IEF 16043

Voorlopig getuigenverhoor cast en scenarioschrijvers VPRO-serie toegewezen

VPRO De Maatschap

Rechtbank Noord-Nederland 17 juni 2016, IEF 16043 (Robert Moszkowicz tegen RAAF)
Procesrecht. Verzoeker heeft zijn levensverhaal opgetekend in het boek 'De straatvechter, mijn verhaal'. Ten tijde van mondelinge behandeling voor inzage ex 1019a en 843a Rv, was nog niet bij eindvonnis beslist [zie IEF 16041]. Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor [ex 186 Rv] van de voorlopige cast, scenarioschrijvers, regisseur en producenten wordt toegewezen. In beginsel heeft verzoeker recht op een voorlopig getuigenverhoor als bedoeld in artikel 186 Rv, behoudens het bestaan van een afwijzingsgrond. Het doen horen van een twaalftal getuigen kan een op zich gerechtvaardigde wens van de verzoeker zijn, vanwege omvangrijk feitencomplex en verschillende personen over relevante feiten kunnen verklaren. Een groot aantal getuigen is daarom in het algemeen niet in strijd met de goede procesorde.

4.1. In beginsel heeft verzoeker recht op een voorlopig getuigenverhoor als bedoeld in artikel 186 Rv, behoudens het bestaan van een afwijzingsgrond. Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor kan, als overigens aan de vereisten voor toewijzing is voldoaan, worden afgewezen:
- op grond dat van de bevoegdheid tot het bezig van het middel misbruik wordt gemaakt, waarvan onder meer sprake kan zijn wanneer de verzoeker wegens de onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot uitoefening van die bevoegdheid kan worden toegelaten, alsmede;
- op grond dat het verzoeke strijdig is met de eisen van een goede procesorde,
- dan wel omdat toewijzing van het verzoek moet afstuiten op een ander, door de rechter als zwaarwichtig geoordeeld bezwaar, of wanneer verzoeker daarbij geen rechtens te respecteren belang heeft.

4.8 Het doen horen van een twaalftal getuigen kan een op zich gerechtvaardigde wens van de verzoeker zijn, bijvoorbeeld als een zaak een omvangrijk feitencomplex kent en verschillende personen over verschillende relevante feiten kunnen verklaren.
Het opvoeren van een groot aantal getuigen is daarom in het algemeen niet in strijd met de goede procesorde. Het horen van getuigen kan slechts worden geweigerd als onder de gegeven omstandigheden de goede procesorde in verband met de bij de beslissing betrokken belangen zulks eist, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank hier niet het geval is.
Ten aanzien van de op te roepen getuigen oordeelt de rechtbank dat op grond van de in het verzoekschrift verstrekte informatie genoegzaam is gebleken van een belang aan de zijde van verzoeker om alle in het verzoekschrift genoemde personen op te roepen. Dit heeft naar het oordeel van de rechtbank niet te geldne voor PvH die zijn taak als regisseur - zoveel is onweersproken gebleven - in een vroeg stadium naast zich neer heeft gelegd, zodat het belang van het horen van die getuige onvoldoende aanwezig moet worden geacht.
4.10. Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt. (...)