IEF 17949

Verbod op drukken en verspreiden van titellijsten huis-aan-huisbladen afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang

Ktr. Rechtbank Den Haag 5 september 2018, IEF 17949 (eiser tegen Holland Media Combinatie e.a.) Databankenrecht. Eiser heeft in de periode van januari 2000 tot eind 2008 een databank samengesteld met lijsten met titels van huis-aan-huisbladen die gezamenlijk landelijke dekking bieden. Eiser had een brochure achtergelaten bij Mediabureau OMD met daarin zijn formule. Provincie Zuid-Holland is deze formule zelf gaan voortzetten en heeft het meermalen laten publiceren in aanbestedingsinstructies. De mediabureaus zijn deze formule gaan exploiteren. De uitgevers hebben jarenlang advertenties (bekendmakingen) gedrukt en verspreid. Eiser vordert een verbod tot het drukken en verspreiden van bekendmakingen, advertenties en andere publicaties en overleg van de gehele administratie. Eiser is al jaren op de hoogte van het drukken en verspreiden van de bekendmakingen door gedaagden. In eerdere rechtszaken is ook al beslist dat hij geen auteursrecht heeft op de titellijsten en de formule. Eiser heeft geen spoedeisend belang. De vorderingen worden afgewezen.

3.3 Gedaagden betwisten dat eiser een spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen. Daartoe voeren zij aan dat de kwestie al sinds 2007 speelt, zoals blijkt uit eerder gewezen vonnissen van deze rechtbank (in 2007, 2012 en 2016) en uit het arrest van het gerechtshof Den Haag uit 2011 (vindplaatsen genoemd in de conclusie van antwoord). Rechtbank en gerechtshof hebben beslist dat eiser geen auteursrecht heeft op zijn titellijsten of op de 'formule tot nationaal bereik van alle huishoudens'. In 2015 heeft eiser gedreigd met een kort geding tegen een aantal gedaagden, maar hij heeft dat niet doorgezet. Er zijn geen relevante nieuwe feiten of omstandigheden. Het feit dat eiser financiële problemen heeft creëert geen spoedeisend belang bij de vorderingen. Aldus gedaagden.
3 .4 Ter zitting heeft eiser naar voren gebracht dat een IE zaak zich leent voor spoedeisendheid, dat hij mede door toedoen van gedaagden geen inkomsten verwerft via zijn databank, dat hij en zijn echtgenote wederom op straat zijn geraakt en dat daardoor de gezondheid van zijn echtgenote ernstig achteruit is gegaan en revalidatiemogelijkheden ontbreken. Voorts heeft eiser gesteld dat de gedaagden zich niet kunnen beroepen op de vonnissen en arresten uit de periode 2007 t/m 2016 omdat rechtbank en gerechtshof toen zijn bedrogen en inmiddels aan de officier van justitie is gevraagd om deze uitspraken bij het hof voor te dragen voor vernietiging/nietigverklaring.
3 .5 De kantonrechter overweegt als volgt. Het feit dat eiser de officier van justitie heeft gevraagd om de eerdere vonnissen en arresten ter vernietiging voor te dragen aan het gerechtshof maakt niet dat eiser een spoedeisend belang heeft gekregen bij zijn vorderingen. De omstandigheid dat eiser op straat is geraakt en dat de gezondheid van zijn echtgenote ernstig terugloopt is betreurenswaardig en maakt begrijpelijk dat eiser op korte termijn over geld wil beschikken. Als echter in aanmerking wordt genomen dat als niet door eiser weersproken vast staat (1) dat eiser al jaren op de hoogte is van het drukken en verspreiden van de bekendmakingen door (een aantal) gedaagden, en (2) dat rechtbank en hof Den Haag in 2011 en 2012 hebben beslist dat hij geen auteursrecht heeft op zijn titellijsten of op de 'formule tot nationaal bereik van alle huishoudens', dan is -ondanks het belang van eiser- van een spoedeisende zaak geen sprake. Los daarvan zou toewijzing van de vorderingen niet (en zeker niet onmiddellijk) de financiële problemen van eiser oplossen; de vorderingen strekken immers niet tot betaling van een geldsom aan eiser. De kantonrechter komt daarom tot de conclusie dat een spoedeisend belang ontbreekt en dat de vorderingen op die grond moeten worden afgewezen.

Deze uitspraak is een vervolg op Vzr. Rb. Den Haag 27 december 2007, IEF 5301, BIE 2009, 9 (X/Free Publicity), Rechtbank ’s-Gravenhage 1 oktober 2008, IEF 7141, (Free Publicity/IDMC), Hof Den Haag 26 april 2011, 200.004.981/01, IEF 9595, (X/Free Publicity),  Rb. Den Haag 25 april 2012,  IEF 11271 (X/Van Daelen) en Rb. Den Haag 10 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1418,  NJF 2016/186 (Van Daelen / Free Pubicity).