Gepubliceerd op maandag 19 januari 2026
IEF 23213
Rechtbank Den Haag ||
7 jan 2026
Rechtbank Den Haag 7 jan 2026, IEF 23213; ECLI:NL:RBDHA:2026:337 (Triple A tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/structurele-merkinbreuk-op-satisfyer-uniemerken-verbod-inzage-en-verwijzing-naar-schadestaat

Structurele merkinbreuk op Satisfyer-Uniemerken: verbod, inzage en verwijzing naar schadestaat

Rb. Den Haag 7 januari 2026, IEF 23213; ECLI:NL:RBDHA:2026:337 (Triple A tegen [gedaagde]). De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op meerdere Uniemerken van Triple A Finance door het importeren, aanbieden en verkopen van namaak Satisfyer-producten via onder meer bol.com, zijn eigen website en andere online platforms. Vast staat dat de aangeboden producten identiek waren aan de ingeschreven merken en werden gebruikt voor dezelfde waren, zonder toestemming van de merkhouder. Daarmee is voldaan aan de voorwaarden van artikel 9 lid 2 onder a UMVo. De rechtbank acht van belang dat sprake was van structurele en bewuste handel in namaakproducten, blijkend uit testaankopen, in beslag genomen goederen, inkoopfacturen via Alibaba en interne communicatie met leveranciers. Triple A Finance is als merkhouder vorderingsgerechtigd; de vorderingen van Triple A Marketing worden afgewezen. De rechtbank legt een EU-wijd inbreukverbod op, beveelt rectificatie, vernietiging van nog aanwezige namaakproducten en verbindt daaraan een dwangsom.

Daarnaast wijst de rechtbank de vordering tot inzage in administratie, correspondentie en verkoopgegevens toe, omdat deze noodzakelijk is om de omvang en duur van de inbreuk en de schade vast te stellen. De rechtbank acht het aannemelijk dat Triple A door de merkinbreuk schade heeft geleden en verwijst de zaak daarom naar de schadestaatprocedure, met de mogelijkheid van schadevergoeding dan wel winstafdracht (niet cumulatief). Een voorschot op de schadevergoeding van € 75.000 wordt echter afgewezen, omdat de schadeomvang nog onvoldoende vaststaat en niet op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld. Verder verklaart de rechtbank voor recht dat [gedaagde] het eerder opgelegde ex parte-inbreukverbod heeft overtreden en daardoor dwangsommen heeft verbeurd. Tot slot wordt [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv, waarbij de rechtbank deze kosten matigt conform de indicatietarieven voor IE-zaken.

Merkinbreuk

4.2.

Triple A grondt haar vorderingen op artikel 9 lid 2 sub a UMVo. Dit artikelonderdeel bepaalt dat de merkhouder gerechtigd is iedere derde die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, het gebruik van een teken in het economische verkeer voor waren en diensten te verbieden wanneer het teken gelijk is aan het merk en wordt gebruikt voor waren of diensten die gelijk zijn aan die waarvoor het merk is ingeschreven.

4.3.

Triple A stelt dat [gedaagde] door het importeren, exporteren, adverteren, aanbieden, verkopen en/of anderszins verhandelen dan wel daartoe in voorraad hebben van de namaak Satisfyer-producten, inbreuk maakt op de exclusieve merkrechten van Triple A. [gedaagde] betoogt dat hij niet wist dat hij merkrechten van Triple A zou hebben geschonden.

4.4.

Triple A stelt dat [gedaagde] wel degelijk wist dat hij namaak Satisfyer-producten verkocht. Uit de administratie van [gedaagde] blijkt immers dat hij sommige leveranciers instructies gaf om de Satisfyer-producten en verpakkingen beter na te maken. Ook uit de testaankopen blijkt dat sprake was van namaakproducten. [gedaagde] heeft dit niet betwist.

4.5.

Vast staat dat [gedaagde] in de periode van 11 juli 2024 tot en met 23 oktober 2024 namaak Satisfyer-producten via bol.com te koop heeft aangeboden (hierna: de Inbreukmakende Producten). Ook staat niet ter discussie dat Triple A daarvoor geen toestemming heeft gegeven. Gelet hierop staat vast dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op de Satisfyer Merken als bedoeld in artikel 9 lid 2 sub a UMVo.