IEF 19101

Verzoek tot verwijdering URL uit Google Search afgewezen

Rechtbank Amsterdam 23 december 2019, IEF 19191, IT 3084 ; ECLI:NL:RBAMS:2019:9887 (Tandarts tegen Google) Eiser is tandarts met een praktijk in Duitsland en Nederland. Hij heeft opgetreden in twee televisieprogramma’s. In het verleden zijn aan eiser tuchtmaatregelen opgelegd. Eiser verzocht Google een aantal URL’s inzake 'tuchtrechtelijke veroordeling tandarts' te verwijderen uit haar zoekresultaten. Google heeft dit verzoek voor een paar resultaten ingewilligd. Voor de overige URL’s verzoekt eiser nu verwijdering in deze verzoekschriftprocedure. Het standpunt van Google dat enkel sprake is van verwerking persoonsgegevens bij een zoekopdracht 'die uitsluitend de volledige naam bevat' en niet bij een zoekopdracht 'met een volledige naam in combinatie met een bepaalde zoekterm' vindt geen steun in het Costeja-arrest.

Ook als een zoekmachine gegevens verwerkt die tevens gegevens bevatten over geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke personen, is sprake van persoonsgegevens in de zin van artikel 2(a) van de Richtlijn persoonsgegevens. De verzochte verwijdering van de gewraakte URL’s wordt afgewezen. De informatie is feitelijk juist, de inhoud van de publicaties is gelet op zichtbaarheidstermijn van vijf jaar van tuchtmaatregelen in het BIG-register actueel en ziet enkel op het professioneel handelen van de verzoeker. Doorslaggevend is dat verzoeker een publiek figuur is die ervoor heeft gekozen in een aantal televisieprogramma’s te verschijnen en te verwijzen naar bekende Nederlanders als zijn patiënten. Doordat verzoeker een publiek figuur is, heeft hij meer te dulden dan de gemiddelde burger.

4.17.  [verzoeker] heeft onvoldoende aangetoond dat de berichtgeving in URL’s 1 tot en met 4 onjuist, irrelevant, bovenmatig of achterhaald is. Allereerst is van belang dat de tuchtrechtelijke informatie die gevonden wordt feitelijk juist is. Niet in geschil is dat [verzoeker] in tuchtrechtelijke procedures is veroordeeld omdat hij in zijn hoedanigheid van tandarts verwijtbaar is tekortgeschoten in de zorg ten opzichte van patiënten, en dat hem daarbij een aantal berispingen en een voorwaardelijke schorsing van zijn BIG-inschrijving van drie maanden is opgelegd. Daarbij komt dat de bewoordingen in de publicaties niet extreem tendentieus, suggestief of op sensatie gericht zijn en niet dermate grievende kwalificaties of beschuldigingen betreffen. Weliswaar wordt op de webpagina van URL 1 gesproken van “doofpotdossier” en op de webpagina van URL 2 gesproken van een “duidelijk falende tandarts”, maar dat maakt – mede in het licht van het feit dat in de publicaties voor het overige voornamelijk wordt aangesloten bij de tekst van het BIG‑register en de tuchtrechtelijke uitspraken – op zichzelf niet dat de publicaties, zoals [verzoeker] heeft gesteld, weinig vormen van objectiviteit tonen en beschadigend zijn. Ook bij de toelichting op de webpagina van URL 1 over wat onder doorhaling in het BIG‑register en een beroepsverbod wordt verstaan, worden geen onjuistheden weergegeven, maar wordt uitgelegd wat de termen inhouden. Dat de kwestie in het verleden ligt, maakt evenmin dat de informatie incorrect of verouderd is. Internetgebruikers zullen begrijpen dat de opgelegde maatregelen uit 2015 en 2016 niet noodzakelijkerwijs de stand van zaken op dit moment weergeven.

4.18.  Daarnaast is de inhoud van de publicaties gelet op de zichtbaarheidstermijn van vijf jaar van de tuchtmaatregelen in het BIG-register (zie 2.5.) actueel. De publicaties hebben betrekking op het professionele handelen van [verzoeker] . Informatie over het privéleven van [verzoeker] is niet opgenomen. Het is aannemelijk dat het privéleven van [verzoeker] nadelige gevolgen ondervindt van de publicaties en de verwijzing in de zoekresultaten van Google. Zijn belangen op dat punt wegen echter niet op tegen het belang dat het publiek heeft om kennis te kunnen nemen van de in deze zaak door Google beschikbaar gestelde informatie. Die informatie wordt bovendien weergegeven in een zoekresultatenlijst met voldoende positieve berichtgeving over de tandartsenpraktijk van [verzoeker] . Niet is gebleken dat de zoekresultatenlijst zodanig is geordend dat het algehele beeld dat hiermee voor de internetgebruiker wordt geschetst geen juiste afspiegeling vormt van de actuele situatie. Dat de zoekresultaten bovenmatig zijn, is dus niet komen vast te staan.

4.19.  Doorslaggevend is echter dat [verzoeker] – zoals Google terecht heeft betoogd – is aan te merken als een publiek figuur en daardoor meer heeft te dulden dan de gemiddelde burger. [verzoeker] heeft ervoor gekozen om een rol te spelen in het publieke debat over esthetische tandheelkunde door in de televisieprogramma’s “ [televisieprogramma 1] ” en “ [televisieprogramma 2] ” te verschijnen en naar bekende Nederlanders als zijn patiënten te verwijzen. Verder geniet hij bekendheid doordat in diverse tijdschriften over zijn diensten is geschreven. Zijn optreden in de televisieprogramma’s kan, anders dan [verzoeker] heeft gesteld, dan ook niet slechts als een marketingactiviteit worden aangemerkt. De opgelegde tuchtmaatregelen zijn gelet op de publieke rol van [verzoeker] een relevant gegeven bij de beoordeling door het publiek en (potentiële) klanten van [verzoeker] . Tegen die achtergrond bestaat op dit moment nog een zwaarwegend belang van het publiek om de betreffende informatie over [verzoeker] te kunnen blijven vinden. Dat de informatie ook beschikbaar is via raadpleging van het BIG‑register doet daar – mede gelet op het gemotiveerde betoog van Google dat de zoekresultaten de informatie in het BIG‑register vindbaar maken – niet aan af.
 

4.20. Het komt erop neer dat de aard van de betrokken informatie, het beperkte tijdsverloop sinds het opleggen van de tuchtmaatregelen, het feit dat de publicatietermijn nog niet is verlopen en het belang dat het publiek erbij heeft om over deze informatie te beschikken gelet op de rol die [verzoeker] in het openbare leven speelt, in dit geval dermate zwaarwegend zijn en noodzakelijk ter bescherming van de vrijheid van informatie, dat het privacybelang en het recht op bescherming van persoonsgegevens van [verzoeker] moet wijken voor het recht op vrije meningsuiting inclusief het door Google gediende belang van de internetgebruiker. Het verzoek tot verwijdering van URL’s 1 tot en met 4 zal dan ook worden afgewezen. Daarmee is evenmin plaats voor toewijzing van het verzoek van [verzoeker] om het proces tot verwijdering van persoonsgegevens zo in te richten dat nieuwe, soortgelijke, koppelingen niet verschijnen. Ook dat verzoek wordt afgewezen.