IEF 19291

Uitzendingen EenVandaag over onveilige injectienaalden niet onrechtmatig

Hof Amsterdam 23 juni 2020, IEF 19291, LS&R 1830; ECLI:NL:GHAMS:2020:1637 (AVROTROS tegen Terumo)  Hoger beroep op de uitspraken [IEF 16172] en [IEF 15860]. AVROTROS heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens Terumo met haar uitzendingen van 23 maart en 15 april 2015 over problemen met de productie van injectienaalden bij Terumo alsmede de controle binnen het distributiecentrum. De kern van de eerste uitzending vindt voldoende steun in het feitenmateriaal ten tijde van de uitzending. AVROTROS heeft waarde mogen hechten aan de beweringen van klokkenluiders en beschikte over een grote hoeveelheid interne stukken van Terumo waaruit zij in redelijkheid heeft mogen afleiden dat er injectienaalden met lijmresten op de markt kwamen. Er is daarnaast voldoende gelegenheid geweest voor een weerwoord.

In dat kader is van belang dat Terumo de problemen in grote lijnen heeft erkend en haar weerwoord in de uitzending ook aan de orde komt. Daarmee is wat betreft de gezondheidsrisico’s aandacht besteed aan het standpunt van Terumo en is aldus een zeker evenwicht in de berichtgeving tot stand gebracht. Volgens Terumo wordt zij in de uitzending ten onrechte ervan beschuldigd dat de door haar geproduceerde injectienaalden een gevaar zijn voor de gezondheid van mensen. Terumo voert in dit verband aan dat uit het onderzoek van het RIVM (van na de uitzending) is gebleken dat de gezondheidsrisico’s verwaarloosbaar zijn. Het hof overweegt dat AVROTROS in de uitzending slechts de mogelijkheid van gezondheidsrisico’s oppert en niet met stelligheid beweert dat die risico’s daadwerkelijk aanwezig zijn. Dat het RIVM enige tijd na de uitzending heeft gerapporteerd dat er geen gezondheidsrisico’s zijn te verwachten doet geen afbreuk aan het voorgaande. AVROTROS mocht immers uitgaan van het feitenmateriaal waarover zij ten tijde van de uitzending beschikte. Ook ten aanzien van de tweede uitzending is Terumo de gelegenheid geboden een reactie te geven, maar zij heeft daar geen gebruik van gemaakt. De keuze van Terumo om te zwijgen dient dan ook voor haar rekening te blijven. Terumo voert nog aan dat AVROTROS heeft nagelaten zelf onderzoek te (laten) verrichten naar de naalden van Terumo, maar het hof is van oordeel dat AVROTROS ook zonder een dergelijk onderzoek over voldoende feitenmateriaal beschikte om de problematiek in de uitzending aan de orde te stellen. Nog daargelaten of het voor AVROTROS doenlijk is en gevergd kan worden om een grootschalig en langdurig onderzoek te verrichten naar de daadwerkelijke gezondheidsrisico's.

3.7.1

Samengevat volgt uit het voorgaande dat de kern van de eerste uitzending voldoende steun vindt in het ten tijde van die uitzending beschikbare feitenmateriaal. In de uitzending zijn een paar onjuistheden aan te wijzen, maar die zijn van ondergeschikte aard. De meest ernstige fout is dat aan een citaat uit een brief van de minister van VWS het woord BADGE is toegevoegd waardoor aan de lijmresten een zwaarder risico wordt toegeschreven dan de feiten rechtvaardigen. Deze onjuistheid is echter, gelet op de strekking van de uitzending, de betekenis van de onjuistheid daarin en de overige omstandigheden, van onvoldoende gewicht om de uitzending onrechtmatig te achten. Verder is gebleken dat AVROTROS c.s. Terumo op voldoende zorgvuldige wijze de ruimte heeft geboden tot het geven van weerwoord.

3.7.2

De tweede uitzending bevat weliswaar uitspraken van een klokkenluider die niet door andere stukken of bronnen worden ondersteund, maar daar staat tegenover dat Terumo, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, die beweringen niet heeft tegengesproken of ontkracht. De uitzending vervolgt met het uitdiepen van het onderwerp van de eerste uitzending tegen welk vervolg Terumo niet of nauwelijks bezwaren heeft ingebracht. Mede in het licht van de eerste uitzending, waarop de tweede uitzending teruggrijpt, en het zwijgen van Terumo is er onvoldoende aanleiding om het uitzenden van de verklaring van de tweede klokkenluider aan te merken als een te lichtvaardige beschuldigingen. Alles afwegende komt het hof, anders dan de rechtbank, tot de conclusie dat AVROTROS c.s. met de uitzendingen niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens Terumo.

3.7.3

Het hof neemt bij dit oordeel in aanmerking dat de gevolgen van de uitzendingen voor Terumo aanzienlijk zijn geweest. Daar staat tegenover dat het publiek er een groot belang bij heeft dat vrijelijk kan worden bericht over onderwerpen die de volksgezondheid raken, zoals de productie van en controle op medische materialen en hulpmiddelen. Daarom is voor de beoordeling van de rechtmatigheid van beschuldigingen als de onderhavige met name van belang te bezien of er voldoende aanleiding is geweest voor de journalistieke uiting en of deze op voldoende zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en is gepresenteerd. Die toetsing valt in dit geval uit in het voordeel van AVROTROS c.s.