IEF 20343

Vernietiging octrooien op kentekendocument met chip

Rechtbank Den Haag 17 november 2021, IEF 20343; C/09/600708 / HA ZA 20-983 (RDW tegen Octrooihouder) Gedaagde in conventie en eiser in reconventie (hierna: gedaagde) is houder van de octrooien NL 286 en NL 756 voor een kentekendocument met geïntegreerde RFID-chip. De RDW (Dienst Wegverkeer) is het publiekrechtelijke rechtspersoon dat belast is met het uitgeven van kentekens van motorrijtuigen, het inschrijven en tenaamstellen van motorvoertuigen in het kentekenregister, en het afgeven van kentekenbewijzen. Na berichtgeving in de media over tests met kentekenplaten met RFID-chips in 2012 en de invoering van de kentekencard in 2014, heeft gedaagde de RDW aangegeven dat hij betrokken wenst te worden bij RFID-ontwikkelingen. Gedaagde is van mening dat RDW althans de overheid zijn idee gebruikte en aldus inbreuk maakte op zijn rechten. In deze procedure vordert de RDW de vernietiging van octrooien NL 286 en NL 756 wegens gebrek aan inventiviteit. De rechtbank vernietigt de octrooien.

5.13. Voor deze conclusies geldt hetzelfde als hiervoor is overwogen voor NL 286, in het bijzonder de passage in r.o. 5.6. over de  beschermingsomvang van het octrooi. De conclusies 1 t/m 3 van NL 756 claimen immers nagenoeg dezelfde materie als de conclusie van NL 286, zodat ook deze conclusies zo moeten worden begrepen dat deze uitsluitend zien op een in de  kentekenplaat geïntegreerde RFID-chip, althans dat de conclusie dit toevoegt aan de stand van de techniek. Dat in  conclusiekenmerk la sprake is van een ‘identiteitsdocument’ en als voorbeelden zowel een kentekenplaat als een kentekencard worden genoemd, maakt dit niet anders omdat de gemiddelde vakman weet, op grond van zijn algemene vakkennis, dat een RFID-chip geïntegreerd in een kentekencard reeds bekend was (vgl. 5.6). Die materie is al in FR 385 geopenbaard.10 Die  conclusies zijn derhalve nietig wegens gebrek aan nieuwheid op dezelfde gronden als hiervoor uiteengezet.

5.18. De rechtbank hecht eraan op te merken dat deze zaken - zoals RDW terecht heeft aangevoerd - de keerzijde laat zien van het registratieoctrooi, dat Nederland als een van de weinige landen nog kent. De gedachte was destijds om laagdrempelige toegang te bieden voor aanvragers die tegen lage kosten, ongeacht de uitkomst van een nieuwheidsonderzoek, een octrooi automatisch verleend krijgen. RDW legt de vinger op de zere plek waar hij zegt dat de kwaliteit van de octrooien in dit systeem niet is gewaarborgd, waardoor het voor de octrooihouder zelf en derden niet duidelijk is wat de waarde is van een verleend Nederlands octrooi. De onderhavige zaken zijn hiervoor exemplarisch. Het zou niet onverstandig zijn om, nu zoveel járen later, bij de  komende wetswijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 goed te reflecteren op de wenselijkheid van dit systeem.