IEF 18514

Uitlatingen ingezonden brief over bouw ziekenhuis zijn niet onrechtmatig

Gemeenschappelijk Hof van Justitie Aruba e.a. 4 juni 2019, IEF 18514; ECLI:NL:OGHACMB:2019:100 (Flocker Camelia Winkel tegen X) Hoger beroep in kort geding. FCW is een advocatenkantoor. Geïntimideerde X stuurt met regelmatig ingezonden brieven naar de lokale dagbladen. Daarnaast is X freelance medewerker van Sona (Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen). Hij is ook politiek actief. Sona is belast met het beheer van de bouw van een nieuw ziekenhuis op Curaçao. Advocatenkantoor FCW heeft in een evaluatieverslag aan de minister geadviseerd om Sona te vervangen door een daadkrachtiger orgaan. X heeft daarop in twee kranten een ingezonden brief gepubliceerd waarin hij FCW o.a. een louchekantoor noemt. Partijen die nauw bij de advisering en besluitvorming rondom de bouw van het ziekenhuis betrokken zijn, begeven zich in het publieke domein. Zij moeten zich er rekenschap van geven dat hun doen en laten stevige reacties kan oproepen en dat daarover publiekelijk debat wordt gevoerd. De uitlatingen in de ingezonden brief over FCW in verband met de bouw van het nieuwe ziekenhuis HNO zijn niet onrechtmatig, geen Caribische invulling norm art 10 EVRM en 6.162 BW.

3.5 Allereerst weegt mee dat het hier een onderwerp betreft dat de Curaçaose samenleving in het bijzonder bezighoudt. De bouw van het nieuwe ziekenhuis is een van de grootste, als niet het grootste, overheidsproject sinds de staatskundige wijzigingen per 10 oktober 2010. Naast de financiële omvang gaat het om dienstverlening waar iedereen in de samenleving op een of meer, vaak bepalende, momenten in zijn leven mee te maken krijgt: de gezondheidszorg. Het gaat dus iedereen aan het hart. Ten derde betreft het een zeer zichtbaar project; het nieuwe ziekenhuis wordt gebouwd naast het oude ziekenhuis in Otrobanda, langs een drukke doorgaande weg. De meeste mensen in Curaçao zijn dus ook visueel getuige van de vorderingen van het project.

3.7 Partijen die nauw bij de advisering en de besluitvorming rondom de bouw van het ziekenhuis betrokken raken, begeven zich daarmee in het publieke domein. Zij moeten zich er rekenschap van geven dat hun doen en laten om de hiervoor genoemde redenen stevige reacties kan oproepen en dat daarover publiekelijk debat wordt gevoerd. Van hen mag dan ook worden verwacht dat zij zich een zekere mate van kritiek, meer dan in minder publiek beladen omstandigheden, laten welgevallen. Dit geldt niet alleen voor politici maar ook voor private partijen die door politieke besluitvorming een sleutelrol hebben in het bouwproces en alles wat daarmee samenhangt.

3.26 De kern van het verwijt is dat FCW het conceptrapport niet ter beschikking heeft gesteld aan Sona. Daarnaast heeft [geïntimeerde] in het artikel en in de processtukken een aantal incidenten opgevoerd waarmee hij heeft beoogd de bedoelde kwalificaties te onderbouwen. Hij heeft verwezen naar het opduiken van FCW in de zogenoemde Panama Papers en naar een strafrechtelijke veroordeling van een van de oprichters en naamgevers van het kantoor, de inmiddels overleden J. Winkel. Deze incidenten kunnen met recht worden aangemerkt als smetten op de reputatie van een advocatenkantoor, ook als de veroordeling van voor de oprichting dateert. Dat een van de andere oprichters van het kantoor, G. Camelia, in 2012 eerst als formateur betrokken was bij het vormen van de regering en dat het kantoor kort daarna grote opdrachten van de overheid heeft gekregen hoewel het op dat moment nog maar net opgericht was en dus nog niet kon bogen op beproefde kwaliteit van dienstverlening, hoeft uiteraard niets te betekenen, maar geplaatst in de onderhavige context roepen deze omstandigheden wel vragen op. Het stond [geïntimeerde] dan ook vrij om deze vragen pregnant naar voren te brengen en deze te laten bijdragen aan zijn hiervoor genoemde kwalificaties. De verwijten aan het adres van FCW die samenhangen met het door haar in 2012 opgestelde rapport over bestuurders van Aqualectra heeft [geïntimeerde] eveneens van een voldoende feitelijke basis voorzien (zie de pleitnotities in eerste aanleg onder c en d). Daartegen is door FCW onvoldoende ingebracht. Het door [geïntimeerde] geschetste beeld in de Aqualectra kwestie vertoont voldoende overeenkomsten met deze casus om bij te kunnen dragen aan de in 3.25 genoemde kwalificaties. Die kwalificaties zijn wellicht zwaar aangezet en overdreven te noemen, maar gegeven alle omstandigheden van dit geval zijn ze niet excessief.

3.6 Waar grote (financiële) belangen samenkomen, ligt belangenverstrengeling op de loer. Onze samenleving vormt op die regel zeker geen uitzondering, zo is uit incidenten in het (recente) verleden wel gebleken. Een begrijpelijke en wenselijke reactie daarop is extra alertheid voor potentiële oneigenlijke beïnvloeding van besluitvormingsprocessen en besteding van publieke middelen. Die kan van binnenuit de overheid komen, maar ook van daarbuiten, juist voor een kritische blik op de zuiverheid van handelen binnen de overheid. Het is van groot belang in een democratische samenleving dat bevindingen en opinies daarover vrijelijk gedeeld kunnen worden in het publieke debat. Dit debat wordt door dagbladen als Amigoe en Antilliaans Dagblad gefaciliteerd.