IEF 18636

Top Logistics heeft in hoger beroep bewijsaanbod onvoldoende gespecificeerd

Hof Den Haag 16 juli 2019, IEF 18636, ECLI:NL:GHDHA:2019:1899 (Top Logistics tegen MHCS) Merkenrecht. MHCS verhandelt luxe producten waaronder alcoholhoudende dranken. In deze hoedanigheid is zij houdster van verschillende merken waaronder het Hennessy-merk. Top Logistics verricht logistieke diensten. Zij maakt volgens MHCS inbreuk op haar merkrechten, doordat zij producten zou decoderen. In dit hoger beroep verzet Top Logistics zich tegen de in eerste instantie toegewezen exhibitievordering van MHCS. Deze vordering is echter terecht toegewezen. Ook het bevel tot staking van het faciliteren van de inbreuk is terecht toegewezen, nu het bewijsaanbod van Top Logistics onvoldoende gespecificeerd is.

23. De slotsom van het voorgaande is dat de voorzieningenrechter de exhibitievordering zoals deze in hoger beroep voorligt, terecht heeft toegewezen. Dat geldt ook voor de daaraan gekoppelde dwangsomveroordeling. De hiertegen gerichte grieven falen. Net als de voorzieningenrechter passeert ook het hof de stelling van Top Logistics dat de bodemprocedure de geëigende weg is voor deze exhibitievordering. MHCS c.s. is gerechtigd deze vordering in een kort geding procedure in te stellen.

34. De grieven tegen het oordeel van de voorzieningenrechter in reconventie falen eveneens. Het hof verenigt zich met het oordeel van de voorzieningenrechter en de gronden waarop dit oordeel rust (rov. 4.89 van het bestreden vonnis). De belangenafweging in verband met het al dan niet opheffen van het bewijsbeslag valt in hoger beroep niet anders uit. Top Logistics heeft, mede gelet op de betwisting door MHCS c.s., ook in hoger beroep onvoldoende onderbouwd welke hinder zij heeft van het gelegde bewijsbeslag.

34. Tezamen genomen slaagt het principaal beroep dus niet. Het bewijsaanbod van Top Logistics wordt gepasseerd als onvoldoende gespecificeerd in hoger beroep; bovendien is daarvoor in dit kort geding geen plaats.