IEF 19425

Webdesigner schendt auteursrecht op foto

Rechtbank Rotterdam 11 september 2020, IEF 19425, IT 3246; ECLI:NL:RBROT:2020:8047 (Fotograaf tegen Webdesigner) Auteursrecht. Eiser is professioneel fotograaf. Gedaagde is DJ en webdesigner bij een radiozender. Op de website van de radiozender is een door eiser gemaakte foto bij een nieuwsbericht geplaatst, zonder dat gedaagde hier een licentie voor had. Het eigen logo van de radiozender is over de foto geplaatst alsof de foto van de radiozender is en de naam van eiser die onderaan de originele foto stond, is verwijderd. Gedaagde heeft de foto niet verwijderd. Eiser vordert een schadevergoeding en gedaagde op te dragen de foto te verwijderen van zijn website op straffe van een dwangsom. Het staat onbetwist vast dat eiser auteursrechthebbende is van de foto en dat er geen toestemming is verleend voor het openbaar maken van de foto op de website. Er is dus sprake van inbreuk op het auteursrecht. De openbaarmaking moet worden toegerekend aan degene die verantwoordelijk is voor de website. Gedaagde is bij de SIDN geregistreerd als houder van de domeinnaam en is webdesigner van de site. Gedaagde heeft de stelling dat hij in opdracht van een derde handelde, onvoldoende onderbouwd. De vorderingen van eiser worden toegewezen.

5.5. De openbaarmaking van de foto moet worden toegerekend aan degene die verantwoordelijk is voor de website: de eigenaar/beheerder van de website. Daarbij is niet van belang of de eigenaar/beheerder van de website de foto zelf op de website heeft geplaatst of dat zij dit door iemand anders heeft laten doen. Van de eigenaar/beheerder van een website mag verwacht worden dat zij er zorg voor draagt dat op haar website geen foto’s worden getoond die auteursrechtelijke beschermd zijn.

5.6. Vaststaat dat [gedaagde] bij SIDN staat geregistreerd als houder van de domeinnaam. Verder staat als onweersproken vast dat [gedaagde] de website heeft opgezet dan wel de webdesigner is. De kantonrechter verstaat het verweer van [gedaagde] zo, dat [gedaagde] meent dat niet hij maar [naam] verantwoordelijk is voor de website, omdat [gedaagde] in zijn opdracht heeft gehandeld. [eiser] heeft betwist dat [gedaagde] heeft gehandeld in opdracht van [naam] en dat [naam] verantwoordelijk is voor de website.
Gelet op die betwisting, had het op de weg van [gedaagde] gelegen om de door hem gestelde opdracht van [naam] nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door het in het geding brengen van een contract of correspondentie waaruit de door hem gestelde opdracht blijkt. Omdat hij dat niet heeft gedaan, wordt zijn stelling nu als onvoldoende onderbouwd verworpen.
In rechte wordt ervan uitgegaan dat [gedaagde] verantwoordelijk is voor de inhoud van de website. Het inbreuk makende handelen en de daaruit voortvloeiende schade is dus aan hem toe te rekenen.

Afbeelding: 377053 via PixaBay.