IEF 20200

Volledige uitspraak zaak Roddelpraat

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 6 september 2021, IEF 20200; C/16/526659 / KL ZA 21-220 (Eisers tegen Bindinc) Kort geding. De voorzieningenrechter deed op 20 september uitspraak nadat eerder een kop/staartvonnis werd gewezen [IEF 20179]. Op 7 april van dit jaar kregen Jan Roos en Dennis Schouten te horen dat hun online programma in de top 20 stond voor de Televizier-Ster online videoserie. De serie stond niet op de door de jury samengestelde longlist, maar via het open invoerveld hebben veel mensen het programma Roddelpraat ingevoerd. Hierdoor is het programma alsnog in een tussentijdse lijst opgenomen.

Op 21 april is een lijst met 20 winnaars van de kwalificatieronde voor de Televizier-Ster gepubliceerd. Roddelpraat stond op die lijst. Sinds 17 augustus kan het publiek (online) stemmen op één van die 20 programma’s. Op die dag kregen de makers van Roddelpraat te horen dat zij alsnog uitgesloten waren van de verkiezing. Programmamakers Roos en Schouten zijn het niet eens met de gang van zaken. De voorzieningenrechter oordeelt dat de organisatie van de prijs onrechtmatig heeft gehandeld. De organisatie mag deelnemers uitsluiten, maar de manier waarop dat is gegaan is onzorgvuldig. Maar dat betekent niet dat Roddelpraat alsnog toegelaten moet worden tot de nominatieronde. Dat komt omdat niet vast is komen te staan dat de uitsluiting van de verkiezing schade voor de programmamakers tot gevolg heeft gehad.

 3.18. Maar ook verder is niet aannemelijk geworden dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] schade lijden door de uitsluiting. Ter zitting is zijdens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gesteld dat het zou gaan om een in hun ogen prestigieuze prijs, maar Bindinc heeft gemotiveerd gesteld dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] duidelijk hebben laten weten helemaal niets om de prijs te geven. Zo is in het eigen programma [programma] onder meer het volgende gemeld: “die hele Televizier-Ster, die mogen ze in hun eigen ster douwen”, “(…) het kan me geen hout schelen”, “Het gaat niet meer om die kutprijs, het gaat nu om het principe.” en “Misschien trekken we onszelf wel terug op het moment dat we er weer bij staan, dat zou zelfs nog wel kunnen”. In een interview met SBS Shownieuws heeft [eiser sub 1] gemeld dat hem die “hele prijs en al die mensjes bij elkaar (…) geen enkele duvel” interesseert. Dit strookt niet met het ter zitting ingenomen standpunt dat het volgens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zou gaan om het ontnemen van een kans op het winnen van een prestigieuze prijs.

3.19. Verder geldt dat de uitsluiting van de verkiezing van de Televizier-Ster en de aankondiging van dit kort geding veel extra publiciteit heeft opgeleverd. Ook de door [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gewenste publiciteit bij een ander publiek dan de jonge YouTube kijker is daardoor inmiddels gerealiseerd doordat de uitsluiting van het programma [programma] en dit kort geding breeduit in de media onder de aandacht is gebracht bij het publiek dat nationale televisie kijkt. Zo stellen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] op hun website zelf ook dat “zij door de uitsluiting extra op de kaart gezet zijn gezet” en dat “de volledige mainstream media vindt dat [programma] is genaaid”. De voordelen die zij op het oog hadden met de deelname aan de verkiezing van de Televizier-Ster zijn inmiddels langs een andere weg bereikt.