IEF 18821

Uitvinding ´team peeling processing system´ is niet nieuw

Vzr. Rechtbank Den Haag 15 november 2019, IEF 18821; ECLI:NL:RBDHA:2019:12109 (Tomra tegen Kiremko) Kort geding.Tomra is een onderneming die sorteer-, schil- en verwerkingsmachines produceert. Zij is houdster van het octrooi voor een 'steam peeling processing system'. Kiremko is een fabrikant van machines voor de aardappelverwerkende industrie, waaronder de Strata Invicta. Volgens Tomra maakt Kiremko door de productie en distributie van de Strata Invicta inbreuk op het octrooi van Tomra. In de onderhavige zaak is echter geoordeeld dat de uitvinding van Tomra, waarop het octrooi berust, niet aan het nieuwheidscriterium voldoet. De maatstaf uit het exhibitivonnis was te streng, aangezien hier geen sprake was van een situatie waarin het kenmerk uitsluitend in een tekening is geopenbaard. Daarnaast zijn de conclusies waarop de vordering steunt, niet geldig. Tomra is daarmee in het ongelijk gesteld.

4.5. Partijen vraag wie gemiddelde vakman deze zaak aanmerking moet worden genomen. Dat vakman ieder deskundig is op het gebied ontwikkeling stoomschillers voor voedselproducten, zoals aardappelen, is echter niet in geschil. De voorzieningenrechter houdt het er op dat sprake is van werktuigbouwkundig ingenieur met specifieke kennis van de ontwikkeling van stoomschillers.

[…]

4.12. De voorzieningenrechter neemt in aanmerking dat de vakman GB 119 in zijn geheel bestudeert, zodat het uitvoeringsvoorbeeld in de figuren 1 en 2 (zie onder 2.8) in samenhang met de beschrijving van GB 119 beoordeeld dient te worden. In de beschrijving is opgenomen dat het deksel 17 hol is (a hollow lid) met een taps toelopende onderkant (frusto-conical bottom end; vergelijk wederom onder 2.8). Het deksel sluit aan op een pakking geplaatst op een ring in een ringvormig gat in de vatwand. Aan de hand van deze beschrijving en de figuren 1 en 2 begrijpt de vakman dat (in dit uitvoeringsvoorbeeld) het deksel ten opzichte van de wand van het vat naar binnen toe uitsteekt. Daarmee openbaart GB 119 een uitstulping die zich binnenwaarts uitstrekt vanaf de vatwand.

[…]

4.15. Daarmee openbaart GB 119 impliciet maar duidelijk en ondubbelzinnig een liftvoorziening in de zin van kenmerk 1.3. Gelet op het feit dat de vorm van het deksel niet alleen in de figuren is geopenbaard, maar mede is beschreven in de beschrijving van GB 119, was de maatstaf die deze rechter aanlegde in het exhibitievonnis, onder verwijzing naar de Case Law van het Europees Octrooibureau (EOB) over openbaarmakingen alleen in tekeningen, bij nader inzien te streng. De situatie dat het kenmerk uitsluitend in een tekening in GB 119 is geopenbaard, is in deze zaak niet aan de orde.

4.16. Het voorgaande betekent dat conclusie 1 van EP 385 naar voorlopig oordeel niet nieuw is ten opzichte van GB 119.

4.17. Naar voorlopig oordeel is afhankelijke conclusie 2 (zie onder 2.4 en 2.5) evenmin nieuw ten opzichte van GB 119. Uit 4.11 en 4.12 volgt al dat GB 119 een hefvoorziening openbaart met het kenmerk dat het een uitstulping omvat die zich binnenwaarts uitstrekt vanuit het gebied van een binnenvlak van een wandgedeelte van het drukvat. Deksel 17 in de figuren 1 en 2 van GB 119 is een uitstulping die zich aldus uitstrekt. Daarmee is conclusie 2 van EP 385 eveneens niet nieuw ten opzichte van GB 119.

4.1 8. Afhankelijke conclusie 6 voegt ten opzichte van conclusie 1 tot en met 5 het kenmerk toe dat het drukvat “in wezen symmetrisch is, ten minste om een as (9)” en “roteerbaar is om de genoemde, hoofdzakeljke symmetrieas (7)” (vergelijk onder 2.4 en 2.5). Dit kenmerk wordt niet geopenbaard in GB 119. Met Kiremko acht de voorzieningenrechter het echter volstrekt voor de hand liggend om een roteerbaar vat rotatie-symmetrisch uit te voeren en om de rotatie-as en symmetrie-as samen te laten vallen. Daarvoor behoeft geen inventieve stap te worden gezet, zodat deze conclusie voor zover zij alleen aflankeljk is van conclusies 1 en 2, naar voorlopig oordeel inventiviteit ontbeert.

4.19. Gezien het bovenstaande zijn de conclusies van EP 385 waarop Kiremko volgens Tomra inbreuk maakt nietig, waarmee de primaire (neven)vorderingen zoals genoemd onder 3.1 voor afwijzing gereed liggen.