IEF 20206

Verkoop namaakproducten van Apple

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 september 2021, IEF 20206; ECLI:NL:GHSHE:2021:2801 (Appellante tegen geïntimeerden) Appellante is een online warenhuis dat diverse producten inkoopt bij onder andere geïntimeerden. Geïntimeerden zijn beiden groothandelaars, de één in designartikelen en gadgets en de andere in elektronica- en telecommunicatieapparatuur. Appellante is door Apple Inc. aansprakelijk gesteld wegens merkinbreuk. Deze kwestie is tot een schikking gekomen, waarbij appellante Apple 8.000 euro heeft betaald. In de procedure in eerste aanleg stelt ze dat geïntimeerden zijn tekortgekomen in de overeenkomst door niet-authentieke c.q. counterfeitproducten te leveren. Deze vordering is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hoger beroep is gebaseerd op een toerekenbare tekortkoming dan wel onrechtmatig handelen van enkel geïntimeerde 2. Het Hof bekrachtigd echter het vonnis van de rechtbank. Het is niet voldoende duidelijk dat de producten die Apple als namaakproducten heeft bestempeld zijn geleverd door geïntimeerde 2.

6.15 Vervolgens is de vraag aan de orde of [appellante] voldoende heeft onderbouwd dat [geïntimeerde 2] haar in februari 2017 namaakproducten heeft geleverd in plaats van de Apple-producten die aan [appellante] zijn gefactureerd. Naar het oordeel van het hof is dat niet het geval. Van de producten die Apple als namaakproducten heeft bestempeld is in deze procedure alleen bekend dat zij door de advocaat van Apple via de website van [appellante] zijn verkregen, zodat [appellante] als verkoper heeft te gelden, maar niet dat de desbetreffende producten door [appellante] van [geïntimeerde 2] zijn betrokken waardoor [geïntimeerde 2] als leverancier ervan aangemerkt kan worden. Vaststaat dat in ieder geval ook [geïntimeerde 1] dergelijke producten aan [appellante] heeft geleverd, zodat het niet uitgesloten is te achten dat de door Apple ontdekte namaakproducten niet door [geïntimeerde 2] maar door [geïntimeerde 1] zijn geleverd. In ieder geval heeft [appellante] alles bij elkaar onvoldoende onderbouwd dat [geïntimeerde 2] de bewuste namaakproducten heeft geleverd. Bij deze stand van zaken is voor bewijslevering als door [appellante] aangeboden geen grond aanwezig en komt het hof niet toe aan de vraag of [geïntimeerde 2] in verband met de door haar geleverde producten al dan niet 30% van het door [appellante] bij wijze van schikking aan Apple betaalde bedrag aan [appellante] verschuldigd is geworden. Dit percentage heeft [appellante] in de toelichting op grief IV overigens alleen toegelicht met een verwijzing naar het aandeel van [geïntimeerde 2] in het totaal van de leveringen van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] aan Apple-producten, afgezet tegen het totale schikkingsbedrag, hetgeen niet als een voldoende onderbouwing voor het gevorderde bedrag zou kunnen gelden.