IEF 17517

VG Colours mag zich uitlaten over nietigheidsverweren ten aanzien van gewijzigde werkwijzeconclusie

Rechtbank Den Haag 21 februari 2018, IEF 17516; ECLI:NL:RBDHA:2018:1977 (HE Licenties tegen VG Colours) Octrooirecht. Zie eerder IEF 15239. Hanson heeft gedeeltelijk afstand gedaan van het octrooi, in die zin dat hoofdconclusies 1 en 11 niet langer zien op planten in het algemeen, maar zijn beperkt tot planten die behoren tot de orchideeënfamilie. De gewijzigde tekst van het octrooi, zoals deze luidt na gedeeltelijke afstand, geldt als uitgangspunt bij de beoordeling. De vorderingen van HE Licenties worden afgewezen voor zover zij zien op inbreuk op de werkwijze-conclusies 1 tot en met 3, 5, 6 en 10 . Ten aanzien van voortbrengsel-conclusie 11, wordt VG Colours in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over nadere nietigheidsverweren ten aanzien van de wijziging in de tekst van conclusie 11. HE Licenties kan daarna een antwoord-akte nemen. VG Colours wordt daarnaast bevolen om bepaalde bewijsstukken in het geding te brengen.

4.15. De slotsom is dat de beperkte versie van NL 904, zoals deze na afstand is komen te luiden, als grondslag geldt in deze VRO-procedure. Het moment waarop gedeeltelijk afstand van NL 904 is gedaan, na pleidooi, brengt echter mee dat VG Colours mogelijk in haar verdediging is geschaad. Het debat is niet op basis van de beperktere tekst van conclusies 1 en 11 gevoerd. Die beperking brengt, naar VG Colours terecht aanvoert, mee dat bepaalde eerder gevoerde inbreuk- en nietigheidsargumenten wellicht niet meer opgaan, terwijl tegen de huidige tekst mogelijk andere argumenten kunnen worden aangevoerd. In het hiernavolgende zal de rechtbank dan ook per onderdeel nagaan of VG Colours op enig punt in haar verdediging is geschaad. Voor zover dat het geval is, zal zij, gelet op de goede procesorde, de gelegenheid krijgen om haar verweer meer specifiek te richten op de conclusies zoals die luiden na afstand. De bijzondere omstandigheden van dit geval, waarbij het octrooi van de aanvang af geacht wordt anders te luiden, vormen aanleiding om in zo verre af te wijken van het VRO-regime, waarin de regel is dat de mondelinge behandeling het sluitstuk van het debat vormt. Een andere uitkomst is, wederom, onwenselijk om redenen van proces-economie.

4.41. Gelet op dit een en ander, kan zonder nadere bewijsvoering niet worden vastgesteld dat gekleurde orchideeën van VG Colours die vóór de priortiteitsdatum van NL 904 op de markt zijn gebracht reeds een gat volgens kenmerk 11.4 vertoonden. VG Colours, op wie ter zake de bewijslast rust, zal, wanneer dit na de hierna te bespreken akteronde nog opportuun is, in de gelegenheid worden gesteld om dit te bewijzen, zoals zij heeft aangeboden bij pleidooi en daaropvolgende akte van 14 juni 2017. De rechtbank zal VG Colours om proces-economische redenen bevelen om alle schriftelijke bewijsstukken, waaronder de stukken waarnaar zij in haar akte van 14 juni 2017 onder 5 verwijst en schriftelijke verklaringen van mogelijke getuigen, met betrekking tot het gestelde openbaar voorgebruik reeds in de voomoemde akte-ronde in het geding te brengen. De wijziging van conclusie 11 heeft geen gevolgen voor het debat ten aanzien van voorgebruik.

4.42. Nu is vastgesteld dat de gekleurde Phalaenopsis orchideeën van VG Colours onder de beschermingsomvang van conclusie 1 vallen, en is geoordeeld dat de door haar reeds aangevoerde nietigheidsargumenten of niet slagen of leiden tot een bewijsopdracht, is VG Colours mogelijk in haar belang geschaad doordat zij niet de mogelijkheid heeft gehad om nadere nietigheidsargumenten aan te voeren ten aanzien van de gewijzigde conclusie 11. Zoals hiervoor in 4.15 overwogen, zal zij de gelegenheid krijgen om een akte te nemen waarin zij nadere nietigheidsargumenten kan aanvoeren ten aanzien van de gewijzigde tekst van conclusie 11. Nieuwe stellingen die geen oorzakeljk verband houden met de afstand en stellingen waarover in het voorgaande reeds een eindoordeel is gegeven, worden buiten beschouwing gelaten.

4.43. Het voorgaande leidt tot de volgende slotsom in conventie. De gewijzigde tekst van NL 904, zoals deze luidt na gedeeltelijke afstand, geldt als uitgangspunt bij de beoordeling. De vorderingen van HE Licenties worden afgewezen voor zover zij zien op inbreuk op de werkwijze-conclusies 1 tot en met 3, 5, 6 en 10 . Ten aanzien van voortbrengsel-conclusie 11, wordt VG Colours in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over nadere nietigheidsverweren ten aanzien van de wijziging in de tekst van conclusie 11. HE Licenties kan daarna een antwoord-akte nemen. Zoals in 4.41 besproken, wordt VG Colours daarnaast bevolen om bepaalde bewijsstukken in het geding te brengen.