IEF 19309

Uitzending 'Undercover in Nederland' niet onrechtmatig jegens imam

Hof Amsterdam 9 juni 2020, IEF 19309, C/13/635267 (Imam tegen SBS) SBS is een omroeporganisatie. Op haar televisiezender SBS6 zendt zij het programma 'Undercover in Nederland' uit. Op 9 oktober 2016 zond SBS6 een aflevering uit die aan illegale polygamehuwelijken was gewijd. Insteek was de aanname dat imams in Nederland dergelijke huwelijken ondanks het verbod toch inzegenen. Centrale vraag in dit geding is of de uitzending waarin appellant met gebruikmaking van met een verborgen camera gemaakte opname herkenbaar in beeld is gebracht als een imam die zijn medewerking verleende aan het sluiten van illegale polygame huwelijken, onrechtmatig is jegens hem. De vorderingen van appellant zijn ook in hoger beroep niet toewijsbaar. De uitzending is niet onrechtmatig jegens appellant. Het belang van SBS bij uitoefening van haar recht op vrijheid van meningsuiting dient in dit geval te prevaleren boven het belang van appellant bij bescherming van zijn recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Niet alleen is sprake van een maatschappelijke misstand die SBS terecht aan de orde stelt, maar ook vindt de beschuldiging voldoende steun in het feitenmateriaal.      
      ·

 

3.8   Appellant heeft betoogd dat SBS het ruwe beeldmateriaal heeft gemanipuleerd door voor hem ontlastende delen van dat materiaal weg te laten in de uitzending waardoor uitspraken van Appellant uit hun verband zijn gerukt. Dit betoog wordt verworpen. Het hof heeft zowel het ruwe beeldmateriaal als het materiaal dat voor de uitzending is gebmikt, bekeken . Uit die waarneming blijkt niet dat uit het ruwe materiaal wezenlijke delen zijn weggelaten die maken dat van de uitzending een geheel andere indruk ontstaat dan in werkelijkheid het geval was. Zowel het materiaal dat voor de uitzending is gebruikt als het ruwe beeldmateriaal laat zien dat Appellant op een gegeven moment ervan op de hoogte was geraakt dat M al getrouwd was en twee vrouwen had en Appellant desondanks bereid was medewerking te verlenen aan een huwelijk tussen M en B. Blijkens de beelden heeft Appellant aan B zelfs gevraagd of zij er problemen mee had dat zij de derde vrouw zou worden van M na voltrekking van de nikah.

3.9   Een substantieel deel van de verdenkingen en beweringen die in het programma worden geuit aan het adres van Appellant vinden naar het oordeel van het hof aldus onmiskenbaar steun in de opnamen met de verborgen camera. Anders dan Appellant heeft betoogd, blijkt uit de beelden geenszins dat Appellant verrast was toen hij hoorde dat M al getrouwd was en al twee vrouwen had. Evenmin blijkt daaruit dat Appellant uiteindelijk geen medewerking zou verlenen aan het sluiten van de nikah. Daartoe is redengevend dat Appellant, ook nadat hij ermee bekend was dat partijen niet voor de Nederlandse wet met elkaar gehuwd waren en dat M al twee vrouwen had, op geen enkel moment de indruk heeft gewekt niet tot het sluiten  van de nikah over te zullen gaan. Ook is uit het beeldmateriaal niet gebleken dat de wetenschap dat M al getrouwd wat Appellant ervan weerhield de nikah te voltrekken. Integendeel, Appellant heeft desgevraagd verklaard dat het "voor hem geen probleem was" om het huwelijk te voltrekken. Ook  de stelling van Appellant dat een nikah niet kon worden gesloten omdat niet voldoende getuigen aanwezig waren en nog niet was voldaan aan het vereiste van de bruidsgave, leidt niet tot een ander oordeel nu Appellant hiervan op geen enkel moment een punt heeft gemaakt. Dat de nikah uiteindelijk niet is gesloten , is louter het gevolg van het feit dat B was vertrokken en niet meer terugkeerde.