE 1950, 77 (Perquin/Perfra)
Uit de Octrooiwet  art. 10 spreekt allerminst de zorg van de wetgever om te bereiken, dat de werknemer-uitvinder, al ware tevoren anders bedongen, vrijelijk over zijn uitvinding zal mogen beschikken.
HR 15 december 1950, BIE 1951,4 (Philips/Staat)
De cessionaris kan zich tegenover een derde op een niet-ingeschreven acte van overdracht beroepen, indien hij ten opzichte van die derde - op andere wijze dan door inschrijving - heeft doen blijken van de door hem verkregen rechten.
HR 6 april 1962, BIE 1962, 34 (Inlegzolen)
Indien het exploit wordt uitgebracht aan een afnemer, is voor de onrechtmatigheid niet voldoende, dat de in het exploit vervatte pretentie achteraf onjuist blijkt te zijn.
HR 16 november 1962, BIE 1963, 1 (Parke en Davis/Marsing)
Octrooihouder kan volstaan te stellen, dat de inbreukmaker de nieuwe stof in het verkeer heeft gebracht, zonder zich over de herkomst van die stof uit te laten; maar is verplicht zijn standpunt kenbaar te maken.

HR 1 mei 1964, BIE 1964, 47 (Probel/Parke en Davis)
Parke Davis is rechthebbende op octrooien voor werkwijzen ter bereiding van chlooramphenicol; Probe heeft deze stof in Nederland in het verkeer gebracht, omdat zij deze stof - na aankoop buiten Nederland - naar Nederlandse afnemers heeft verzonden en vervoerd.
HR 10 juni 1983, BIE 1984, 39 (Pfizer/Pharmon; doxycycline)
Verhandelen van een uit het buitenland geïmporteerd, aldaar op vorenstaande werkwijze verkregen voortbrengsel is niet onrechtmatig jegens de houder van't werkwijze-octrooi.
HvJ EG 15 november 1983, zaak 288/82 (Duijnstee/Goderbauer)
Onder geschil over de registratie of de geldigheid van octrooien valt niet een geschil tussen werkgever met zijn werknemer-uitvinder, betreffende de uit hun arbeidsverhouding voortvloeiende rechten op deze octrooien.
HR 22 juni 1984, BIE 1985, 27 (Mast/Avabel)
Verbonden bezwaar te ondervangen kan tot de uitvinding behoren, ook al is de reden waarom de werkwijze dat bezwaar ondervangt, bekend.
Europees Octrooibureau Grote Kamer van Beroep 5 december 1984, G 5/83, Official Journal EPO 1985, p. 64 (Tweede medische indicatie)
Tweede (en verdere) medische indicatie wordt niet uitgesloten van octrooibescherming.
HvJ EG 9 juli 1985, zaak 19/84 (Hoechst/Pharmon)
Uitputting van octrooirecht in geval van op een parallel octrooi verleende dwanglicenties.
HR 27 januari 1989, BIE 1989, 65 (Meyn/Stork; uithaalorgaan voor slachtvogels)
Beperking van de omschrijving in 't octrooischrift tot de daarin beschreven uitvoering brengt nog niet mee dat andere uitvoeringsvarianten buiten de bescherming vallen.
HR 9 november 1990, BIE 1991, 32 (Globe/Dupont)
Voor het oordeel dat't breisel van Dupont een uitwerking is van de beschermde uitvinding van Globe is terecht niet beslissend geacht dat de uitvinder aan deze uitvoering zelf niet heeft gedacht.
Europees Octrooibureau Onderzoeksafdeling 3 april 1992, OJ 1992, 588-593 (Harvard-Onco-muis)
Patentability of animals - animal and animal variety+ ordre public and morality.
HR 18 december 1992, BIE 1993, 81; NJ 1993, 735 (Medicopharma/ICI)
De onderzoekvrijstelling in de ROW is een restrictief te interpreteren die slechts van toepassing is als het onderzoek uitsluitend van zuiver wetenschappelijke aard is danwel enkel is gericht op enig de strekking van de octrooiwet verwezenlijkend doel, zoals het verder ontwikkelen der techniek. Het aanbod per advertentie om 't geneesmiddel na afloop van't octrooi te leveren maakt inbreuk.
HR 27 mei 1994, BIE 1995, 25 (Hupkens/Van Ginneken)
Art. 10 ROW ziet niet op de regel dat 't loon van de werknemer-uitvinder géén vergoeding voor gemis aan octrooi omvat; de vergoeding mag niet worden gesteld op 't geldelijk belang van de uitvinding.
HR 13 januari 1995, BIE 1995, 63 (Dreizler/Remeha; ARF-branders)
Hof heeft niet miskend dat bij de uitleg van de conclusie datgene waarin naar het wezen van de zaak de geoctrooieerde uitvinding bestaat een rol speelt.
HR 13 januari 1995, BIE 1995, 85; NJ 1995, 391 (Ciba Geigy/Oté Optics)
Gebrek aan duidelijkheid in het octrooischrift werkt daarbij in beginsel ten nadele van de octrooihouder.
HR 23 juni 1995, BIE 1997, 41 (Organon/ARS)
De in art. 55 lid 1 EOV bedoelde termijn van 6 maanden gaat niet terug vanaf de indieningsdatum, maar vanaf de voorrangsdatum.
