IEF 19098

Verzoek Audi wordt afgewezen

Vzr. Rechtbank Rotterdam 20 februari 2020, IEF 19098; ECLI:NL:RBROT:2020:1770 (Firma X tegen Audi) Kort geding. Firma X is een detailhandel in auto-onderdelen. Audi is houdster van verschillende Uniemerken. Audi stelt dat Firma X op grote schaal namaakgrillen verkoopt en verhandelt. Audi heeft de voorzieningenrechter op grond van artikelen 9 lid 1 sub a en 11 van de Handhavingsrichtlijn juncto artikel 1019e Rv verzocht dat Firma X wordt bevolen om de inbreuk te staken. De voorzieningenrechter wijst de vordering af wegens het ontbreken van spoedeisend belang en het niet voldoen aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. De bevelen worden vernietigd (met terugwerkende kracht).

4.5.  Een en ander betekent dat aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot herziening wordt toegekomen. Voorop gesteld wordt dat een verzoek tot het geven van een onmiddellijke voorziening bij voorraad tot het geven van een voorlopig inbreukverbod op de voet van artikel 1019e Rv een ingrijpende maatregel is. Bij de behandeling daarvan wordt immers afgeweken van het uitgangspunt dat alvorens te beslissen beide partijen worden gehoord. Daarom dienen aan toewijzing van het verzoek hoge eisen te worden gesteld aan het spoedeisend belang daarvan en dient te zijn voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit in die zin dat maatregelen als deze slechts dan zijn gerechtvaardigd indien elk uitstel voor de houder van het intellectuele eigendomsrecht onherstelbare schade zou veroorzaken, die zo ernstig is dat een kort geding op tegenspraak niet kan worden afgewacht.
 
4.6.  Aan voormelde vereisten is in dit geval niet voldaan. Naar thans als onweersproken vast is komen te staan, heeft Audi [naam firma] voorafgaand aan het verzoek op geen enkele wijze aangeschreven en/of gesommeerd. Naar Audi ter zitting heeft betoogd leert de ervaring dat het sturen van sommaties geen zin heeft. Dat dit ook in dit geval tot geen enkel resultaat had kunnen leiden, is niet aannemelijk geworden. Zoals terecht is aangevoerd door [naam firma] heeft Audi door het achterwege laten van enige sommatie [naam firma] de gelegenheid ontnomen een en ander toe te lichten dan wel de vermeende inbreuk vrijwillig te staken. Evenmin aannemelijk is geworden dat een kort geding, via welke procedure op korte termijn een uitspraak op tegenspraak had kunnen worden verkregen, beslist niet afgewacht kon worden. Audi heeft haar stelling dat de vermeende inbreuken gelet op de aard, ernst en grote schaal van de vermeende inbreuken een aanzienlijke en onherstelbare schade tot gevolg zouden hebben indien wel was over gegaan tot het instellen van een kort geding niet nader onderbouwd.
 
4.7.  Op grond van het voorafgaande moet worden geconcludeerd dat de Beschikking moet worden herzien in die zin dat de daarbij aan [naam firma] opgelegde bevelen worden vernietigd.