Gepubliceerd op woensdag 16 september 2026
IEF 23829
Rechtbank Overijssel ||
8 sep 2026,
Rechtbank Overijssel 8 sep 2026,, IEF 23829; ECLI:NL:RBOVE:2026:5533 ([partij A] tegen GBK), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/vernietiging-hoofdveroordeling-doet-grondslag-voor-dwangsommen-vervallen-in-auteursrechtelijk-executiegeschil

Vernietiging hoofdveroordeling doet grondslag voor dwangsommen vervallen in auteursrechtelijk executiegeschil

Rb. Overijssel 8 september 2026, IEF 23829; ECLI:NL:RBOVE:2026:5533 ([partij A] tegen GBK). De kantonrechter oordeelt in een executiegeschil dat voortvloeit uit een eerdere procedure tussen voormalige leden van Gemeente Belang Kampen (GBK) en GBK. In die eerdere zaak was onder meer geoordeeld dat [partij A] inbreuk had gemaakt op het auteursrecht van GBK op teksten uit het verkiezingsprogramma en was hun bevolen dit gebruik te staken, op straffe van dwangsommen. Nadat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een deel van de hoofdveroordelingen had vernietigd, moest worden beoordeeld welke geïncasseerde bedragen nog een rechtsgrond hadden. De kantonrechter stelt voorop dat een dwangsom niet zelfstandig kan voortbestaan zonder de hoofdveroordeling waaraan zij is gekoppeld. Vernietiging van die hoofdveroordeling in hoger beroep heeft daarom terugwerkende kracht: reeds ingevorderde dwangsommen zijn dan achteraf bezien niet verbeurd en gelden als onverschuldigd betaald. Omdat de hoofdveroordelingen ten aanzien van [partij A2] volledig waren vernietigd, moet GBK het bij hem geïncasseerde bedrag van € 12.919,02 terugbetalen.

Voor [partij A1] en [partij A3] bleven delen van de eerdere veroordelingen wel in stand. De kantonrechter oordeelt dat [partij A1] een dwangsom heeft verbeurd wegens overtreding van het auteursrechtelijke stakingsbevel en daarnaast wegens een beheerhandeling op de Facebookpagina van GBK. [partij A3] kon voor die laatste overtreding op 18 augustus 2022 nog geen dwangsom verbeuren, omdat het vonnis pas op 19 augustus aan hem was betekend. De kantonrechter weigert verder om in dit executiegeschil alsnog terug te komen op een mogelijke misslag in het arrest van het hof over de ICT-kosten: een executiegeschil mag geen verkapt hoger beroep worden en van misbruik van executiebevoegdheid is onvoldoende gebleken. GBK wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 12.919,02, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van betaling. De reconventionele vordering van GBK tot opheffing van het conservatoire beslag wordt afgewezen.

 

4.10.

In de brief van 26 augustus 2022 is onder meer het volgende vermeld:

“Veroordeling 8.5. (auteursrecht et cetera)

U – en de overige partijen – hebben het verkiezingsprogramma (eigendom van GBK) na de veroordeling en de betekening, gehandhaafd op de site van [politieke partij] . Op enig moment is een link op de voorpagina van de site verwijderd. Dit geschiedde een paar dagen nadat betekening had plaatsgevonden. Daarvoor kwam toen in de plaats te staan iets in de trant van: het verkiezingsprogramma is bij ons opvraagbaar, stuur een mail (of iets dergelijks). Daarna stond het verkiezingsprogramma nog steeds zichtbaar op de site. Daags daarna is ook die mededeling verwijderd en is het gehele verkiezingsprogramma van de site verwijderd.

[…] op 19 augustus was het verkiezingsprogramma nog niet door u en/of de heer [partij A2] en/of de heer [partij A3] en/of de heer [partij A4] , van de site gehaald. Op 19 augustus was dan ook de dwangsom van € 5.000 door u verschuldigd.

[…]

Op dinsdag 23 augustus is niet alleen de link verwijderd, maar is ook het hele verkiezingsprogramma verwijderd van de site, […]. Op 23 augustus, ’s morgens, stond het verkiezingsprogramma nog op de site.”

4.11.

[partij A1] stelt onweersproken dat een bedrag van € 12.000,00 aan dwangsommen is geïncasseerd wegens overtreding van de veroordeling onder 8.5. (schending van auteursrechten). [partij A1] stelt dat GBK een bedrag van € 5.000,00 moet terugbetalen, omdat GBK in de brief van 2 september 2022 ten onrechte uitgaat van het verbeuren van dwangsommen per 18 augustus 2022 (de dag van betekening van het vonnis).

4.12.

Op grond van artikel 611a lid 3 Rv kan een dwangsom niet worden verbeurd vóór betekening van de uitspraak waarbij zij is vastgesteld. Met de bepaling in artikel 611a lid 3 Rv is beoogd dat de veroordeelde partij kennis draagt van het rechterlijk verbod of bevel en in de gelegenheid wordt gesteld alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Door betekening van het vonnis wordt hieraan voldaan. De verplichting om aan het vonnis te voldoen gaat overigens al in op het moment van de uitspraak. [partij A1] is daarin veroordeeld om met onmiddellijke ingang vanaf de datum van betekening van het vonnis iedere inbreuk op het auteursrecht te staken. De kantonrechter heeft daarbij niet (ingevolge artikel 611a lid 4 Rv) bepaald dat [partij A1] pas na verloop van een zekere termijn na betekening de dwangsom zal kunnen verbeuren. Alleen de rechter die een dwangsom heeft opgelegd kan op vordering van een veroordeelde de dwangsom verminderen of opschorten op de grond dat het onmogelijk is om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Hierover heeft het hof (in overweging 5.16.) al overwogen dat de kantonrechter op de mondelinge behandeling heeft aangekondigd dat het vonnis op 16 augustus 2022 zou worden gewezen, zodat [partij A1] had kunnen anticiperen op de toewijzing van de vorderingen van GBK en hij op tijd aan de veroordeling kon voldoen. De kantonrechter overweegt dat een executiegeschil geen verkapt hoger beroep mag zijn en zal daar niet (opnieuw) over oordelen. Alleen als dat misbruik van recht oplevert (art. 3:13 lid 1 BW) mag een bevoegdheid tot het executeren van een uitspraak niet worden ingeroepen. Daarvoor hebben [partij A1] en [partij A3] niets aangevoerd.

4.13.

De brief van 2 september 2022 zit niet bij de gedingstukken en de brief van 26 augustus 2022 maakt melding van een eerste overtreding op 19 augustus 2022. Maar ook indien wordt uitgegaan van een eerste overtreding van de veroordeling onder 8.5. op 18 augustus 2022, wat door GBK niet is weersproken, heeft [partij A1] gelet op het voorgaande een dwangsom verbeurd. Dát [partij A1] na betekening van de uitspraak in strijd heeft gehandeld met de veroordeling onder 8.5. is niet weersproken.