HR 29 september 1995, BIE 1997, 21 (Generics/Smith Kline & French)
Indien spoedeisend belang terecht aangenomen is een verbod niet strijdig met geneesmiddelverordening.
HR 9 februari 1996, BIE 1996, 94 (Spiro/Flamco)
Toelaatbaarheid gedeeltelijke nietigverklaring octrooi en wijziging van't octrooischrift.
HvJ EG 23 januari 1997, zaak C-181/95 (Biogen/Smithkline)
ABC voor geneesmiddelen met meerdere basisoctrooien, voor elke houder van een basisoctrooi een ABC.
HvJ EG 12 juni 1997, zaak C-110/95 (Yamanouchi/Patent Office)
ABC. Draagwijdte van artikel 19.
HR 9 april 1999, BIE 2000, 31 (Epenhuijsen/Diversey I)
Het opwerpen van de nietigheid bij wege van verweer kan, doch kan niet leiden tot nietigverklaring octrooi.
HR 2 oktober 1998, BIE 2000, 58 (Generics/Smith Kline & French)
Beroep verworpen want een geneesmiddel mag na het verstrijken van't octrooi op de markt worden gebracht.
HR 16 februari 2001, BIE 2002, 26 (Van Egmond/Wiva)
Hof is niet verplicht om inlichtingen te vragen aan EOB of Bureau IE; verandering van woord 'is' in 'omvatten' is geen ongeoorloofde uitbreiding.
HvJ EG 10 mei 2001, zaak C-258/99 (BASF/BIE)
ABC voor gewasbeschermingsmiddelen: chemische elementen of verbindingen uit natuur of uit industrie, incl. verontreinigingen.
HR 2 november 2001, LJN AB2770 (British Telecom/KPN)
Welk tijdstip is maatgevend voor de kennis en het inzicht van de gemiddelde vakman.
HR 1 maart 2002, LJN AD7342 (TNO/Ter Meulen)
Of in het overeengekomen loon van verweerder een (billijke) vergoeding voor gemis aan octrooirechten is opgenomen.
HR 29 maart 2002, LJN AD8184 (Van Bentum/Kool)
Voor de door het Hof aangenomen zelfbeperking van [eiseres] bestond dus geen enkele reden en daarom zal ook de gemiddelde vakman niet aannemen dat [eiseres] redenen had voor een dergelijke zelfbeperking.
HR 31 oktober 2003, LJN AI0346 (Sara Lee/Intergro)
Het hof heeft zich uitgesproken over het ontbreken van't karakter van wezenlijk bestanddeel en dáártoe niet alleen overwogen dat de koffiebuil (als onderdeel van en samenstel) bekend was, maar voorts dat de houder voorzien van groeven conform de leer van't Amerikaanse octrooi, overeenkomstig de leer van't octrooi van Sara Lee gewijzigd dient te worden zonder dat enige maatregel met betrekking tot de koffiebuil vereist is, om de nadelen van de stand van de techniek (te weten het bypass-verschijnsel) te vermijden.
HvJ EG 11 december 2003, zaak C-127/00 (Hässle/Ratiopharm)
ABC. Begrip eerste vergunning voor in handel brengen in Gemeenschap; rechtsgevolgen van niet-inachtneming referentiedatum (art. 19).
HR 19 december 2003, LJN AF9714 (Roche/Primus)
Derhalve zoniet expliciet dan toch zeker impliciet kan worden afgeleid dat de Hoge Raad oordeelt dat artikel 16 lid 4 EEX de bevoegdheid van de Nederlandse rechter om te oordelen over een vordering tot verbod op inbreuk op een buitenlands octrooi niet in de weg staat.
HR 12 november 2004, LJN AP9663 (Impro/Liko)
De gemiddelde vakman zal concluderen, dat voor een goede werking van de inrichting volgens het Impro-octrooi een parallellogramhefbeweging essentieel is.
HR 9 september 2005, LJN AT3135 (Navcom/Philips)
De enkele omstandigheid dat de Technische kamer van beroep het octrooi in gewijzigde vorm in stand heeft gehouden, brengt geen wijziging.
HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-4/03 (GAT/LuK)
Bevoegdheid van de Nederlandse rechter om te oordelen over een vordering tot verbod op inbreuk op een buitenlands octrooi.
HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-539/03 (Roche/Primus)
Art. 6 EEX niet van toepassing op EU octrooi, inbreuk in elk van de lidstaten, divergenties zullen zich niet voordoen in gelijke gevallen.
HR 29 september 2006, LJN AU6098 (Bakel/Stork)
Geschil tussen octrooihouders over de vraag of een aanvrager van een Europees octrooi onrechtmatig handelt door niet alle mogelijke hem bekende informatie ter kennis van't EOB te brengen en of de houder van een door het EOB getoetst octrooi tegenover concurrenten wegens onjuiste pretentie onrechtmatig handelt indien de houder dit inroept terwijl dit naderhand wordt herroepen danwel vernietigd.
HR 22 december 2006, LJN AZ1081 (Dijkstra/Saier)
Buitenlandse houder van EU octrooi; een uit kunststof vervaardigde emmer met deksel, en een NL bedrijf over inbreuk maken op octrooi emmers met deksel.


