IEF 20120

Te specifieke markt zit verwarringsgevaar in de weg

Rechtbank Den Haag 21 juli 2021, IEF 20120; ECLI:NL:RBDHA:2021:7805 (Holland Gaas tegen Ventiguard) Holland Gaas legt zich toe op de productie en installatie van gaassystemen voor de tuinbouwsector. Ventiguard houdt zich bezig met de in- en verkoop van insectengaas voor de glastuinbouw. De gaassystemen waar het in deze zaak om gaat, hebben tot doel schadelijke insecten op een milieuvriendelijke manier uit kassen te weren en nuttige insecten in de kassen te houden. Holland Gaas is houdster van het Nederlandse octrooi voor geleidingsinrichting van luchtdoorlatend insectengaas. Ventiguard heeft een insectengaassysteem verkocht ten behoeve van installatie in een kas in Frankrijk. Holland Gaas is van mening dat Ventiguard hiermee inbreuk maakt op haar octrooi. De rechtbank is het hier niet mee eens en oordeelt dat niet is voldaan aan het kenmerk dat de geleidingsinrichting ten minste een tweetal langwerpige elementen omvat die T-vormig met elkaar zijn verbonden. Ook is de markt waarin partijen actief zijn zodanig specifiek, dat afnemers op de hoogte zijn van wie systemen afkomstig zijn. Van verwarringsgevaar is dus geen sprake. De vorderingen van Holland Gaas worden afgewezen. 

4.16. De stelling van Holland Gaas c.s. dat de beschermingsomvang van het octrooi zich uitstrekt tot twee ‘sets’ van langwerpige elementen die onderling met elkaar zijn verbonden aan een uiteinde van de evenwijdig aan het gaas gepositioneerde langwerpige elementen (de koppen van de T’s) en zo in wezen een geheel vormen, baat haar niet. Zelfs als zou worden uitgegaan van die uitleg van het octrooi, wordt niet voldaan aan het kenmerk dat de geleidingsinrichting ten minste een tweetal langwerpige elementen omvat die T-vormig met elkaar zijn verbonden. Bij die uitleg zou elk van de eerste langwerpige elementen (1/2 x 250) 125 centimeter lang zijn. De uiteinden van ieder van de ‘tweede’ elementen die met het eerste langwerpige element zijn verbonden, zouden dan bevestigd zijn op 4 centimeter vanaf de ene kant van het eerste langwerpige element en op 121 centimeter vanaf de andere kant van het eerste langwerpige element. Ook dan zijn die elementen niet in ongeveer het midden van het eerste langwerpige element bevestigd en zijn deze elementen dus niet T-vormig met elkaar verbonden in de zin van conclusies 1 en 13 van NL745.

4.17. Nu het product van Ventiguard niet voldoet aan het kenmerk dat de geleidingsinrichting ten minste een tweetal langwerpige elementen omvat die T-vormig met elkaar zijn verbonden, is geen sprake van inbreuk op conclusies 1 en 13 van NL745. Aldus is evenmin sprake van inbreuk op de van conclusie 1 afhankelijke conclusies 2, 3, 4, 7, 8, 10, 11 en 12 en de van conclusie 13 afhankelijke conclusie 14. De op NL745 gegronde vorderingen van Holland Gaas c.s. zullen dan ook worden afgewezen.