IEF 19768

'Strata Invicta' geen inbreuk octrooi Tomra Sorting

Hof Den Haag 16 februari 2021, IEF 19768; ECLI:NL:GHDHA:2021:339 (Tomra Sorting tegen Kiremko) Tomra is producent van sorteer-, schil- en verwerkingsmachines. Kiremko is een fabrikant van machines voor de aardappelverwerkende industrie. Eén van de machines die Kiremko vervaardigt is de Strata Invicta en deze is uitgerust met een stoomuitlaat-afsluiter genaamd 'Magma Valve'. Tomra is houdster van octrooi EP 379, getiteld "Pressure release arrangements, in particular for product processing system'. EP 379 is onder andere voor Nederland verleend. De conclusie van EP 379 luidt: 'Een zelf afdichtende druk aflaat inrichting, omvattende: een drukvat, een afsluiter, waarbij de afsluiter een verplaatsbaar sluitorgaan omvat dat in de genoemde gesloten stand ervan gehouden wordt alleen door blootstelling aan de druk van de stoom binnen in het drukvat en een dubbel werkende actuator voor het verplaatsen van het sluitorgaan'.

Tomra vordert een verbod voor Kiremko inbreuk te maken op EP 379. Tomra voert aan dat de 'Magma Valve' als onderdeel van de 'Strata Invicta' inbreuk maakt op de conclusie(s) van EP 379, direct dan wel bij wege van equivalentie. Met de zelfstandige verhandeling van de Magma Valve zou indirect inbreuk worden gemaakt. Kiremko betwist de nieuwheid en inventiviteit van EP 379. Geoordeeld wordt dat met de Strata Invicta of Magma Valve van Kiremko geen directe of indirecte inbreuk wordt gemaakt op EP 379. De vorderingen van Tomra worden dan ook afgewezen. 

4.23 Kiremko heeft gemotiveerd en onbestreden uiteengezet dat in de Magma Valve inrichting de persluchtmotor werkzaam is voor zowel het openen, het sluiten als het gesloten houden van de afsluiter en dat de dubbelwerkende persluchtmotor in aanzienlijke mate bijdraagt aan het gesloten houden van de afsluiter. Zij heeft verder toegelicht dat de Magma Valve is voorzien van een stuurventiel vanhet 5/2 type, hetgeen inhoudt dat het vijf aansluitingen heeft en slechts twee standen kan aannemen. Dat houdt kort gezegd in dat in de cilinderruimte boven de op en neer bewegende zuiger ofwel druk wordt opgebouwd, ofwel druk wordt afgebouwd, waarrnee de afsluiter respectievelijk wordt gesloten (gehouden) oftewel geopend (gehouden). Er is geen derde, neutrale stand, waarin de druk onder en boven de zuiger gelijk wordt gehouden waardoor de zuiger niet zou bijdragen aan de stand of beweging van de afsluiter en deze wel uitsluitend door stoomdruk zou worden dichtgehouden. De Magma Valve voldoet derhalve niet aan conclusiekenmerk 'only', zodat daarmee geen inbreuk wordt gemaakt op EP 379. Of de Magma Valve eenvoudig zou kunnen worden aangepast zodat deze alsnog onder de beschermingsomvang van conclusie 1 zou vallen, enkeI door het stuurventiel van de Magma Valve te vervangen door een stuurventiel van het 5/3 type waarmee een neutrale stand wel mogelijk is, zoals door Tomra is gesuggereerd maar verder niet onderbouwd, kan in het midden blijven. Niet gesteld is dat de Magma Valve door Kiremko anders dan met een stuurventiel van het 5/2 type rwordt aangeboden, noch is gesteld dat de afnemers van Kiremko het stuurventiel van het 5/2 type door een van het 5/3 type zullen vervangen en dat Kiremko dat weet of dat dat gezien de omstandigheden duidelijk is. Gelet daarop kan ook geen sprake zijn van indirecte inbreuk

4.24 Voor het aannemen van inbreuk bij wege van equivalentie, zoals door Tomra subsidiair verdedigd, is onder de gegeven omstandigheden geen plaats. Anders dan zij - overigens zonder verdere onderbouwing - aanvoert is er bij de Magma Valve inrichting geen sprake van een ondergeschikt verschiI dat geen effect heeft op de functie, wijze en resultaat van de uitvinding volgens EP 379, waarin het sluitorgaan gesloten wordt gehouden alleen door blootstelling aan de druk van de stoom binnen in het drukvat. In de Magma Valve inrichting wordt immers de additionele maatregel van een continu werkzame persluchtmotor toegepast om de afsluiter gesloten te houden. Het resultaat is daardoor ook anders doordat de persluchtmotor aan slijtage onderhevig is en meer onderhoud vergt. Bovendien kan de stoomaflaat vanwege de stoomdruk in de cilinderkamer boven de zuiger minder snel worden geeffectueerd, doordat eerst die druk moet worden afgebouwd alvorens de afsluiter door middel van perslucht geopend kan worden. De met de inrichting volgens EP 379 behaalde voordelen - eenvoudige, onderhoudsarme inrichting waarmee de drukaflaat snel kan worden bewerkstelligd - worden met de Magma Valve inrichting derhalve niet bereikt.