Gepubliceerd op vrijdag 25 september 2026
IEF 23855
Unified Patent Court (UPC) ||
19 aug 2026,
Unified Patent Court (UPC) 19 aug 2026,, IEF 23855; UPC_CoA_908/2025; UPC_CoA_909/2025; UPC_CoA_918/2025 (Hartmann tegen Omni-Pac), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/upc-coa-eierverpakkingspatent-slechts-geldig-in-beperkte-vorm-geen-inbreuk-door-omni-pac

UPC CoA: eierverpakkingspatent slechts geldig in beperkte vorm, geen inbreuk door Omni-Pac

UPC CoA 19 augustus 2026, IEF 23855; IEFbe 4315; UPC_CoA_908/2025; UPC_CoA_909/2025; UPC_CoA_918/2025 (Hartmann tegen Omni-Pac). In deze zaak tussen Hartmann Packaging en Omni-Pac staat de geldigheid en inbreuk op EP 2 755 901 centraal. Het octrooi van Hartmann ziet op een eierverpakking en op een werkwijze voor de vervaardiging daarvan. Hartmann stelde dat de door Omni-Pac geproduceerde en verhandelde ComPac-eierverpakkingen inbreuk maakten. Omni-Pac betwistte de inbreuk en stelde een tegenvordering tot nietigverklaring in. De Local Division Düsseldorf hield conclusie 1 slechts in gewijzigde vorm volgens auxiliary request 2 in stand, maar achtte werkwijzeconclusie 6 zoals verleend geldig. De inbreukvordering van Hartmann werd afgewezen. Beide partijen gingen in hoger beroep. Het Court of Appeal gaat eerst in op enkele processuele punten. R. 222.2 RoP, op grond waarvan nieuwe verzoeken, feiten en bewijsmiddelen in hoger beroep buiten beschouwing kunnen worden gelaten, ziet niet op nieuwe juridische argumenten. Een partij mag in hoger beroep dus een nieuw juridisch argument aanvoeren wanneer dat argument is gebaseerd op feiten en bewijs die al in eerste aanleg waren aangevoerd. De uitleg van een octrooiconclusie is volgens het Court of Appeal een rechtsvraag. Nieuwe bewijsmiddelen die Hartmann in hoger beroep had ingediend, worden daarentegen niet toegelaten, omdat Hartmann niet aannemelijk had gemaakt dat deze redelijkerwijs niet eerder konden worden overgelegd, terwijl hun relevantie bovendien gering was. Bij de uitleg van conclusie 1 oordeelt het Court of Appeal dat de daarin genoemde ‘upwardly extending retainment projection’ moet worden onderscheiden van de traditionele flexibele sluitflappen uit de stand van de techniek. Het octrooi beoogt juist een verpakking te bieden die zonder zo'n traditionele sluitflap betrouwbaar en in één mechanische beweging kan worden gesloten en vergrendeld. De conclusie vereist niet dat de retainment projection een bepaalde mate van stijfheid heeft, maar een traditionele, scharnierende flexibele sluitflap valt wel buiten de betekenis van dit kenmerk.

Voor de beoordeling van inventiviteit bevestigt het Court of Appeal zijn benadering uit onder meer Amgen/Sanofi. Eerst moet het objectieve probleem worden vastgesteld vanuit het perspectief van de vakpersoon op de relevante datum. Daarbij moet de conclusie als geheel worden vergeleken met de stand van de techniek en moet rekening worden gehouden met het inventieve concept en de technische effecten van de uitvinding. Een oplossing ligt voor de hand wanneer de vakpersoon vanuit een realistisch uitgangspunt, met het oog op het objectieve probleem, tot de geclaimde oplossing zou zijn gekomen en niet slechts daartoe had kunnen komen. Conclusie 1 zoals verleend mist inventiviteit ten opzichte van GDM1. Het verschil zit volgens het Court of Appeal uiteindelijk in het gebruik van vezelmateriaal. Het gebruik van pulp voor eierverpakkingen behoorde echter tot de algemene vakkennis en de vakpersoon had aanleiding om uit de beschikbare materialen een geschikt materiaal te kiezen. Ook auxiliary request 1 biedt geen uitkomst. Conclusie 1 volgens auxiliary request 2 is daarentegen wel inventief. Deze versie vereist onder meer dat de neus als een haak om de onderrand van de opening grijpt. GDM1 geeft de vakpersoon volgens het Court of Appeal geen aanwijzing voor een dergelijke haakconstructie. Conclusie 1 blijft daarom in deze beperkte vorm in stand. Ook conclusie 6 zoals verleend kan niet in stand blijven. Hoewel deze werkwijzeconclusie nieuw is ten opzichte van GDM6, mist zij inventiviteit ten opzichte van GDM1 in combinatie met de algemene vakkennis. Het vervaardigen van eierdozen door middel van suction moulding behoorde tot die vakkennis en de vakpersoon zou door routinematig testen ook komen tot de vereiste positionering van de retainment projection en opening om vervormingen tijdens het productieproces te compenseren. Conclusie 6 zoals verleend wordt daarom herroepen. Conclusie 6 volgens auxiliary request 2 is daarentegen wel nieuw en inventief en blijft, net als conclusie 1, in die beperkte vorm in stand. Van inbreuk op de aldus beperkte conclusies is geen sprake. De ComPac-verpakkingen van Omni-Pac beschikken volgens het Court of Appeal niet over de vereiste ‘upwardly extending retainment projection’, maar over een flexibele sluitflap. Daardoor zijn de relevante kenmerken van zowel conclusie 1 als conclusie 6 niet vervuld. Het Court of Appeal hoeft de overige betwiste kenmerken daarom niet meer te beoordelen en verwerpt het hoger beroep van Hartmann in de inbreukprocedure.

67. In summary, the skilled person will understand the “at least one upwardly extending retainment projection extending from the front side of the bottom part” as distinct from hinged flexible flaps with protrusions as known in the prior art, so that feature 2.2 excludes the provision of a traditional locking flap ). This is consistent with feature 2.2.1 of claim 1, according to which the upwardly extending retainment projection (26) has a downwardly and outwardly extending nose (28) for locking engagement with one or more co-operating apertures (30) in the front surface (12) of the cover part (6) (see para. 64 above). The interpretation gains further support from the facts that the patent does not use the word flap, except when prior art is mentioned, and that none of the drawings demonstrate a locking flap, instead they demonstrate retainment projections (esp. Figure 5 ). While embodiments shall not be used to limit the scope of protection, this reading is consistent with the claim language, the description and the drawings, seen against the objectives of the patent and the inventive concept.

83. The claimed solution is obvious when at the relevant date the skilled person, starting from a realistic starting point in the state of the art in the relevant field of technology, wishing to solve the objective problem, would (and not only: could) have arrived at the claimed solution.

156. Based on the claim interpretation as set out above, features 2.2 and 2.2.1 of claim 1 are not fulfilled by the contested embodiments. There is no upwardly extending retainment projection. Instead there is a closure flap.