IEF 19951

Te verschillende elektronische vergadersystemen is geen inbreuk op een octrooi

Rechtbank Den Haag 14 april 2021, IEF 19951; ECLI:NL:RBDHA:2021:3857 (Barco tegen Kindermann) Barco heeft in deze zaak betoogd dat Kindermann inbreuk maakt op een door Barco gehouden octrooi. De inhoud van dit octrooi betreft een elektronisch vergaderhulpmiddel. De rechtbank gaat mee in het argument van Kindermann, dat een enkel mechanische koppeling nog niet betekent dat er sprake is van een zogenaamd 'peripheral device', zoals bedoeld in het octrooi van Barco. De Touch Transmitter van Kindermann is niet technisch vergelijkbaar met het peripheral device van Barco en Kindermann heeft dus geen inbreuk gemaakt op het octrooi van Barco. 

4.14. De beschermingsomvang van een Europees octrooi wordt op grond van artikel 69 lid 1 van het EOV bepaald door de conclusies van het octrooischrift, waarbij de beschrijving en de tekeningen dienen tot uitleg van die conclusies. Daarbij dient, op grond van artikel 1 van het Protocol, het midden te worden gehouden tussen een uitleg die de beschermingsomvang strikt bepaalt aan de hand van de letterlijke tekst van de conclusies (en als zouden de beschrijving en de tekeningen slechts dienen om eventuele onduidelijkheden in de conclusies op te heffen) en een uitleg waarbij de conclusies alleen als richtlijn dienen en waarbij de bescherming zich uitstrekt tot datgene wat de octrooihouder volgens de gemiddelde vakman, die de beschrijving en de tekeningen bestudeert, heeft willen beschermen. Ingevolge artikel 2 van het Protocol dient bij het vaststellen van de beschermingsomvang op passende wijze rekening te worden gehouden met elk element dat equivalent is aan een in de conclusies omschreven element.

4.32. In het licht van al het voorgaande heeft Kindermann terecht gesteld dat de beschrijving geen basis biedt voor de door Barco voorgestane uitleg dat het in kenmerk 1.5.c bedoelde screen scrape programma zou kunnen zijn opgeslagen op een device, dat geen logisch/elektronisch deel uitmaakt van de geclaimde peripheral device (maar daaraan enkel mechanisch is gekoppeld) en afzonderlijk met de processing device moet worden verbonden. Waar in het octrooischrift wordt geopenbaard dat het programma op een afzonderlijk met de processing device te verbinden ander device (zoals een USB-stick) kan zijn opgeslagen – zonder dat die tevens een transmitter en input device bevat – is voor de vakman duidelijk dat daarmee geen sprake is van de peripheral device die in conclusie 1 onder bescherming is gesteld.

4.33. Conclusie is daarom dat de Touch Transmitter in combinatie met de ‘losse’ USB-stick met de Wireless Media software, geen peripheral device in de zin van conclusie 1 van EP 668 vormt. Bij die stand van zaken is van letterlijke inbreuk op die conclusie geen sprake.

4.36. Met het Klick & Show-product wordt aan het vereiste van technische equivalentie niet voldaan, omdat de opslag van de screen scrape software op de USB-stick van dat product vanuit technisch oogpunt niet gelijkwaardig is aan de opslag van de software op de peripheral device volgens kenmerk 1.5.c van het octrooi. Het octrooi leert de vakman namelijk dat de omstandigheid dat het screen scrape programma tezamen met de andere geclaimde functionaliteiten (kenmerk 1.5.a, b en d) onderdeel is van één met de processing device te verbinden peripheral device, meerdere voordelen met zich brengt.