IEF 20387

Uitlatingen in Zembla over granuliet onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 8 november 2021, IEF 20387; ECLI:NL:RBDHA:2021:13108 (Graniet Import Benelux tegen Gedaagde) Op 6 februari 2020 heeft het programma Zembla in een tv-uitzending aandacht besteed aan het verondiepingsproject Over de Maas, waarvoor granuliet van het bedrijf Graniet Import Benelux B.V. is gebruikt. In deze uitzending beschuldigt gedaagde, een voormalig officier van justitie, het bedrijf van strafbare feiten zoals valsheid in geschrifte en illegale afvalstort. Ondanks het feit dat onderzoeken en rechterlijke uitspraken concluderen dat granuliet veilig is voor mens en milieu en dat er geen sprake is geweest van een overtreding bij de toepassing van granuliet in Over de Maas, is gedaagde nadien steeds bij zijn beschuldigingen gebleven. De rechtbank Den Haag verklaart voor recht dat de strafrechtelijke beschuldigingen van gedaagde onrechtmatig zijn jegens Graniet Import Benelux en verbiedt gedaagde, op straffe van een dwangsom, om soortgelijke uitlatingen in de toekomst te doen. Voorts wordt gedaagde bevolen een rectificatie te publiceren via het ANP-netwerk, alsmede om Zembla te verzoeken een rectificatie te plaatsen op de homepage van haar website. Zie ook het bericht over deze uitspraak in databank JUROU.

5.17. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting leidt de rechtbank af dat [gedaagde] bij zijn uitspraken is afgegaan op de regelgeving en op mondelinge en schriftelijke informatie die hij van de redactie van Zembla had gekregen. Die informatie had, aldus [gedaagde] , betrekking op de afgifte van een productcertificaat voor granuliet op basis van BRL 9321, de in 5.16.2 bedoelde ambtelijke discussie en (deels) op informatie die [eiseres] aan de redactie van Zembla had verstrekt. Uit niets blijkt echter dat [gedaagde] , gegeven ook zijn deskundigheid, zich verder had verdiept in de beleidslijn van de betrokken overheidsinstanties, de daaraan ten grondslag liggende documentatie, de afloop van de interne ambtelijke discussie enkele maanden voor de uitzending en de vraag wat dit betekende voor de wettigheid van de handelwijze van [eiseres] . Onweersproken is dat dit informatie was waarover [gedaagde] destijds wel kon beschikken. Die informatie hield in dat dat granuliet al vóór de inwerkingtreding van het Bbk (sinds 2008) door de bevoegde instanties als grond was aangemerkt, sinds september 2009 was gecertificeerd overeenkomstig BRL 9321 en al vele jaren werd toegepast als grond. Ook hield de informatie in dat de interne ambtelijke discussie niet had geleid tot een officiële beleidswijziging of (in ieder geval tot 10 oktober 2019 niet) een officiële standpuntbepaling en dat granuliet dus legaal gebruikt mocht worden voor het verondiepen van oppervlaktewater. De rechtbank volgt [gedaagde] niet in zijn standpunt dat er ten tijde van de Zembla-uitzending evengoed genoeg feitelijke en juridische aanknopingspunten waren voor de onverkorte stelling dat granuliet ten onrechte als grond wordt gekwalificeerd, dat het aan [eiseres] verstrekte productcertificaat niet in orde is, dat de toepassing van granuliet van [eiseres] schadelijk is voor mens en milieu. Geen van de door [gedaagde] aangedragen gegevens rechtvaardigt die zonder enig voorbehoud door hem gemaakte gevolgtrekking, met name ook voor wat betreft de strafrechtelijke kwalificatie. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat er geen voldoende solide feitelijke basis was voor de stellige bewering van [gedaagde] dat [eiseres] betrokken was bij de illegale stort van granuliet in Over de Maas en zich schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. 

5.19. Aan het ontbreken van voldoende feitelijke basis voor de stellige beweringen van [gedaagde] kent de rechtbank zwaar gewicht toe.