IEF 19771

Waterballonvuller maakt geen inbreuk op auteursrecht Tinnus

Rechtbank Den Haag 17 februari 2021, IEF 19771; ECLI:NL:RBDHA:2021:1196 (Tinnus tegen Koopman International) Tussenvonnis. Zie ook [IEF 17507] [IEF 18646] en [IEF 19589]. De oprichter en eigenaar van Tinnus heeft voor haar het product “Bunch O Balloons”, een waterballonvuller, ontwikkeld. Tinnus is houdster van de op 10 maart 2015 onder nummers 0001431829-0001 tot en met 0001431829-0010 geregistreerde Gemeenschapsmodellen. Deze modelrechten zijn op 30 april 2018 door het EUIPO nietig verklaard. De nietigverklaring van 0001431829-0001 is op 18 november 2020 door het Gerecht EU bevestigd [IEF 19589]. Beroep tegen de nietigverklaring van de andere modellen is aanhangig. Aan Tinnus is op 17 oktober 2018 het octrooi EP 3 005 948 B1, getiteld ‘Apparatus, system and method for filling containers with fluids’, verleend. In 2017 heeft de douane in Rotterdam op verzoek van Tinnus beslag gelegd op een partij met 100.000 met de Bunch O Balloons te vergelijken waterballonvullers. Tinnus stelt dat het gebruik van de waterballonvuller van gedaagde inbreuk maakt op Model 0001 tot en met 0010, en op haar auteursrechten op de vormgeving van de Bunch O Balloons,en vordert onder meer een verbod binnen de Europese Unie inbreuk te maken op deze modelrechten en auteursrechten. De op het auteursrecht gebaseerde vorderingen van Tinnus worden afgewezen. De waterballonvuller van Koopman maakt geen inbreuk op enig auteursrecht van Tinnus op de vormgeving van de Bunch O Balloons. Elementen zijn door technische overwegingen ingegeven.

De vorderingen wat betreft de geldigheid van de modelrechten (blijven) geschorst tot het EUIPO onherroepelijk heeft beslist, art. 91 lid 1 GModVo. Door de rechtbank wordt wel inhoudelijk geoordeeld over de verklaring voor recht van niet inbreuk op de Gemeenschapsmodellen. Omdat de procedure voor wat betreft de geldigheid van de modelrechten geschorst blijft, gaat de rechtbank in deze procedure uit van de geldigheid van de modellen van Tinnus, met dien verstande dat de beschermingsomvang hooguit zeer gering is. Gelet op de verschillen in de verhoudingen en het koppelstuk wekt de waterballonvuller van Koopman International een andere algemene indruk en is geen sprake van inbreuk op de Gemeenschapsmodellen van Tinnus als deze geldig zouden zijn.

5.14.
De verder door Tinnus genoemde elementen van de Bunch O Balloons zijn het resultaat van voornoemde technisch bepaalde, althans triviale, elementen met elkaar gecombineerd. Zo zijn het boeketachtige uiterlijk van de bundel ballonnen, de rangschikking van de ballonnetjes en slangetjes en de relatieve verhoudingen van slangetjes, ballonnetjes en elastiekjes, het directe gevolg van de door het gebruiksdoel van de Bunch O Balloons en de daarbij horende technische overwegingen en beperkingen ingegeven keuze voor het koppelstuk, voor het materiaal, de diameter, de positionering en de hoeveelheid gebruikte slangetjes, met even zovele standaard waterballonnetjes aan de uiteinden, en voor de gekozen lengte van de slangetjes, tezamen. Daarbij merkt de rechtbank op dat niet in geschil is dat in de Bunch O Balloons gebruik wordt gemaakt van standaard (kleine) elastiekjes. Omdat de maker niet geacht kan worden zijn persoonlijk stempel te hebben gedrukt op de keuze voor de losse elementen, kan dat ook niet worden gezegd van het directe resultaat van de combinatie, het uiterlijk van de Bunch O Balloons.

5.15.
Al het voorgaande brengt mee dat met de Bunch O Balloons de ondergrens voor auteursrechtelijke bescherming niet wordt gehaald. Nu geen inbreuk kan worden gemaakt op een niet bestaand auteursrecht, liggen de vorderingen in conventie voor zover die op het auteursrecht zijn gebaseerd, voor afwijzing gereed.

5.20.
De veronderstelling dat Model 0001 en/of 0007 geldig zijn, brengt mee dat er vanuit dient te worden gegaan dat niet alle hiervoor onder de bespreking van het auteursrecht genoemde kenmerken door een technische functie zijn bepaald en op grond van artikel 8 lid 1 GModVo van modelrechtelijke bescherming zijn uitgesloten. De rechtbank gaat er vanuit dat, ondanks dat geen vormgevingserfgoed wordt aangewezen, om de redenen als gegeven onder de bespreking van het auteursrecht en met in achtneming van het oordeel van het EUIPO tot nu toe over die Modellen, voor Model 0001 en 0007 hooguit sprake kan zijn van een zeer geringe beschermingsomvang, gelegen in die elementen waar wellicht vrijheid in vormgeving kan worden aangenomen. Het gaat dan om de gekozen lengte van de slangetjes, om de vormgeving van het koppelstuk en (daarmee) om de verhoudingen tussen de verschillende onderdelen. Nu vaststaat dat het gaat om standaard waterballonnetjes, kan in de keuze daarvoor geen vormgevingsvrijheid zijn gelegen.