IEF 19503

Sony Music maakt inbreuk op naburige rechten van platenlabel

Vzr. Rechtbank Amsterdam 10 september 2020, IEF 19503; ECLI:NL:RBAMS:2020:4618 (Eisers tegen Sony Music NL) Kort geding. Naburige rechten. Licentieovereenkomst. Eiser 2 is een muzikant en Eiser 1 is het platenlabel dat de muzikant heeft opgericht. In 2013 is de muzikant doorgebroken met een single. Een Duitse producer heeft de track geremixt. De muzikant en Sony Music hebben vervolgens een licentieovereenkomst gesloten voor zowel de single, als de remix. Partijen raken in geschil over de afrekening van royaltyvergoedingen en geïnde naburige rechten. Sony Music heeft volgens eisers niet voldaan aan haar verplichtingen uit de overeenkomst.

Onderzocht moet worden wat partijen hebben afgesproken aan de hand van de Haviltex-maatstaf. De gang van zaken van Sony Music is niet in overeenstemming met de uitleg die aan de overeenkomsten moet worden gegeven. Sony Music is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen en deze tekortkomingen rechtvaardigen buitengerechtelijke ontbinding. Daaruit volgt dat de exploitatierechten op de opnamen terugvallen aan de rechthebbende. Sony Music moet de inbreuk op de naburige rechten van eisers staken. De ontvangen gelden uit de exploitatie en de inning van naburige rechten van de opnamen in de periode dat de overeenkomsten van kracht waren, zullen moeten worden verantwoord, en voor zover dat nog niet is gedaan, afgerekend. Welke bedragen Sony Music nog verschuldigd is, vereist een onderzoek naar de feiten dat het bestek van dit kort geding te buiten gaat.

4.8. Volgens [eisers] betekenen deze afspraken dat Sony Music NL een zelfstandige verplichting heeft om opgave te doen van alle verkopen van de opnamen, de royalty-afspraken toe te passen en halfjaarlijks daarvan opgave te verstrekken. Van Sony Music NL mag worden verwacht dat zij, om aan deze afspraken te kunnen voldoen, over de brongegevens (‘at source’) van alle verkopen beschikt, ook die van de sublicentiehouders zoals Ultra Records. Alleen dan kan zij tijdig en voor [eisers] inzichtelijk de royalty’s betalen.

4.9. Sony Music NL betwist dit. Zij voert aan dat zij geen zeggenschap heeft over de sublicentiehouders en hen hooguit kan vragen om informatie te geven. Dit verweer miskent dat Sony Music NL in de [titel single] overeenkomst een onvoorwaardelijke afspraak heeft gemaakt om zelfstandig opgave te doen van alle te betalen royalty’s en aan [eiser 1] inzage te geven in haar boeken. Dit heeft [eiser 1] aldus mogen begrijpen, dat Sony Music NL de verplichting op zich heeft genomen om zelf ervoor te zorgen dat de opgave van de royalty’s juist en inzichtelijk is. In het verlengde daarvan heeft zij ook mogen begrijpen dat Sony Music NL zelf ervoor zou zorgen dat de royalty’s tijdig zouden worden betaald. Dit zijn kernverplichtingen van Sony Music NL. Er is dus niet afgesproken dat Sony Music NL pas hoeft te betalen als zij zelf de betaling van de royalty’s van de sublicentiehouders heeft ontvangen, zoals zij heeft aangevoerd.

4.11. Alleen al uit het voorgaande volgt dat Sony Music NL toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen en dat deze tekortkomingen de buitengerechtelijke ontbinding door [eiser 1] rechtvaardigen.

4.14. Welke bedragen Sony Music NL nog verschuldigd is vereist een onderzoek naar de feiten dat het bestek van dit kort geding te buiten gaat. Voorshands is echter voldoende aannemelijk dat niet alle verschuldigde bedragen zijn verantwoord en afgerekend, conform de overeenkomsten. Tegenover de (onder 4.13 weergegeven) gemotiveerde stellingen van [eisers] had het op de weg van Sony Music NL gelegen om inzichtelijk te maken welke bedragen er wereldwijd aan naburige rechten zijn geïnd en welke bedragen er aan royaltyvergoedingen aan [eiser 1] zijn verschuldigd en al dan niet betaald, waaronder ook wordt begrepen: een verantwoording waaruit kan worden afgeleid op welk moment, welk royalty tarief is toegepast. Dat heeft zij niet gedaan. [eisers] heeft gemotiveerd gesteld dat de in artikel 3 van de Ultra overeenkomst afgesproken royalty verhogingen, de ‘sliding scales’ (zie onder 2.8) niet, althans verkeerd zijn toegepast. Sony Music NL betwist dat dat het geval is, maar heeft de brongegevens die die stelling kunnen onderbouwen (de Soundscan gegevens) niet overgelegd. [eiser 1] heeft een spoedeisend belang bij gespecificeerde opgaven, en volledige en juiste statements van alle wereldwijde verkopen van de opnamen. De vorderingen onder IV, V en VI zullen daarom worden toegewezen. Aan de subsidiaire grondslag van de vorderingen, het beroep op artikel 843a Rv, wordt dus niet toegekomen.