Heeft u een afschrift van een 'klassieker' die nog niet digitaal beschikbaar is, of meent u dat een andere inhoudsindicatie treffender is, tipt u dan de redactie: redactie@ie-forum.nl. Leest u vooral ook het Overzicht octrooirechtpraktijk HvJ EU, een zogenaamd, continue bijgewerkt living document, over aanhangige procedures en de meer recente uitspraken, IEF 10736.

IEF 10484

Roche / Primus

HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-539/03 (Roche Nederland B.V. e.a. tegen Primus Goldenberg, e.g. Roche/Primus)

Prejudiciële vragen van de Hoge Raad der Nederlanden

In navolging van IEF 5233 HR Executieverdrag – Artikel 6, punt 1 – Pluraliteit van verweerders –Bevoegdheid van gerecht van woonplaats van een der verweerders – Rechtsvordering wegens inbreuk op Europees octrooi – In verschillende verdragsluitende staten gevestigde verweerders – Octrooi-inbreuken in verschillende verdragsluitende staten”

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens het protocol van 3 juni 1971 betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 19 december 2003, ingekomen bij het Hof op 22 december 2003, in de procedure.

Vragen
1)      Bestaat tussen de rechtsvorderingen ter zake van octrooi-inbreuk die een houder van een Europees octrooi heeft ingesteld tegen een in de staat van de aangezochte rechter gevestigde verweerder enerzijds en tegen verschillende, in andere verdragstaten dan die van de aangezochte rechter gevestigde verweerders anderzijds, van wie de octrooihouder stelt dat zij inbreuk maken op dat octrooi in een of meer andere verdragstaten, een verband als is vereist voor de toepasselijkheid van artikel 6, aanhef en onder 1 [Executieverdrag]?

2)      Indien het antwoord op [de eerste] vraag [...] niet of niet zonder meer bevestigend luidt, onder welke omstandigheden is van zodanig verband dan sprake, en is daarbij bijvoorbeeld van belang
– of de verweerders behoren tot één en hetzelfde concern?
– of bij de verweerders sprake is van een gezamenlijk handelen waaraan een gemeenschappelijk beleidsplan ten grondslag ligt en zo ja, of de plaats van waar dat beleidsplan is uitgegaan, van belang is?
– of de beweerdelijk inbreukmakende handelingen van de verschillende verweerders dezelfde of nagenoeg dezelfde zijn?”

Antwoord
Artikel 6, punt 1, van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, zoals laatstelijk gewijzigd bij het Verdrag van 29 november 1996 inzake de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden, moet aldus worden uitgelegd dat het niet van toepassing is in het kader van een geschil ter zake van inbreuk op een Europees octrooi waarbij onderscheiden, in verschillende verdragsluitende staten gevestigde vennootschappen zijn gedagvaard voor feiten die zij zouden hebben begaan op het grondgebied van een of meer van deze staten, zelfs niet wanneer deze vennootschappen tot eenzelfde concern behoren en op dezelfde of nagenoeg dezelfde wijze hebben gehandeld overeenkomstig een gemeenschappelijk beleidsplan dat is uitgegaan van slechts een van hen.